Kies uw kerk

Preek van de week

2015-09-13. Geen woorden maar daden.

Preek 24ste zondag van het jaar, B

Eerste lezing: Jesaja 50,5-9a

Evangelie: Marcus 8,27-35

Wie zeggen de mensen dat ik ben, geen woorden maar daden.

Ook al denk je Hem nog zo goed te kennen, Toch blijft het een moeilijke vraag: er is nauwelijks een goed antwoord te bedenken. Petrus probeert het wel met: “De Christus”.
Het lijkt een prachtige vondst, maar hij heeft er wel een verkeerde voorstelling van!

Er is geen politieke of religieuze macht aan verbonden, toch zal wie Hem wil volgen de wereld anders benaderen. Zijn troon is een gevaarlijke herinnering Hij trekt een spoor door de geschiedenis van mensen die zoals Hij hun leven hebben gegeven. Zijn plaats is niet bij de groten der aarde en toch is Hij de grootste!

Je moet hem weten te vinden, ook vandaag in de vluchtelingen die ons continent binnentrekken, maar ook niet allemaal. Ook daar zijn er misschien bij die niet met de juiste motieven komen. Die geen hulp verdienen maar wat moeten wij dan doen? Niet helpen. helemaal niet helpen, allemaal over een kam scheren, omdat er een paar fout zijn?

Nee, uit onze daden zal ons geloof blijken, zegt Jacobus. Dus wel helpen. Maar wij kunnen niets doen, zegt u misschien. ‘Jawel, wij kunnen op onze woorden letten als het er overgaat. Niet meepraten maar opletten wat ons doel is. Wie zeg jij dat ik ben?’

Zijn naam geeft hoop aan mensen, die het moeilijk hebben. Zijn manier van leven is sterker dan de dood. Hij is voor ons een uitdaging in Zijn naam, in Zijn leven klinkt eeuwig Pasen door. Hem bij name noemen is geen woorden maar daden.

 

Amen

Jesaja 50, 5-9a

Verdrukking van de rechtvaardige
De Heer God heeft mijn oor geopend, en ik heb mij niet verweerd, ik ben niet teruggedeinsd. Mijn rug heb ik prijsgegeven aan hen die mij wilden slaan, en mijn wangen aan hen die mij de baard uitrukten; mijn gezicht heb ik niet onttrokken aan beschimping en bespuwing. De Heer God staat mij bij, daarom kom ik niet bedrogen uit; daarom maak ik mijn gezicht hard als een steen, omdat ik weet dat ik niet beschaamd zal worden. Hij die mij vrijspreekt is dichtbij; wie spant een rechtszaak tegen mij aan? Laat ons een proces beginnen! Wie is mijn tegenpartij? Laat hij naar voren treden! Zie, de Heer God staat mij bij;  wie veroordeelt mij dan nog?

Marcus 8, 27-35

Marcus 8, 27-35

Marcus 8, 27-35

De weg van de Mensenzoon en zijn volgelingen
Jezus en zijn leerlingen trokken naar de dorpen bij Caesarea van Filippus. En onderweg vroeg Hij zijn leerlingen: ‘Wie zeggen de mensen dat Ik ben?’ Ze zeiden Hem: ‘Johannes de Doper, volgens anderen Elia, en weer anderen zeggen: “Een van de profeten.” ’ Hij vroeg hun: ‘En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?’ Petrus antwoordde Hem: ‘U bent de Messias.’ Hij verbood hun met iemand over Hem te spreken. Hij begon hun uit te leggen: de Mensenzoon moet veel lijden, Hij moet verworpen worden door de oudsten, hogepriesters en Schriftgeleerden, ter dood gebracht worden, en na drie dagen opstaan. Hij sprak hierover ronduit. Petrus nam Hem apart en begon Hem de les te lezen. Maar Hij keerde zich naar zijn leerlingen, keek hen aan en berispte Petrus: ‘Weg daar, achter Mij, satan, want jouw gedachten zijn niet Gods gedachten, maar die van mensen.’ Hij riep de menigte met de leerlingen bij zich en zei tegen hen: ‘Als iemand achter Mij aan wil komen, laat hij dan met zichzelf breken, zijn kruis opnemen en Mij volgen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Wie zijn leven verliest vanwege Mij en de goede boodschap, zal het redden.

Archief preken