Kies uw kerk

Preek van de week

2015-04-26. Gepolder of met hart en ziel

Preek 4de zondag van Pasen, B

 

Eerste lezing: Handelingen der apostelen 4,8-12

Evangelie: Johannes 10,11-18

Kennen of niet kennen? Dat is de grote vraag die nu weer bij mij boven komt. De regringspartijen zijn volledig verdeeld. Naast het ‘Bed, bad en brood’, hebben we nu het ‘Bed, bad, brood en bonje’, maar ook het verschrikkelijke ‘Bed, bad, brood en boot…’.

In de verkiezingstijd horen we politici over keuzes, uitgangspunten, waarden en normen. Zo gauw de regeringszetels verdeeld zijn, zijn deze idealen al weer ver verdwenen. En toch, soms komt het erop aan. Zoals nu. Wat doen we met de asielzoekers, of beter gevraagd: wat doen zij met ons?

We zien dat beide regeringspartijen hun standpunt hebben verhard. De één wil geen ruimere opvang, de ander wil dat wel voor hen die uitgeprocedeerd zijn. De vraag is: waardoor laat men zich leiden? Is het omdat men werkelijk met hart en ziel voor Nederland, voor de asielzoeker wil opkomen? Of, ruikt men electoraal gewin? Dan gaat het helemaal niet om de medemens, maar weer om? Juist! Veel meer dan wat politici zeggen, ben ik geïnteresseerd naar hun persoonlijke beweegredenen. Geven politici zichzelf echt met hart en ziel, denk ik dan? Soms krijgen ze die kans, zoals nu.

Hoe anders is het in het evangelie. Jezus vertelt in het beeld van de goede herder, wie Hij is. Hij is de herder, Hij is degene die echt beschermt. Hij beschermt zijn kudde zo sterk, dat Hij er zijn leven voor moet geven. Hij geeft zich met hart en ziel.

Het beeld van de herder is niet het zachtmoedige beeld dat wij kennen van een herder met een lief lammetje. Herders in de tijd van Jezus waren geen doetjes, maar rauw volk dat door natuur en stropers gehard waren. Ze stonden hun mannetje. Geen kudde, dan ook geen inkomen. Geen inkomen, betekende honger lijden met vrouw en kinderen. De goede herder is de herder die kiest met hart en ziel en daarmee ook de consequenties op zich neemt. Hij zelf is geen makschaap, maar hij levert zich uit in de weg die hij consequent gaat.

Is het ‘Bed, bad en brood’ zo’n cruciaal standpunt, is het mededogen met asielzoekers werkelijk gemeend? Al het gepolder van de afgelopen weken heeft meer weg van het behouden van de coalitie, dan werkelijk opkomen voor hen die met hun lot zijn overgeleverd aan jouw hulp.

Het evangelie van vandaag geeft ons meer vragen dan antwoorden. Misschien moet dat ook wel zo zijn. Een antwoord is niet zo makkelijk te vinden en te geven. Het antwoord laat zich wel kennen door iemand die laat zien waar zij of hij staat, met hart en ziel.

 

Amen.

De Goede Herder

Door Pieter Brueghel the Younger (1564-1637)

olieverf op paneel (40 x 57.8 cm) — ca. 1616

Schilderij is te bewonderen in het:

     Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel.

Er wordt vermeldt dat er drie versies zijn van dit schilderij. Van één versie is bekend dat die in particuliere handen is. Interessant is te melden dat naast dit schilderij een tweede schilderij is die heet ‘Bad Shepherd’ (de slechte herder), waarin de herder wegrent van schaapskudde en de wolf zijn eten voor het uitkiezen heeft.

Johannes 10, 11-18

Johannes 10, 11-18

Handelingen 4, 8-12

Petrus en Johannes ondervraagd en vrijgelaten
Daarop werd Petrus vervuld van de heilige Geest en zei tegen hen: ‘Leiders van het volk en oudsten! Als wij vandaag naar aanleiding van een weldaad aan een zieke ondervraagd worden over de oorzaak van zijn redding, dan moet u allen en heel het volk Israël goed weten: door de naam van Jezus Christus de Nazoreeër, die u hebt gekruisigd, maar die God heeft opgewekt uit de doden, staat hij hier gezond voor u. Hij is de steen die door u, de bouwlieden, werd verworpen, maar de hoeksteen is geworden. Door niemand anders komt de redding, want er is onder de hemel geen andere naam aan mensen gegeven waardoor wij ons kunnen laten redden.’

Johannes 10, 11-18

Ik ben de goede herder.
Een goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen. Maar een huurling, geen echte herder dus, als die een wolf ziet komen, laat hij de schapen in de steek en gaat ervandoor – het zijn zijn eigen schapen niet! – en de wolf overvalt ze en drijft ze uiteen. Hij is immers een huurling en bekommert zich niet om de schapen. Ik ben de goede herder: Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen Mij, zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken; Ik geef dan ook mijn leven voor mijn schapen. Ik heb nog andere schapen dan die uit deze hof. Ook voor hen moet Ik een herder zijn: ze zullen luisteren naar mijn stem. Zo wordt het: één kudde met één herder. Daarom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik mijn leven geef, om het daarna weer terug te nemen. Niemand neemt het Mij af, Ik geef het uit eigen vrije wil. Daartoe immers heb Ik de macht, zowel om het te geven als om het terug te nemen. Dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb ontvangen.’

Archief preken