Kies uw kerk

Preek van de week

2016-06-05. Opkomen voor het leven.

10de zondag door het jaar, C

 

Eerste lezing: 1 Koningen 17, 17-24

Evangelie: Lucas 7, 11-17

Misschien klinkt het wat banaal om te zeggen: sterven hoort bij het leven. Toch denk ik dat we die werkelijkheid wel onder ogen moeten zien. Leven en sterven horen bij elkaar. Ook bij de twee jongens in de lezingen van vandaag. Ze krijgen nieuwe levenskansen, maar ze zijn later opnieuw gestorven.

Maar als ik kijk naar de afschuwelijke beelden uit Syrië en Irak, naar de boten met vluchtelingen met honderden mensen die de tocht overzee niet overleven, beelden die ons in de afgelopen weken zo vertrouwd zijn geworden, dan wordt meteen duidelijk, denk ik, waar het hier over gaat. Sterven hoort bij het leven, maar soms, -vaak- kan de dood zo zinloos zijn.

En het is juist daarom dat de beide lezingen van vandaag zoveel vragen oproepen. Het lijkt er immers op, dat God, wanneer het Hem goeddunkt, dat Hij bij machte is om die harde wet, die stelt dat de dood onherroepelijk is, dat Hij die terzijde kan stellen. Wanneer de dood in het spel is, dan hoop je misschien op zo'n wonder, maar onze menselijke ervaring staat haaks op wat hier wordt verteld: er is geen weg terug uit de dood.

De jonge soldaten die hun leven gaven tijdens de eerste wereldoorlog, zij zijn van de aardbodem weggevaagd als vuil en hun dood is onherroepelijk. Eenzelfde gevoel krijg ik wanneer ik op de begraafplaats bij de oude Toren de graven zie van al die militairen die in de 2e wereldoorlog zijn omgekomen. Je kunt alleen maar eerbiedig wat namen in je opnemen, maar ook die zeggen je niets; eigenlijk zijn alle slachtoffers naamloos, pionnen in een zinloos gebeuren.

Ik denk daarom niet dat de lezingen van vandaag bedoeld zijn om ons illusies voor te spiegelen. Daar leent de bijbel zich niet voor. Maar als Jezus hier een naamloze jongen opnieuw tot leven roept, dan beluister ik daarin, dat je met leven niet roekeloos mag omspringen; het is iets kostbaars en ieder mens telt daarbij.
En als iemand niet aan werkelijk leven toekomt, dan moet hij daarbij geholpen worden: Christus was voor de blinde het licht in de ogen, voor de lamme een ondersteuning, voor de dorstige levend water en voor de dode de verrijzenis en het leven.
Ieder mensenleven telt. Wat hier gebeurt met de jongen uit Naim is niet zomaar een incident, het typeert het hele optreden van Jezus. En het kan een spiegel zijn voor ons.

Want de dood kan ons sterk beroeren, kan ons treffen tot in het diepst van ons hart; maar het is ook opvallend hoe roekeloos wij omspringen met het leven. In onze wereld lijkt het soms alsof een mensenleven juist géén waarde heeft.
Talloze mensen, jongeren, kinderen, ouderen, worden uitgedragen uit de poorten van de steden overal ter wereld zonder dat dit de kranten haalt of beroering wekt. Wanneer je het ongeluk hebt om geboren te worden in Afrika, Azië of Latijns Amerika, dan zijn je levenskansen minimaal. We kennen de feiten.

Maar we hoeven nog niet eens zover weg te gaan. Ook in onze eigen verzorgingsstaat lopen nogal wat mensen vast, omdat ze hier geen levenskansen zien, geen toekomst. In onze harde samenleving worden de meest gevoeligen onder ons het eerst omver gelopen. En de diverse hulpverleningsinstanties zijn eigenlijk het duidelijkste bewijs, dat we er mee rekenen dat een maatschappij als de onze nu eenmaal zijn slachtoffers kent.


Nogmaals: opstand tegen de dood moet betekenen: opkomen voor het leven. Dat is het eigenlijk wat de Heilige Schrift ons telkens voor houdt. Het is één groot pleidooi om de harde wetmatigheden van onze samenleving te breken en aan mensen perspectief te bieden, uitzicht, toekomstmogelijkheden.
En misschien moeten we dan maar beginnen heel dicht bij, met mensen waar wíj verantwoordelijk voor zijn of die voor ons verantwoordelijk zijn. Tegen hen mogen ook wij zeggen: kom sta op

 

Amen

Lucas 07, 11-17

Lucas 07, 11-17

Afbeelding: Opwekking van de zoon van een weduwe uit Naïn (1720)

door: Antonio Pellegrini (1675–1741)

Te bewonderen: Venice, S.Maria Zobenigo (S.Maria del Giglio).

1 Koningen 17, 17-24

Elia in Sarefat
De zoon van de vrouw des huizes werd ziek, en zijn ziekte werd steeds erger, totdat al het leven uit hem geweken was. Toen zei de vrouw tegen Elia: ‘Man van God, hoe heb ik het nu met u? Hebt u bij mij uw intrek genomen om mijn zonden openbaar te maken door mijn zoon te laten sterven?’ Hij antwoordde: ‘Geef uw zoon aan mij.’ Hij nam het kind uit haar armen, bracht het naar de bovenkamer waar hij logeerde en legde het kind op zijn bed. Daarop riep hij de Heer aan en zei: ‘Heer mijn God, brengt u zelfs ongeluk over de weduwe bij wie ik te gast ben, door haar zoon te laten sterven?’ Toen ging hij driemaal languit op het kind liggen. Daarbij riep hij de Heer aan en zei: ‘Heer mijn God, laat toch de levensgeest in dit kind terugkeren.’ En de Heer luisterde naar de bede van Elia: de levensgeest keerde terug in het kind en het leefde weer. Toen nam Elia het kind op, ging van de bovenkamer naar beneden, ging het huis binnen en gaf het kind aan de moeder. En Elia zei: ‘Kijk, uw zoon leeft.’ Daarop zei de vrouw tegen Elia: ‘Nu weet ik zeker dat u een man van God bent en dat de Heer werkelijk door uw mond spreekt.’

Lucas 7, 11-17

Opwekking van de zoon van een weduwe uit Naïn
Jezus ging naar de stad die Naïn heette; zijn leerlingen en een grote menigte gingen met Hem mee. Toen Hij de stadspoort naderde, werd er juist een dode uitgedragen, de enige zoon van een weduwe. Een talrijke menigte uit de stad was bij haar. Toen de Heer haar zag, was Hij ten diepste met haar begaan. ‘Huil niet’, zei Hij tegen haar. Hij liep naar de lijkbaar toe en raakte die aan. De dragers bleven staan en Hij zei: ‘Jongeman, kom overeind, zeg Ik je!’ En de dode ging rechtop zitten en begon te praten, en Hij gaf hem aan zijn moeder. Ontzag vervulde allen en ze prezen God. Ze zeiden: ‘Een groot profeet is onder ons opgestaan’, en: ‘God heeft naar zijn volk omgezien.’ Dit verhaal over Hem verbreidde zich in heel het Joodse land en in de wijde omtrek.

Archief preken