Kies uw kerk

Preek van de week

2016-03-06. Bewegen tot barmhartigheid

Preek, 4de zondag in de veertigdagentijd 2016, C

 

Eerste lezing: Jozua 5,9a.10-12.

Evangelie: Lucas 15,1-3.11-32


Een man had twee zonen”. Met een paar woorden worden aldus de personen gepresenteerd die in dit stukje evangelie een rol spelen. Meestal wordt het genoemd: het verhaal van de verloren zoon. Anderen spreken liever over het verhaal van de barmhartige vader. En er wordt ook nogal eens aandacht gevraagd voor de oudste zoon. Want die komt er wel niet zo sympathiek van af, maar hij heeft wel grotendeels het gelijk aan zijn zijde.

Het ligt er dus maar aan hoe je de accenten legt. Het is een meesterlijk verhaal dat ragfijn de karakters blootlegt van elk van de hoofdrolspelers.

Voor de duidelijkheid: je zou in onze tijd ook kunnen zeggen: Een vrouw had twee dochters. Het is natuurlijk een tijdgebonden verhaal, maar daar moeten we doorheen kijken.

Jezus vertelt het verhaal niet omdat hij de onderlinge relaties in een gezin aan de orde wil stellen, maar omdat hij zijn bedenkingen heeft ten aanzien van de houding die trouwe gelovigen aannemen ten aanzien van anderen. De Farizeeën verwijten Jezus immers zijn omgang met zondaars en tollenaars. De vraag die het evangelie oproept is dus: hoe moeten trouwe gelovigen zich opstellen ten aanzien van hen die het allemaal niet zo nauw nemen. Blijkbaar is dat niet zo eenvoudig. En dan is er maar een woord dat aangeeft hoe je met elkaar moet omgaan en dat is het woord barmhartigheid. Als je niet heel veel begrip hebt voor elkaar, dan kun je het vergeten, ook in een geloofsgemeenschap.

De rol van de vader is dan ook wel duidelijk. Hij vertolkt dat begrip voor elkaar, die barmhartigheid. En het is niet moeilijk om in zijn persoon God te herkennen. Zo stellen wij ons God immers voor. Het is misschien moeilijker om daarin ook onszelf te herkennen, want wij zijn niet altijd tot barmhartigheid geneigd.

In het verhaal kunnen we ook voor de jongste zoon nog wel de nodige sympathie opbrengen. Hij mag dan wel het verkeerde pad op zijn gegaan, hij komt in ieder geval tot inkeer. En ik denk dat menig ouder daar evenals de vader reikhalzend naar uit zou zien. Bovendien weten we dat we zelf als mens de nodige fouten maken en Gods barmhartigheid nodig hebben.

Misschien is de meest moeilijke rol in het verhaal wel die van de oudste zoon. Hij heeft altijd gedaan wat er van hem gevraagd werd. Hij weet dat je moet werken voor je brood, hij weet dat men zich moet houden aan normen en waarden en dat ieder mens verantwoordelijk is voor zich zelf. In feite leeft hij voorbeeldig. Hij is de ideale schoonzoon.
En toch mist hij wat. Hij heeft niet zoals de vader staan uitkijken naar de terugkeer van zijn broer. Hij heeft hem feitelijk afgeschreven en neemt het zijn vader zelfs kwalijk dat die blij is met de terugkeer van zijn zoon.

Ik weet niet of we onszelf zo in die oudste zoon herkennen. Ik denk dat dit wel de bedoeling is van het evangelie. De vader wil zijn oudste zoon tot barmhartigheid bewegen, want dan pas kan ook voor hem het leven een feest worden. Niet voor niets heeft paus Franciscus 2016 tot het jaar van de barmhartigheid uitgeroepen en wel als een heilig jaar.

Barmhartigheid is geen woord dat past in onze ICT- of SMS cultuur. Het past ook niet in de sfeer die momenteel groeit in Europa ten aanzien van vluchtelingen. Maar als je Pasen wilt vieren in het land vol beloften dat God ons geeft zoals de eerste lezing zegt – en dat land moeten we niet vroom inkleuren, dat gaat gewoon over hier en nu – als je dus hier en nu vol vreugde Pasen wilt vieren dan zou barmhartigheid wel eens een sleutelwoord kunnen zijn.

Nieuwe mensen, herboren mensen, dat zijn mensen die weten wat barmhartigheid is, misschien wel omdat ze het zelf ook nodig hebben.

