Kies uw kerk

Preek van de week

2016-04-03. Geloof in de kracht van Jezus

2de zondag van Pasen, C

 

Eerste lezing: Handelingen der apostelen 5, 12-16

Evangelie: Johannes 20, 19-31

We hebben vorige week Pasen gevierd. We hebben geluisterd naar verhalen van schepping en bevrijding.
Verhalen en herinneringen over hoe God met mensen omgaat en die hun neerslag hebben gevonden in de H. Schrift. Maar wij moeten daar natuurlijk ook de beelden van onze eigen tijd naast zetten, verhalen van journalisten in Syrië, Libië, Turkije. Of verhalen over hoe wij hier met elkaar omgaan, want ook dat klinkt door met Pasen. Het gaat eigenlijk om verhalen over wie we zelf zijn of willen zijn als kerk.

Op weg naar Pasen hebben we tijdens de veertigdagen tijd in de liturgie nagedacht over de roeping die wij hebben door ons doopsel om als herboren mensen te leven.

Op de zondagen van Pasen wil de liturgie onze ogen openen voor de geweldige geestkracht die uit kan gaan van herboren mensen, mensen die staan voor recht, voor saamhorigheid, respect voor elkaar. Want dat werkt door in gezinnen waar men elkaar in de goede zin van het woord voor lief neemt. Dat heeft zijn uitstraling op de jeugd die haar weg moet zoeken en die aan onvoorstelbaar veel verleidingen bloot staat. Waartoe mensen in staat zijn zie je bij het vrijwilligerswerk, mantelzorg, de aandacht die men elkaar geeft op het werk. Het hele sociale netwerk in een samenleving en ook in een parochie is feitelijk gebouwd op die geestkracht. Paus Franciscus wijst daar telkens op en de Paastijd is bedoeld om dat goed tot ons door te laten dringen.

Het boek Handelingen van de apostelen, waaruit de eerste lezing is genomen, is een kijk op het leven van de jonge kerk. Dromen en idealen worden verteld alsof het werkelijkheid is. Christenen, dat zijn mensen die ergens voor staan. Je hebt een geweten, je moet keuzes maken. Goed en kwaad zijn geen ingrediënten, die zich lenen voor onderhandelingen of waarover je kunt soebatten. En liefde is vanzelfsprekend, wanneer je Gods koninkrijk maar in het vizier houdt. Maar de werkelijkheid is weerbarstig en staat vaak haaks op onze idealen.

Thomas is daarvan vandaag in het evangelie de getuige. Thomas weet niet goed wat hij van Pasen denken moet. Hij is niet het type mens dat op een gemakkelijke manier tot geloof komt; hij is veel meer de zoekende mens. Hij weet dat de werkelijkheid veel gezichten heeft: duister en licht, goed en kwaad en het is nooit uitsluitend het een of het ander. Hij weet dat de antwoorden die wij vinden steeds weer nieuwe vragen oproepen. Het leven draagt veel dood in zich en dood baart weer leven, maar de weg door dit alles is niet helder, niet voorspelbaar of vanzelfsprekend.

We hebben vorige week met een zekere triomfantelijkheid gevierd dat Jezus verrezen is, dat de dood niet blijvend vat heeft gekregen op deze rechtvaardige. Zo'n paasfeest zou kunnen bewerken, dat we het oog voor de werkelijkheid verliezen, alsof daarmee het lijden en de dood uit onze wereld verdwenen zouden zijn. Thomas protesteert daartegen. Hij kiest niet voor een gemakkelijk geloof dat verder de ogen sluit voor alles wat er om hem heen gebeurt.

Hij wil zijn vinger leggen in de wonden, die hij gezien heeft en die niet ontkend mogen worden. Hij staat met ons op de puinhopen van zoveel zinloos verwoeste levens, die de geschiedenis tot in onze dagen kenmerken. Maar hij weet ook hoe mensen soms boven zichzelf uitgroeien en naam maken.

Pasen is een feest van gemengde gevoelens. Onze verhalen en onze herinneringen kunnen daar niet omheen. Ze laten soms chaos en pijn zien. Maar ze laten gelukkig ook zien wat er in onze wereld mogelijk is met herboren mensen die durven geloven in de kracht van de Geest, in de kracht van het leven.

 

Amen

Afbeelding: De ongelovige Thomas

        Olieverf op doek (250,4 cm 308,5) (ca. 1628)

door: Wouter Pietersz. Crabeth (II) (1594 – 1644) Gouda, Nederland

Te bewonderen in het: Rijksmuseum Amsterdam

In dit werk is de invloed van Caravaggio te herkennen.

Johannes 20, 19-31

Johannes 20, 19-31

Handelingen der apostelen 5, 12-16

Door de handen van de apostelen gebeurden er vele tekenen en wonderen onder het volk. Eensgezind bevonden zij zich allen in de Zuilengang van Salomo. Geen buitenstaander durfde zich met hen in te laten, maar het volk sprak met grote waardering over hen. Steeds weer sloten zich mensen aan die in de Heer geloofden, grote groepen mannen en vrouwen; zelfs droeg men de zieken de straat op en legde hen daar neer op een bed of een matras, in de hoop dat wanneer Petrus voorbijkwam in ieder geval zijn schaduw op een van hen zou vallen. Ook de bevolking uit de steden rondom Jeruzalem stroomde in groten getale toe; ze brachten zieken mee en mensen die te lijden hadden van onreine geesten, en allen werden genezen.

Johannes 20, 19-31

        Verschijning aan de leerlingen
Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar. Hoewel de deur op slot was uit vrees voor de Joden, kwam Jezus. Ineens stond Hij in hun midden en zei: ‘Vrede!’ Na deze groet toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. Vreugde vervulde de leerlingen toen ze de Heer zagen. ‘Vrede’, zei Jezus nogmaals. ‘Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik jullie.’ Na deze woorden ademde Hij over hen. ‘Ontvang de heilige Geest’, zei Hij. ‘Als jullie iemand zijn zonden vergeven, dan zijn ze ook vergeven; als jullie ze niet vergeven, dan blijven ze behouden.’

Jezus en Tomas
Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was er niet bij toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: ‘We hebben de Heer gezien.’ Maar hij zei: ‘Ik wil zijn handen zien, met de gaten van de spijkers erin; ik wil ze met mijn vingers voelen. Ik wil met mijn hand de opening in zijn zijde voelen. Anders geloof ik niet.’ Acht dagen later waren de leerlingen weer bijeen, en nu was Tomas erbij. Hoewel de deur op slot was, kwam Jezus. Ineens stond Hij in hun midden en zei: ‘Vrede!’ Vervolgens richtte Hij zich tot Tomas: ‘Kijk maar, hier zijn mijn handen; kom nu maar met je vinger. En kom met je hand om de opening in mijn zijde te voelen. Wees niet langer ongelovig, maar gelovig.’ Hierop zei Tomas: ‘Mijn Heer! Mijn God!’ Jezus zei: ‘Omdat je Me gezien hebt geloof je? Gelukkig zij die zonder gezien te hebben toch tot geloof komen.’

Bedoeling van dit boek
Nog veel andere tekenen heeft Jezus voor de ogen van zijn leerlingen verricht, die niet in dit boek zijn neergeschreven. Die welke u hier vindt, zijn neergeschreven opdat u zult geloven dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leven zult bezitten in zijn naam.

Archief preken