Kies uw kerk

Preek van de week

2015-06-28. verbondenheid en dankbaarheid

Preek 13de zondag van het jaar, B

Eerste lezing: Wijsheid 1, 13-15; 2, 23-24

Tweede lezing: De tweede brief aan de Korintiërs 8, 7. 9. 13-15

Evangelie: Marcus 5, 21-24, 35b-43

‘Putdeksel met afbeelding Odulphus in centrum “Symbool voor verbondenheid in ons dorp”’. Zo kopte Groeiend Best deze week met een mooie foto van gemeentebestuur en pastor. Een bescheiden visie, want het is eigenlijk nog veel mooier. Odulphus symboliseert de verbondenheid van Oirschot, de Beerzen, Spoordonk en Best. De aanwezigheid van het hele pastoresteam hier vandaag bij het feest van het 75 jarig bestaan van de voormalige parochie Antonius Avondmaal en de 65 jarige kerk, illustreert dat nog eens extra.

En een stukje verderop staat bij de kerkberichten in Groeiend Best dat er vandaag een houten boot in de kerk zou zijn. En dat klopt, al is het een symbolische boot, een prachtige overigens net als al die andere symbolen die vandaag door vrijwilligers de kerk in gedragen zijn. Allemaal hebben ze een betekenis in de traditie van deze kerk.

En vandaag vieren we in die traditie, die saamhorigheid en verbondenheid. Niet “zomaar een dak, boven wat hoofden”, maar een levenshuis zoals we net zongen in het openingslied.

75 jaar geleden stapte pastoor Duffhaus met regelmaat in een gammel bootje om naar de overkant van het kanaal te varen om zijn parochianen bij Bata te bezoeken. Jaren later gebruikte hij ook wel eens, illegaal, de spoorbrug om er te komen. Waarschuwingen over gevaar sloeg hij in de wind. Voor hem was de verbondenheid van deze en gene oever van te groot belang. Jaren later werd deze Antonius-kerk gebouwd en was het gedaan met deze gevaarlijke ondernemingen. Maar niet met de inspanningen van deze bouwpastoor. Onverschrokken bouwde hij verder aan de parochie en de daarmee samengaande saamhorigheid. Niemand, waar ze ook woonden mocht worden uitgesloten, iedereen hoorde er bij, zo vond deze bouwpastoor. En het bleef het adagium van alle pastores die na hem kwamen.

En nu vieren we het 65 jarig bestaan van de kerk, in hele andere omstandigheden, maar met dezelfde droom waarvoor we ook nagenoeg tijdens elke viering bidden, om saamhorigheid tussen kerken en tussen mensen.

Wat zouden wij, wat zou de wereld anders zijn, als alle mensen naar de woorden van Jezus wilde luisteren en er ook naar wilden leven. Een wereld zonder wanhoop, zonder uitbuiting, zonder vlucht en zonder wreedheid. Een wereld van hoop, van vrede, van welzijn. Een wereld zoals God die bij zijn schepping heeft gedroomd. Een wereld van geloof in God en van zoeken naar vrede met elkaar.

Het evangelie van vandaag is nog veel krasser. De situatie van het meisje is aardig hopeloos. En toch doet Jezus nog moeite. Hij luistert niet naar wat anderen te zeggen hebben, zo van vergeet het maar, verloren werk, niet aan beginnen. En uiteindelijk schenkt hij leven. En de vraag aan ons is dan:

Hoe doen wij dat. Steken wij nog energie in mensen die door anderen afgeschreven zijn? Hoe gaan wij om met mensen die proberen los te komen van oude structuren en hun oude leven om eindelijk zichzelf te kunnen en te mogen zijn? Geven we die oprechte kansen?

Er zijn zoveel mensen die in de kreukels zitten, onverwacht zonder werk, een ziekte opgelopen, of jonge mensen die het contact met vrienden of vriendinnen verloren zijn of met de ouders en daardoor in isolement geraakt zijn. Gaan we er in volle vaart aan voorbij? Mensen in de stille hoek, vaak meer dood dan echt levend, gelijkend op de dochter van Jaïrus waarover we vandaag horen?

Jezus toont openheid naar haar, haalt haar uit haar verstijving, herstelt het contact.

Het evangelie staat vol met voorbeelden hoe onbevangenheid en oprechte interesse in de ander leidt tot genezing van gebroken contact, van gebrokenheid in het algemeen.

Is dat niet de kern van wat ook Paus Franciscus bedoeld als hij stelt dat we moeten streven naar een open kerk, een kerk van dialoog en gastvrijheid. Een kerk die er op uit trekt om de harten van de mensen te raken? Een nieuw kerkbestaan waarbij niemand in de stille hoek wordt gezet, waar iedereen voor iedereen openstaat.

