Kies uw kerk

Preek van de week

2016-01-03. Ik blijf geloven dat ...

Preek, Openbaring des Heren, C

Eerste lezing: Jesaja 60,1-6

Evangelie: Mattheüs. 2,1-12

We vieren vandaag aan het begin van het nieuwe jaar het feest van de Openbaring des Heren. In veel oosterse kerken is het feest van de Openbaring het eigenlijke kerstfeest. Immers: Nu wordt aan de volkeren in de personen van de wijzen geopenbaard wie dat kind is dat in de kerstnacht geboren is. Vandaag komt het kerstfeest dus tot een hoogtepunt en eigenlijk zou vandaag pas de ster boven de stal mogen schitteren. Overigens horen we in het evangelie van Mattheüs dat de ster stil staat boven een huis. De stal uit het kerstevangelie is dus een huis geworden. Men heeft dat wel eens willen verklaren uit het feit dat de wijzen pas vertrokken zijn uit hun land toen het kind geboren werd en ze pas na een lange reis aankomen in Bethlehem. Intussen heeft Jozef voor zijn gezin een huis gevonden.
Maar wie een beetje thuis is in de H. Schrift weet dat dit geen geschiedenisboek is. Men heeft een boodschap en Mattheüs vertelt die op een andere manier dan Lukas.

Hoe dan ook: de komst van Heer die we met Kerstmis hebben herdacht wordt in de liturgie vandaag bekend gemaakt aan de volkeren. En zoals de eerste lezing laat horen trekken die volkeren dan op naar Jerusalem, de stad van vrede, de stad waar een gezalfde regeert die recht en gerechtigheid beoefent. Over haar zal de glorie des Heren opgaan, het licht dat alle duisternis verdrijft.

De wereld snakt naar vrede, de samenleving snakt naar plaatsen van hoop, naar plaatsen waar vreemdelingen welkom zijn, naar een wereld waar armoede verdwenen is, toekomst is voor kinderen, waar zieken verzorging krijgen, waar mensenrechten worden gerespecteerd en het milieu geen kind van de rekening is. Maar tegelijk weten we dat al die dromen en mooie visioenen dikwijls haaks staan op onze werkelijkheid.

In de Advent zijn we op weg gegaan naar Kerstmis en we hebben daarbij de ster al vroeg bij de stal geplaatst omdat we die ster een goede wegwijzer was. De wijzen zijn immers een moeilijke weg gegaan met veel struikelstenen, langs bergen en dalen, door dorre vlaktes, door gebieden waar fanatici oorlog voeren en mensen met een ander geloof worden uitgemoord. Zij hebben omwegen moeten maken omdat mensen zo hun principes hebben en de waarheid in pacht denken te hebben.

Vandaag horen we dat die wijzen na alle omzwervingen eindelijk bij de stal of het huis zijn aangekomen. De laatste hobbel op de weg was Jerusalem met koning Herodes. Want de ster die hen al die tijd de weg gewezen heeft verdwijnt als zij in Jerusalem zijn. Daar hebben zij niets te zoeken. In Jerusalem, die stad van vrede zou moeten zijn, regeert macht en onrecht. Dat moet ons wel te denken geven.

We hebben in de afgelopen weken Kerstmis gevierd. En als je de versierde steden, de kerstmarkten en de toespraken van de wereldleiders mag geloven dan is de openbaring aan de volkeren wereldwijd gelukt. Maar ik ben wel eens bang dat onze wereld op veel plaatsen verontrust zou reageren - evenals het Jerusalem in Jezus’ dagen - wanneer we zouden vragen hoe het staat met mensenrechten, met gerechtigheid en vrede.

De wijzen zullen ook in 2016 geen rechte weg kunnen gaan naar dat kind waarop de wereld zijn hoop heeft gesteld. Maar ik blijf geloven in de visioenen van Jesaja dat we zwaarden, tanks en kalasjnikovs moeten omsmeden. Ik blijf geloven dat vrede mogelijk is tussen Joden, Moslims en Christenen, of liever: vanzelfsprekend. Ik blijf geloven dat armoede niet hoeft te bestaan, vrijheid een goed recht is voor elk mensenkind. Ik blijf geloven dat ook een parochie broedplaats kan zijn van recht en gerechtigheid, een stukje stad van vrede waar mensen opkomen voor elkaar en dat we zo een licht kunnen zijn voor de samenleving waartoe wij behoren.

 

Amen

Aanbidding der Koningen (ca 1510 – 1520)

Schilder: atelier of omgeving van Jheronimus Bosch
olieverf op paneel  (80,4 x 115,4 cm)
Te bezichtigen in: het Erasmushuis te Anderlecht, België

De drieluik stelt het Driekoningen-verhaal voor. Op het linker luik is het niet Jozef die luiers van het Jezuskind droogt, maar een engel en op de rechtste luik is het gevolg van de koningen te zien en door de relatief lage horizon lijkt het geheel een veel natuurlijker indruk te krijgen. De geschenken van de koningen zijn goed zichtbaar. Caspar draagt een oudtestamentische voorstelling op zijn mouw. In dit geval als teken van de afgoderij waar Jezus een eind aan zal maken, de aanbidding van het gouden kalf. Dit is tevens bedoeld als contrast met de aanbidding van de verlosser. De mysterieuze 'vierde wijze', is hier gereduceerd tot een eigentijdse edelman. Op het dak kijken twee herders toe.

Het drieluik verkeert in slechte toestand. Het middenpaneel bijvoorbeeld, is geheel of gedeeltelijk overgeschilderd. Dit maakt een definitieve toeschrijving moeilijk.

Mattheus 02, 01-12

Mattheus 02, 01-12

Jesaja 60,1-6

Het nieuwe Jeruzalem
Sta op en schitter, je licht is gekomen, over jou schijnt de luister van de Heer. Duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties, maar over jou schijnt de Heer, zijn luister is boven jou zichtbaar. Volken laten zich leiden door jouw licht, koningen door de glans van je schijnsel. Open je ogen, kijk om je heen: ze stromen in drommen naar je toe; je zonen komen van ver, je dochters worden op de heup gedragen. Je zult stralen van vreugde als je het ziet, je hart zal van blijdschap overslaan. De schatten van de zee zullen je toevallen, de rijkdom van vreemde volken valt je in de schoot. Een vloed van kamelen zal je land overspoelen, jonge kamelen uit Midjan en Efa. Uit Seba komen ze in groten getale, beladen met wierook en goud. Zij verkondigen de roemrijke daden van de Heer.

Mattheüs. 2,1-12

De vlucht voor Herodes en Archelaüs
Toen Jezus geboren was in Bethlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.’ Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem. Hij riep alle hogepriesters en Schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de Messias geboren zou worden. ‘In Bethlehem in Judea,’ zeiden ze tegen hem, ‘want zo staat het geschreven bij de profeet: “En jij, Bethlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden”’. Daarop riep Herodes in het geheim de magiërs bij zich; hij wilde precies van hen weten wanneer de ster zichtbaar geworden was, en stuurde hen vervolgens naar Bethlehem met de woorden: ‘Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het eer te bewijzen.’ Nadat ze geluisterd hadden naar wat de koning hun opdroeg, gingen ze op weg, en nu ging de ster die ze hadden zien opgaan voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het kind was. Toen ze dat zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde. Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre. Nadat ze in een droom waren gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te gaan, reisden ze via een andere route terug naar hun land

Archief preken