Kies uw kerk

Preek van de week

2015-09-06. Collectieve doofheid.

Preek 23ste zondag van het jaar, B

Eerste lezing: Jesaja 35,4-7a

Evangelie: Marcus 7,31-37

Wanneer je als vreemdeling in het buitenland vertoeft - gewoon als vakantieganger, maar zeker ook als vluchteling met alle aangrijpende beelden die we dezer dagen zien - en je spreekt de taal niet van dat land, dan kan dat wel eens problemen opleveren. Voor de gewone dingen wil het dan nog wel lukken - je hebt je handen nog, je maakt gebaren - maar zo gauw er iets echt mis gaat, dan voel je je toch erg gehandicapt wanneer je jezelf niet goed verstaanbaar kunt maken, wanneer je niet over kunt brengen wat voelt of wat je bedoelt.

Maar anderzijds weten we, dat mensen die wel dezelfde taal spreken, dat die elkaar dikwijls ook niet verstaan. Om met elkaar in contact te komen, om gevoelens, ervaringen, gedachten uit te wisselen, is het gebruik van dezelfde woorden niet voldoende. In hoeveel huwelijken is het niet zo, dat man en vrouw langs elkaar heen praten, of dat ouders hun kinderen niet verstaan? Dikwijls betekent dit dat men er maar het zwijgen toe doet; het gesprek stokt, men blijft doof voor wat de ander wil zeggen.

Doof-zijn voor elkaar, niet goed met elkaar kunnen spreken, dat zijn zaken, waar we allemaal wel op de een of andere manier mee te maken hebben. En ik sprak over vluchtelingen: Het is onbegrijpelijk dat politici in Europa de nood van al die vluchtelingen niet willen verstaan en daar politieke spelletjes mee spelen. De foto van zo’n kind, dood op het strand spreekt boekdelen.

Wanneer de evangelist Markus aan wil geven hoe hij het optreden van Jezus heeft ervaren, dan doet hij dat o.a. met het beeld van de dove man, die door Jezus genezen wordt. De band van zijn tong wordt los gemaakt en zijn oren gingen open. Blijkbaar was Jezus Christus in staat om contact te krijgen met allerlei mensen. Hij begreep wat er in hen omging, Hij kende hun honger naar woorden die leven geven, Hij wist hoeveel venijn er kan zitten in woorden die mensen tot elkaar richten zelfs wanneer die afkomstig zijn van religieuze leiders. Hij wist iets over te brengen van wat hemzelf bezielde: jij die mijn naaste bent, en ik die van jou en wij beiden van God, want God is liefde.

De taal die Hij sprak deed wonderen. Het was een taal van troost en bemoediging zoals de profeet Jesaja zegt in de eerste lezing.
Hij had het er over dat het bestaan tussen geboorte en dood niet volgens de wetten van aanzien en macht hoefde te verlopen; dat heersers hun troon wordt ontnomen en rijken worden heengezonden met lege handen. Hij zei, dat Gods Geest waait waar Hij wil en dat je je leven alleen maar kunt winnen door het te verliezen.

Om dergelijke woorden van leven te kunnen spreken, moet je weten wat er omgaat in het hart van de ander en moet je God je Vader kunnen noemen. Maar bovenal moet je bereid zijn om je eigen leven prijs te geven, want mensen hunkeren naar deze woorden.

Jezus had geen kerkelijke vaktaal nodig, die heel precies weet te verwoorden wat wel of niet mag, wat men wel of niet mag geloven. Hij sprak de taal van het hart en mensen konden hun oren niet geloven.

Hij wist het juiste woord te spreken tegen de man of de vrouw die hij tegen kwam; het was wonderlijk om te zien hoe tollenaars, zondaars, melaatsen, vrouwen met een slechte naam, mensen die getekend waren Hem verstonden en tot leven kwamen.

De doofheid waar het hier in het evangelie om gaat is een kwaal, die alles te maken heeft met ons hart. Elkaar verstaan, dat zit 'm niet in woorden, dat zit 'm niet in de taal die we spreken, maar dat zit 'm in de openheid van mens tot mens, in de openheid van u en mij tot God.

Jezus had niet veel woorden nodig, maar mensen verstonden Hem en werden anders.

En als je weet hoeveel doofheid er is in ons midden, dan is het wonderlijk hoe mensen soms toch elkaar verstaan, willen verstaan en opnieuw tot leven komen. Ook in Hongarije zijn het gewone mensen die vluchtelingen helpen, ze voedsel geven, water en knuffels aan de kinderen. Dan heb je niet veel woorden nodig. Een gebaar is dan blijkbaar al voldoende. Zo eenvoudig is blijde boodschap van Jezus.

 

Amen

Afbeelding: Jezus geneest een doofstomme (1635)

Schilder: Bartholomeus Breenbergh ( 1598 – 1657 )

Olieverf op paneel (90 x 122 cm)

Te bewonderen in: Louvre, Paris

 

Marcus 10, 17-30

Marcus 10, 17-30

Aangetrokken door de bovennatuurlijke scene, heeft een groep mensen zich verzameld voor de oude ruïnes. Jezus is van een van zijn wonderen aan het uitvoeren, de genezing van de doofstomme man. Bartholomeus Breenbergh toont de scene op het moment van het wonder.
De collectie van de gebouwen is een enigszins aangepaste versie van de ruïnes van de Villa van Maecenas in Tivoli, terwijl de details van de verzonken gewelf gezien onder de grootste poort wordt verondersteld te zijn geïnspireerd door de basiliek van Constantijn , één van de belangrijkste monumenten in het Forum Romanum.
Hoewel het belangrijkste deel van het schilderij klein is en omgeven door de groep mensen en de bedelaar op de voorgrond, wordt de blik van de toeschouwer door het samenspel van licht geleidt. De afwisseling van lichte en donkere gebieden. Geeft dat de doof stomme man door de schilder letterlijk in de schijnwerpers wordt gezet. Het lichte gat in de stormachtige hemel, die deze verschillende effecten van licht verklaart, wordt weergegeven met een grote gevoeligheid voor de sfeer.

Jesaja 35, 4-7a

Verlost uit de ballingschap
Spreek tot allen die de moed verloren hebben: ‘Houd moed, wees niet bang, hier is uw God, Hij brengt de wraak mee, de goddelijke vergelding, Hij komt u redden.’ Dan worden de ogen van de blinden geopend en de oren van de doven geopend. Dan danst de kreupele als een hert en juicht de tong van de stomme. En water welt op in de woestijn, rivieren in het dorre land. Het verschroeide land wordt een meer, de dorstige grond een waterrijke fontein.

Marcus 7, 31-37

Genezing van een doofstomme
Jezus vertrok weer uit het gebied van Tyrus en ging via Sidon naar het meer van Galilea, midden in de Dekapolis. Ze brachten Hem iemand die doof was en moeilijk sprak, en ze drongen er bij Hem op aan, hem de hand op te leggen. Hij nam hem uit de menigte apart, stak zijn vingers in zijn oren en spuwde en raakte zijn tong aan, en Hij keek op naar de hemel, zuchtte, en zei tegen hem: ‘Effata’, wat betekent: Ga open. Meteen gingen zijn oren open, zijn tongriem ging los, en hij sprak normaal. Hij gebood hun om het aan niemand te zeggen. Maar hoe meer Hij dat deed, des te meer gingen ze het rondvertellen. En ze werden steeds geestdriftiger en zeiden: ‘Geweldig wat Hij allemaal gedaan heeft. Doven laat Hij horen en stommen laat Hij spreken.’

Archief preken