Kies uw kerk

Preek van de week

2019-03-17. Alles in Gods hand

Preek 2de zondag in de veertigdagentijd 2019, C

 

Eerste lezing: Genesis 15, 5-12. 17-18

Evangelie: Lucas 9, 28b-36


Met het visioen op de berg zijn we wel vertrouwd. Jezus is met drie van zijn leerlingen de berg op geklommen om te bidden. De berg, het bidden, het omhoogstijgen herinneren ons aan een wereld, die verheven is boven de vanzelfsprekendheid van de dagelijkse werkelijkheid. We zijn in hogere sferen, maar dat betekent niet dat het nergens over gaat. Bijbelse visioenen mogen we ernstig nemen. In de sereniteit van de berg wordt het duidelijk waarom het gaat. Jezus heeft het volle gewicht van zijn roeping aanvaard. Hij wordt de vervulling van de belofte en de opdracht van de Schriften, dat de mens geroepen is om beeld en gelijkenis van God te worden. Hij wordt tot de ware zoon van God.

Dat kindschap in praktijk brengen is de zending van Israël: ‘Uit Egypte, uit een wereld van benauwenis, heb ik mijn zoon geroepen’ , zegt de bijbel. Zo heeft God gesproken toen Hij zijn volk wegvoerde uit een bestaan van slavernij en onderdrukking. Dat beeld en gelijkenis van God zijn of het uitgroeien tot het oprechte menszijn, ligt alleen binnen onze mogelijkheden als we de weg van de Schriften durven te bewandelen.

Daarvan vertellen ons de visioenen, die we in de lezingen hebben gehoord. De zending van Israël is begonnen bij Abraham, toen hem in een welhaast uitzichtloze situatie een grootse toekomst werd aangezegd. Bij God is niets onmogelijk. Maar dan dienen we ons te houden aan het onderricht van de Schrift. In het visioen op de berg wordt die voorwaarde als het ware uitgebeeld. Jezus is in gesprek met Mozes en Elia, met wet en profeten, met Tenach, met de Schriften. Het resultaat van die dialoog wordt in een korte flits geschilderd: Jezus verandert van uiterlijk en zijn kleding wordt stralend wit. Dat ziet ook Petrus in als hij zegt: laten we hier blijven, drie tenten bouwen, moge het altijd zo voortduren. Er wordt dan wel gezegd, dat hij niet wist wat hij zei, maar dat betekent niet dat hij zich als een dwaas gedraagt. Hij verwarde het visioen met de harde werkelijkheid van het gáán van de weg, iedere dag weer. Hij begreep, evenals wij, dat de Schriften onze wegwijzers zijn naar een betere wereld en samenzijn van God en mensen. Maar de Schrift is nooit alleen aanwezig. Altijd is de wereld van vandaag om ons heen.

Lucas 9, 28-36

Lucas 9, 28-36

Het is goed om meerdere malen de tocht bergopwaarts te maken om het visioen levend te houden. Maar de verwerkelijking daarvan vindt beneden plaats, op de werkvloer van het alledaagse. Want als het visioen voorbij is, zo zegt het evangelie ons, blijven we achter met Jezus alleen. Het zal ons vergaan zoals het met hem is gebeurd. Maar dit  alles ligt in Gods hand.

 

Amen.

The Transfiguration (1516-1520)

        Schilder: Raffaello Sanzio da Urbino (1483 – 1520)

Techniek: Tempera op hout

Afmeting: 405 × 278 cm

Te bezichtigen in Vatican Museums (Rome, Vatican city)

De transfiguratie van Christus is het laatste werk van het leven van Raphael, en wordt verondersteld onafgewerkte te zijn geweest en aangevuld door een van zijn studenten.

Aan Jezus zijde Elia en Mozes. Op de berg, de leerlingen Petrus, Johannes en Jakobus. Op de voorgrond het volk.

Genesis 15, 5-12. 17-18

        Gods verbond met Abram
God leidde Abram naar buiten en zei: ‘Kijk naar de hemel en tel de sterren, als u kunt.’ En Hij verzekerde hem: ‘Zo talrijk zal uw nageslacht zijn.’ Abram heeft de Heer geloofd en dat geloof is hem aangerekend als gerechtigheid. Toen zei Hij tegen hem: ‘Ik ben de Heer, die u uit Ur in Kasdim, leidde om u dit land in bezit te geven.’ Abram vroeg: ‘Ach Heer God, hoe kan ik weten dat ik het inderdaad zal krijgen?’ Hij zei tegen hem: ‘Haal een driejarige koe, een driejarige bok, een driejarige ram, een tortel en een jonge duif.’ Hij haalde dit alles, sneed de dieren doormidden en legde de stukken tegenover elkaar; alleen de vogels sneed hij niet door. Er kwamen roofvogels op de dode dieren af, maar Abram joeg ze weg.
Bij zonsondergang viel Abram in een diepe slaap; hevige angst en duisternis overvielen hem.
Toen de zon was ondergegaan en het helemaal donker was geworden, zag Abram een rokende oven en een vurige fakkel, die tussen de doormidden gesneden stukken door gingen. Op die dag sloot de Heer een verbond met Abram. Hij zei: ‘Aan uw nakomelingen schenk Ik dit land, vanaf de beek van Egypte tot aan de Grote Rivier, de Eufraat,

Lucas 9, 28-36

        Jezus met Mozes en Elia
Ongeveer een week na deze woorden nam Hij Petrus, Johannes en Jakobus mee en ging Hij de berg op om te bidden. Terwijl Hij aan het bidden was, veranderde Hij van uiterlijk en werden zijn kleren stralend wit. Ineens waren er twee mannen met Hem in gesprek. Het waren Mozes en Elia, die in heerlijkheid verschenen en over zijn heengaan spraken, de voleinding van zijn leven in Jeruzalem. Petrus en de anderen waren overmand door slaap; toen ze wakker werden, zagen ze zijn heerlijkheid en de twee mannen die bij Hem stonden. Toen die weer van Hem wilden weggaan, zei Petrus tegen Jezus: ‘Meester, het is maar goed dat wij hier zijn; laten wij drie hutten maken, een voor U, een voor Mozes, en een voor Elia.’ Hij wist niet wat hij zei. Terwijl hij nog sprak, kwam er een wolk die hen overdekte; ze schrokken toen ze in de wolk terechtkwamen. Uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn uitverkoren Zoon; luister naar Hem.’ Toen de stem klonk, bleek Jezus alleen te zijn. Zij zwegen hierover en vertelden destijds aan niemand wat ze hadden gezien.

Archief preken