 

Amen

De terugkeer van de verloren zoon (1670)

Schilder: Bartolomé Esteban Murillo (1617 – 1682)
Olieverf op doek. 236,3 x 261 cm
Te bezichtigen in het National Gallery of Art. Washington, DC, USA

De terugkeer van de verloren zoon was een van de acht grote doeken geschilderd voor de Kerk van het ziekenhuis van Saint George in Sevilla, een hospice voor de daklozen en hongerigen.
Murillo gebruikt een zachte schilderwijze, zijn lichtwerking is zacht. De ouderlijke blik en het ouderlijke gebaar zijn teder en intiem.

Lucas 15, 11-32

Lucas 15, 11-32


Hij heeft een groot talent voor dramatische schilderijen. Dit blijkt wel in deze monumentale afbeelding van de bekende parabel van de verloren zoon, een allegorie van berouw en goddelijke vergeving. Met spelers en rekwisieten effectief geplaatst om het drama te onderstrepen, dat doet denken aan een goed geënsceneerd theater stuk.
De kunstenaar koos voor het essentiële moment van de climax van het verhaal: de berouwvolle zoon thuis verwelkomend door zijn vergevende vader; de rijke kleding en ring voor de terugkerende dolende zoon naar zijn vroegere positie in het gezin; en het gemeste kalf wordt geleid naar de slacht voor de feestelijke banket. Het centrale thema, de piramidale groepering van vader en zoon domineert het beeld, terwijl de rijkste kleur is gereserveerd voor de knecht met de nieuwe kledingstukken.

Het model van Murillo was het leven om hem heen; een deel van de aantrekkingskracht van dit doek ligt in menselijke aanrakingen, het realisme van de vuile voeten van de verloren zoon, de hond die opspringt om zijn meester te begroeten, en misschien wel het meest van allemaal, de naïeve glimlach van de kleine dreumes die het kalf leidt.

Jozua 5, 9a. 10-12.

        … Pasen in Gilgal
de Heer sprak tot Jozua: ‘Vandaag heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld.’ Daarom heet die plaats Gilgal.
Terwijl de Israëlieten in Gilgal gelegerd waren, vierden zij Pasen op de veertiende dag van de maand, in de avond, in de vlakte van Jericho. En de dag na Pasen, juist op die dag, aten zij ongezuurd brood en geroosterd graan dat uit het land zelf afkomstig was. De volgende dag hield het manna op; ze konden nu eten wat het land opbracht. Voortaan kregen de Israëlieten geen manna meer; gedurende dat jaar aten zij datgene wat Kanaän opbracht.

Lucas 15, 1-3. 11-32

        Kritiek op Jezus’ omgang met zondaars
Telkens kwamen alle tollenaars en zondaars naar Hem luisteren. De farizeeën en Schriftgeleerden spraken daar schande van en zeiden: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’

Gelijkenis van een vader met twee zonen
Maar Hij vertelde hun deze gelijkenis:
Hij zei: ‘Iemand had twee zonen. De jongste zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij mijn deel van de erfenis.” En hij verdeelde zijn vermogen onder hen. Niet lang daarna vertrok de jongste zoon met al zijn bezit naar een ver land, waar hij het verkwistte in een losbandig leven. Toen hij alles opgemaakt had, kwam er een zware hongersnood over dat land en ook hij begon gebrek te lijden. Hij zwierf rond tot hij in dienst trad bij een van de inwoners van dat land; die stuurde hem het veld in om varkens te hoeden. Graag had hij zijn honger gestild met het voer dat de varkens aten, maar niemand gaf hem wat. Toen kwam hij tot zichzelf en zei: “Zoveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik verga hier van de honger! Ik ga terug naar mijn vader. Ik zal hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten, behandel me als een van uw dagloners.” En hij ging terug naar zijn vader. Toen hij nog ver van huis was, zag zijn vader hem al en werd ontroerd; snel liep hij op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem. “Vader,” zei de zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten.” Maar de vader zei tegen zijn slaven: “Haal vlug de mooiste kleren en trek ze hem aan, doe een ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten. Haal het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren, want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden.” En het feest begon. Maar zijn oudste zoon was nog op het land. Toen hij naar huis kwam, hoorde hij muziek en dans. Hij riep een van de knechten en vroeg wat er te doen was. Die antwoordde: “Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond en wel terug heeft.” Toen werd hij kwaad en hij wilde niet binnenkomen. Daarop kwam zijn vader naar buiten en probeerde hem tot andere gedachten te brengen. Maar hij gaf zijn vader ten antwoord: “Ik dien u nu al zoveel jaren en nooit heb ik een gebod van u overtreden, maar mij hebt u nog nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen, die uw vermogen met hoeren heeft verbrast, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.” Maar hij zei : “Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat ik heb is van jou. We moeten feestvieren en blij zijn, want die broer van je was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden.” ’

Archief preken