Kies uw kerk

Preek van de week

2015-07-12. Niemand gaat alleen

Preek 15de zondag van het jaar, B

Eerste lezing: Amos 7,12-15.

Evangelie: Marcus 6,7-13

We kennen ze denk ik allemaal wel in onze eigen omgeving. Mensen die bevlogen zijn, alles op zij zetten voor het ene ideaal of doel. Hobbyisten kunnen zo in hun hobby opgaan dat ze er soms wat te veel geld aan uitgeven. Sommige mensen gaan zo op in hun beroep, dat ze soms vergeten getrouwd te zijn en kinderen te hebben.

Het ideaal waarmee Jezus zijn leerlingen vandaag op stage stuurt is een ideaal dat vóór alles lijkt te gaan. In de gebeurtenissen over het leven van de leerlingen, horen we ook dat ze alles achterlaten om Jezus te volgen. Sommigen hun ouders, Petrus zijn vrouw en huis.

Zo ver worden wij niet uitgedaagd door dit evangelie, maar wel dat ieder bij zichzelf te raden gaat: wat betekent het evangelie voor mij, en wat zijn de eventuele consequenties?

Er spreekt uit het evangelie van Marcus een zekere radicaliteit: “Als je niet ontvangen wordt, schut het stof van je voeten en ga dan weg”. Hij lijkt te zeggen: hou er toch mee op om nodeloos energie te blijven stoppen in zaken waar geen enkel perspectief in zit.

Voor zo’n uitdaging staat de profeet Amos. Het rijk waarin hij woont is verdeeld, en de priesters en de leiders van het volk hebben het drukker met feestvieren, dan de zorgen voor het volk dat aan hen is toevertrouwd. Amos trekt ten strijde tegen deze wijze van leven, het is een schande voor het volk. Dat Amos zich hiermee niet populair maakt, hebben we vandaag ook gehoord. Hij krijgt de wijze raad om toch maar beslist in een andere stad zijn visie te gaan verkondigen. Maar Amos weigert, hij voelt zich geroepen door God, hij is niet alleen en dus blijft hij.

Het is niet voor niets dat Jezus zijn leerlingen twee aan twee uitzendt. Twee weten meer dan één, en de Blijde Boodschap is te groot, te veel omvattend om in je eentje te willen en te kunnen dragen. Daarom komen wij als gemeenschap ook vaak samen. Niet alleen voor onszelf om het woord te horen en ter communie te gaan, maar meer nog om door mijn aanwezigheid de ander te bevestigen op weg die is ingeslagen.

Gemeenschap willen zijn in Christus’ naam betekent dan, gezamenlijk optrekken en eendrachtig de boodschap verkondigen. Alles achterlatend, wat met de boodschap van Jezus niets te maken heeft.

 

Amen

Leerlingen op stage (±1800)

Te bewonderen in de kloosterkerk van het plaatsje Kyllberg in de Duitse Eifel.

Gevonden op: www.beeldmeditaties.nl

De kunstenaar heeft een afbeelding gemaakt bij het zinnetje: ‘Hij begon ze twee aan twee uit te zenden.’ Zij moesten Christus werk voortzetten en verspreiden; zijn geest van genezing, liefde en barmhartigheid onder de mensen present stellen.

Kijkend naar de beide figuurtjes valt op dat ze juist niet zoveel van elkaar verschillen. Zij onderscheiden zich hooguit van elkaar door de kleur van hun kleding. De kunstenaar wilde wellicht de nadruk leggen op hun eensgezindheid? Naar het woord van Jezus dragen beiden alleen een stok, een onmisbaar hulpmiddel voor trekkers. Je kunt er op steunen, vooral wanneer de weg voert door beekjes en je door stromend water moet waden; je houdt er ook agressieve dieren mee op afstand. Ze hebben elk een boek bij zich: het woord van Jezus waarmee ze mensen tot bekering moeten aanzetten en genezen.

Marcus 6, 7-13

Marcus 6, 7-13

Amos 7, 12-15

Derde visioen
En Amasja zei tegen Amos: ‘Ziener, maak dat u wegkomt! Verdwijn naar Juda en verdien daar uw brood maar met profeteren! Hier in Betel mag u niet meer profeteren, want dit heiligdom is van de koning en dit gebouw is van het rijk.’ Amos antwoordde Amasja: ‘Ik ben geen profeet of lid van een profetengilde, ik ben veehoeder en vijgenteler. Maar de Heer heeft mij achter mijn schapen weggehaald en de Heer heeft mij gezegd: “Ga als profeet naar mijn volk Israël.”

Evangelie: Marcus 6, 7-13

Zending van de twaalf
Hij riep de twaalf bij zich, en begon hen twee aan twee uit te zenden, en Hij gaf hun macht over de onreine geesten. Hij gebood hun om niets mee te nemen voor onderweg dan een stok – geen brood, geen reistas, geen geld in de beurs – wel sandalen aan te doen, maar geen twee stel kleren aan te trekken. Hij zei tegen hen: ‘Als je bij iemand onderdak krijgt, blijf daar dan tot je weer verder reist. En als je ergens niet ontvangen wordt, en ze luisteren niet naar jullie, ga daar dan weg, en stamp het zand van je voeten: een getuigenis tegen hen!’ Ze gingen op weg en riepen op tot bekering. Ze dreven veel demonen uit, zalfden veel zieken met olie en genazen hen.

Archief preken