Kies uw kerk

Preek van de week

2015-08-09. Een nieuwe morgen.

Preek 19de zondag van het jaar, B

Eerste lezing: 1e boek der Koningen 19, 4-8

Evangelie: Johannes 6, 41-51

In de eerste lezing maken we opnieuw kennis met Elia. Zijn naam is meteen zijn programma: ‘Er is maar één God (El), en dat is de God van Israël’ (Jah).
In de lezing horen we hoe Elia doodvermoeid is. Jaar in jaar uit heeft hij geijverd voor de God van Israël. Hij heeft koningen bestreden, de valse Baälsprofeten ontmaskerd. Maar koningin Izebel geeft geen krimp. Ze zal niet rusten totdat de Baälsprofeten zijn gewroken en Elia is omgebracht.
Het volk raakt weer in de greep van de angst en vergeten de wonderen die Elia in naam van God heeft verricht.

Er is noch maar weinig over van de grote strijder van God. Hij wordt door vermoeidheid overvallen. Wat zal hij nog? Waarom nog langer dromen van een morgen die nooit daagt? De machten van de duisternis zijn altijd sterker. Elia is aan het eind van zijn krachten.

Door alle vermoeidheid is het eenvoudig te vergeten waarom en met wie God zijn verbond sloot. Mensen mogen toch niet opnieuw in slavernij vervallen, heeft God daar de mensen voor verlost uit slavernij en ballingschap? God geeft het niet op. Elia en allen moeten terug, terug naar de oorsprong. Daarom mag Elia niet neerliggen en wordt hij tot tweemaal aangestoten. Eten en opstaan. Zo lang God je niet haalt is er een lange weg te gaan. Daarom eet en drink, eet voor de reis, want de weg is lang.

Elia stond op en at en dronk, en weer op krachten gekomen reisde hij veertig dagen en veertig nachten tot hij kwam bij de heilige berg. Een opmerkelijke tocht. Elia ging zijn herinnering aan Mozes achterna, zijn grote voorbeeld. Elia maakte de reis niet omdat hij vroom was, maar omdat de engel in hem de herinnering had waker geroepen om weer vroom te worden. De toekomst in, reisde hij terug in de tijd, terug naar het begin waar het allemaal om begonnen is.

We kennen dat gevoel denk ik allemaal wel. We hebben zo hard gewerkt, onszelf volledig gegeven, maar resultaat zien we nauwelijks. Makkelijk kan dan de moed en de zin in wat je doet verdwijnen. Ook voor ons geldt dat we de reis naar onze bron moeten maken. Niet omdat het moet, maar omdat we niet anders kunnen. Elk mensenhart verlangt naar de oorsprong, naar de bron van het leven.
Ook Jezus verwijst naar die oorsprong en die bron. Dat begin waarin honger en dorst niet gekend werden, waar gerechtigheid en vrede was voor iedereen.

Jezus laat zichzelf vandaag herkennen en herinneren als een weg die leidt naar de oorsprong van alle dingen, van ons bestaan. Volgens Johannes is via Jezus de weg naar een nieuwe morgen haast binnen handbereik. En dat is wat we vieren als we hier samenkomen: Jezus, Brood en Wijn, proviand voor de pelgrimstocht naar morgen.

Amen

1e boek der Koningen 19, 4-8

Elia naar de Horeb
Na een tocht van een dag in de woestijn kwam hij bij een bremstruik. Hij ging eronder zitten. Hij wilde sterven en zei: ‘Het wordt mij teveel, Heer; laat mij sterven want ik ben niet beter dan mijn voorvaders.’ Daarna ging hij onder de bremstruik liggen en sliep in. Maar opeens stootte een engel hem aan en zei tegen hem: ‘Sta op en eet.’ Hij keek op en daar zag hij aan zijn hoofdeinde een koek, op gloeiende stenen gebakken, en een kruik water. Hij at en dronk en viel weer in slaap. Maar opnieuw, voor de tweede maal, stootte de engel van de Heer hem aan en zei: ‘Sta op en eet; anders gaat de reis uw krachten te boven.’ Toen stond hij op, at en dronk, en gesterkt door dat voedsel liep hij veertig dagen en nachten, tot hij de berg van God, de Horeb bereikte.

Ik ben het brood. Gevonden op: www.elisapaz.nl

Ik ben het brood. Gevonden op: www.elisapaz.nl

Johannes 6, 41-51

Jezus: het brood om van te leven
Intussen waren de Joden gaan morren omdat Hij gezegd had: ‘Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald.’ ‘Dit is toch Jezus, de zoon van Jozef?’ zeiden ze. ‘En zijn vader en moeder zijn hier toch bekend? Hoe kan Hij dan beweren: “Ik ben uit de hemel neergedaald”?’ Jezus gaf hun ten antwoord: ‘Houd op met dat gemor! Niemand kan naar Mij toe komen tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem naar Mij toe haalt – en Ik laat hem op de laatste dag opstaan. Er staat geschreven bij de Profeten: En allen zullen onderricht ontvangen van God. Wie naar de Vader heeft geluisterd en bij Hem in de leer is geweest, komt naar Mij toe. Niet dat iemand de Vader ooit gezien heeft: alleen Hij die van God komt, heeft de Vader gezien. Waarachtig, Ik verzeker u: wie gelooft, bezit eeuwig leven. Ik ben het brood om van te leven. Uw voorouders hebben in de woestijn het manna gegeten, en toch zijn ze gestorven. Zo is het niet met het brood dat uit de hemel neerdaalt: wie daarvan eet zal niet sterven. Ik ben het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald. Als men van dát brood eet, zal men leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, voor het leven van de wereld.’

Archief preken