Kies uw kerk

Preek van de week

2016-06-04. Gods Geest helpt

1ste Pinksterdag, A

 

Eerste lezing: Handelingen der apostelen 2, 1-11

Evangelie: Johannes 20, 19-23

Het pinksterfeest was in Israel een oogstfeest. In de Bijbel spelen de beelden van de landbouw een grote rol, want het gaat immers om het voedsel waar je als mens van afhankelijk bent. De vruchtbaarheid van het land heb je niet zelf in handen. En of je arbeid vruchten op levert is nooit zeker. Vruchten zijn altijd een geschenk. En als het vriest in april – zo zien we hier in Nederland - kan de hele fruitoogst mislukken. We zijn het misschien wat verleerd om te leven met de seizoenen, want de supermarkten kennen geen seizoenen en voedseltekorten kennen we niet meer.

Maar het oogstfeest in de H. Schrift is vooral een beeld: Het gaat eigenlijk niet om wat het land opbrengt maar om wat je oogst als mens. Wat is mijn bijdrage aan die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, die leefbare wereld waar Jezus het over heeft? Wat heb ik gezaaid, hoe heb ik het land bewerkt?

Maar je hoeft niet trots te zijn op de oogst, want die is in de beeldspraak van de H. Schrift vooral het resultaat van Gods goede Geest. Je kunt je best doen, je moet je best doen, maar in elk mensenleven zijn er veel krachten en tegenkrachten, struikelstenen, noem maar op. En er is heel wat geestkracht nodig om als mens staande te blijven. De H. Geest is de dragende kracht van de kerk, de dragende kracht van mijn bijdrage als parochiaan, als pastor aan die nieuwe wereld. En de vruchtbaarheid van mijn leven is met name aan Gods Geest te danken.

Wanneer je vijftig jaar als priester werkzaam mag zijn dan ga je vanzelf terugblikken op je eigen leven, maar ook op de ontwikkelingen in kerk en samenleving die mede je leven bepaald hebben. En bij zo’n terugblik kun je eigenlijk alleen maar met verwondering vaststellen dat de jaren goed waren omdat je er meer mens door bent geworden. Ik ben in de loop der jaren dan ook de werking van Gods heilige Geest steeds meer gaan waarderen. Het is een zegen wanneer je ruimte vindt om alles wat je overkomt een plaats te kunnen geven in je leven. Het is een zegen wanneer je elkaar verstaat, elkaars hebbelijkheden weet te verdragen, in een gezin, in een familie, in een buurt, op het werk. Want het is Gods Geest die verwarmt wat koud is, die buigzaam maakt wat verhard is. En dat hebben we vaak nodig.

Johannes 20, 19-23

Johannes 20, 19-23

In de weken tussen Pasen en Pinksteren ging het in de liturgie over de worsteling van de jonge kerk om aan hun nieuwe tijd vorm te geven. Je leest over de worsteling rond sociale problemen zoals armoede. Wie zorgt voor onze weduwen en wezen? Men zoekt naar een theologische onderbouwing van Jezus’ optreden en sterven als basis van een nieuw geloof. Er zijn daarbij grote discussies tussen rekkelijken en preciezen over wie zich christen mogen noemen. Maar men zoekt ook naar compromissen om elkaar vast te houden. En het is Gods Geest die hen daarbij helpt. Gods Geest, die zoals we vandaag horen mensen helpt om elkaar te verstaan, die verwarmt wat koud is, buigzaam maakt wie verhard is.

Bij de viering van mijn 50-jarig jubileum heb ik gezegd:· De grote rode draad door de afgelopen 50 jaren is de secularisatie geweest. “Hoe God verdween uit Jorwerd”. je kunt plaatsen noemen, maar je kunt ook de namen van mensen noemen. Ja, wat gebeurt er met mensen, wat gebeurt er met een samenleving wanneer God uit het straatbeeld of uit het vizier van iemand persoonlijk verdwijnt? Zijn dan ook de vragen die het leven stelt, zijn die dan ook verdwenen? Of komt men tot nieuwe antwoorden?