Vandaag horen we ook een boodschap voor iedereen die uit de boot gevallen zijn: geef de moed niet op, kijk uit naar die uitgestoken hand want die is er vroeg of laat. Laat je wegtrekken uit die donkere put.

En we horen een boodschap voor onszelf, een feestvierende kerkgemeenschap, dat we open staan voor alle mensen van alle kanten en ook die van de zijkant, maar ook gekwetsten, om welke reden dan ook. Laten wij met elkaar de deuren openhouden, niemand wordt uitgesloten. Dan zal wat dood lijkt tot leven komen en is niets hopeloos. Dan is het terecht dat we in onze kerkgemeenschap na 75 jaar zeggen: van harte proficiat.

 

Amen

De opwekking van de dochter van Jairus (1871)

Schilder Ilja Repin (1844 - 1930)

olieverf op doek (229 × 382 cm)

Te bewonderen in: Rusland Museum, St. Petersburg, Rusland

Naast maatschappijkritisch werk vervaardigde Repin enkele historische taferelen en vooral veel portretten, o.a. van Moessorgski en Tolstoj. Op de academie schilderde hij een aantal bijbelse taferelen. Voor zijn afstudeerwerk ‘De opwekking van de dochter van Jaïrus’ ontving hij een gouden medaille en een beurs voor maar liefst zes jaar studie in het buitenland.

Opwekking van de dochter van Jairus

Opwekking van de dochter van Jairus

Ezechiël 2,2-5

Aansporing tot gerechtigheid
Want God heeft de dood niet gemaakt en Hij vindt geen vreugde in de ondergang van hen die leven, maar alles heeft Hij voor het zij geschapen en de schepselen in de wereld zijn heilzaam; er is geen kruid bij dat verderf brengt en de onderwereld heerst niet over de aarde, want de gerechtigheid is onsterfelijk.

Verdrukking van de rechtvaardige
God heeft de mens immers geschapen voor een onvergankelijk leven en Hij heeft hem gemaakt tot een beeld van zijn eigen eeuwigheid, maar door de afgunst van de duivel is de dood in de wereld gekomen en hij wordt ondergaan door diens aanhangers.

De tweede brief aan de Korintiërs 8, 7. 9. 13-15

Inzameling voor Jeruzalem
Welnu, gij munt reeds in zoveel opzichten uit, in geloof, welsprekendheid, kennis, in ijver op alle gebied, in uw liefde voor ons; laat dan ook dit liefdewerk uitmuntend slagen!
Want de liefdedaad van onze Heer Jezus Christus hoef ik u niet in herinnering te brengen: hoe Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij rijk zoudt worden door zijn armoede.
Het is niet de bedoeling dat gij door anderen te ondersteunen uzelf in verlegenheid brengt. Er moet een zeker evenwicht tot stand komen. Voor het ogenblik vult uw overvloed hun gebrek aan, een ander maal zal hun overvloed uw gebrek verhelpen. Zo ontstaat het evenwicht waarvan de schrift spreekt: Hij die veel had verzameld, had niet te veel, en hij die weinig had verzameld, kwam toch niet te kort.

Marcus 5, 21-24, 35b-43

Ziekte en dood overwonnen
Toen Jezus weer met de boot naar de overkant gegaan was, verzamelde zich een grote menigte bij Hem. Dat was aan het meer. Daar kwam Jaïrus aan, een van de synagogebestuurders. Toen hij Jezus zag, wierp hij zich aan zijn voeten en smeekte Hem dringend: ‘Mijn dochtertje is doodziek. Kom mee en leg haar de handen op, zodat ze gered wordt en in leven blijft.’ Hij ging met hem mee. Een dichte menigte vergezelde Hem en drong van alle kanten op.

Men kwam uit het huis van de synagogebestuurder om hem te zeggen: ‘Uw dochter is gestorven. Wat valt ge de meester nog lastig?’ Jezus ving op wat er bericht werd en zei tegen de synagogebestuurder: ‘Wees niet bang, maar blijf geloven.’ Hij liet niemand met zich meegaan, behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus. Toen zij bij het huis van de synagogebestuurder kwamen, zag Hij het rouwmisbaar van mensen die luid weenden en weeklaagden. Hij ging naar binnen en zei tot hen: ‘Waarom dit misbaar en geween? Het kind is niet gestorven, maar slaapt!’ Doch ze lachten Hem uit. Maar Hij stuurde ze allemaal naar buiten, en ging met zijn metgezellen en de vader en moeder van het kind het vertrek binnen waar het kind lag. Hij pakte de hand van het kind en zei haar: ‘Talita koemi’;wat vertaling betekent: Meisje, Ik zeg je, sta op.’ Onmiddellijk stond het meisje op en liep rond. Ze was twaalf jaar. En ze stonden stom van verbazing. Hij legde hun nadrukkelijk op, dat niemand het te weten mocht komen, en voegde eraan toe, dat men haar te eten moest geven.

Archief preken