De secularisatie heeft ons gedwongen om nieuwe ankerplaatsen te vinden voor onze levenshouding als gelovigen maar ook als niet-gelovigen of anders gelovigen. Want we leven anno 2017 wel in dezelfde wereld, in dezelfde volstrekt nieuwe samenleving. De secularisatie heeft daarmee de kerk in een hele nieuwe positie geplaatst. Bij een kerk betrokken zijn is door de secularisatie niet meer vanzelfsprekend. Integendeel. Op de zondagochtend zie je misschien meer hardlopers en wielrenners dan kerkgangers. Bovendien heeft de globalisering, internet en de instroom van allerlei migranten in ons eigen land laten zien hoe verschillend mensen in het leven staan. Hoe verschillend religies kunnen zijn. Maar elkaar de ruimte geven, Gods Geest de ruimte geven, dat heb ik altijd gezien als een evangelische opdracht. Zo niet dan krijg je allerlei fanatici die hun eigen gelijk of hun eigen geloof dwingend opleggen aan anderen.

Pinksteren als oogstfeest. Wat is de oogst van onze geestdrift? Wat is de oogst van onze inzet voor recht en gerechtigheid, van onze barmhartigheid? Misschien waren we verhard en heeft Gods Geest ons ruimere blik gegeven, misschien waren we koud en onbuigzaam en leerden we toch om elkaar te verstaan. Er speelt heel wat in elk mensenleven. Maar gelukkig hebben we een helper gekregen zoals Jezus zegt. En vaak moeten we het daar toch van hebben.

Pinksteren, laten we vooral Gods goede Geest de ruimte geven. En dan kan de oogst alleen maar zijn dat wij er meer mens door worden.

 

Amen

Afbeelding: De verschijning van Christus

Veelvuldig gevonden op Internet: Graag vernemen wij meer over dit icoon.

In afbeeldingen van het Pinksterwonder, of het nu om iconen of westerse schilderijen gaat, duikt vaak opmerkelijk genoeg Maria op. De Moedermaagd neemt doorgaans zelfs een centrale plaats in. Zij wordt afgebeeld in het midden van de twaalf apostelen; boven elk hoofd zweeft doorgaans een tongvormige vlam, soms ook een stralenbundel. Dat Maria in het begeesterde gezelschap is, is niet zo vreemd. Maria symboliseert namelijk de Kerk, die bij Pinksteren in het aanschijn treedt. Haar plaats in het geheel is overigens ook met een beroep op de Schrift te rechtvaardigen.

Op dit Franse icoon vertoont Jezus zich midden in de bovenzaal aan de apostelen en zijn moeder.

Handelingen der apostelen 2, 1-11

        Pinksteren
Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen. Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis waar zij waren. Er verschenen hun vurige tongen, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten. Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf. Nu woonden er in Jeruzalem vrome Joden, afkomstig uit ieder volk onder de hemel. Toen dat geluid opkwam, liep de menigte te hoop en raakte in verwarring, omdat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken. Ze stonden versteld en vroegen zich verwonderd af: ‘Maar dat zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken! Hoe is het dan mogelijk dat ieder van ons de taal van zijn geboortestreek hoort? Parten en Meden en Elamieten, en bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en het Libische gebied bij Cyrene, en hier woonachtige Romeinen, Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken over de grote daden van God.’

Johannes 20, 19-23

        Verschijning aan de leerlingen
Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar. Hoewel de deur op slot was uit vrees voor de Joden, kwam Jezus. Ineens stond Hij in hun midden en zei: ‘Vrede!’ Na deze groet toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. Vreugde vervulde de leerlingen toen ze de Heer zagen. ‘Vrede’, zei Jezus nogmaals. ‘Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik jullie.’ Na deze woorden ademde Hij over hen. ‘Ontvang de heilige Geest’, zei Hij. ‘Als jullie iemand zijn zonden vergeven, dan zijn ze ook vergeven; als jullie ze niet vergeven, dan blijven ze behouden.’

Archief preken