Kies uw kerk

Preek van de week

2016-06-12. Een nieuwe kans

11de zondag door het jaar, C

 

Eerste lezing: 2de boek van Samuel 12, 7-10.13

Evangelie: Lucas 7, 36-8, 3

De volksmond, het gepraat over mensen, zal het ooit eens ophouden? Het steeds maar negatief praten over mensen zorgt ervoor dat mensen nooit een nieuwe kans krijgen.

Nieuwe kansen en die ook benutten, het kan een echte uitdaging zijn. We zien vandaag daarvan twee voorbeelden. Zowel God als Jezus, geven mensen een nieuwe kans. God door David vergiffenis te schenken als hij berouw toont over de moord op Uria, wiens vrouw hij onrechtmatig tot zich heeft genomen. Jezus, geeft de naamloze vrouw een nieuwe kans door haar de ruimte te geven Hem aan te raken en haar verdriet te laten zien.

Wie geen kans geeft op een nieuwe toekomst is de Farizeeër Simon. Hij schijnt van alles te weten over de vrouw die Jezus benadert. Hij stoort zich aan haar aanwezigheid en aan haar gedrag. Immers, Jezus is bij hem op bezoek en niet bij haar. Simon heeft hier het recht op alle aandacht, vindt hijzelf.

Maar waar houden rechten op? Als gastheer heeft de Farizeeër Jezus wel welkom geheten in zijn huis, maar Jezus verder alle voorrechten van de gast onthouden. De voeten werden niet gewassen, het hoofd niet gezalfd en bij het binnenkomen is Jezus de welkomstkus onthouden.
Alles wat Simon geweigerd heeft te doen als gastheer, deed de naamloze vrouw.


Mensen worden vastgepind op hun verleden. De Kerk en haar leden zouden bij uitstek de plaats kunnen en moeten zijn waar mensen een nieuwe toekomst krijgen. Een toekomst met nieuwe en gelijke kansen.

Ook in onze parochie, in onze familie- en vriendenkring zijn er mogelijkheden te over om mensen werkelijk vergeving te schenken in de volle overtuiging hen daarmee een nieuwe kans te bieden.

De vraag is: Durven we dat ook?

 

Amen

Lucas 07, 36-50

Lucas 07, 36-50

Afbeelding: Feast in the House of Simon the Pharisee

door: Pieter Paul Rubens (1577 - 1640)

Afmetingen: 189x284,5 cm

Datum:. 1618-1620

Te bewonderen: The Hermitage, St Petersburg, Rusland

Rubens schildert het dramatische conflict tussen de Farizeeën en Christus. De Farizeeën 'wereld van materiële waarden’ versus de christelijke wereld van verheven ideeën en nobele daden, een wereld van sympathie, liefde en goedheid.
Christus en zijn discipelen ageren met woorden, tegen de Farizeeën, op wiens gezichten we onbegrip, ergernis en zelfs woede kunnen lezen. Het conflict tussen de twee tegengestelde benaderingen van het leven wordt nog eens extra benadrukt door de structuur van het schilderij en het gebruik van kleur. Let op de basis van het contrast: de linkerkant van de voorstelling, bezet door Simon de Farizeeër, is vol wervelende beweging en wordt gekenmerkt door kleine, gebroken vormen. De rechterkant, gedomineerd door de figuur van Christus, bestaat uit rustige lijnen en grote kleurvlakken.

2de boek van Samuel 12,7-10.13

De straf van David
Toen sprak Natan tot David: ‘Die man, dat bent u! Zo spreekt de Heer, de God van Israël: “Ik heb u gezalfd tot koning over Israël; Ik heb u bevrijd uit de macht van Saul; Ik heb u het huis van uw heer geschonken en u de beschikking gegeven over zijn vrouwen; Ik heb u het huis van Israël en Juda gegeven en als dat te weinig was geweest, dan had Ik er nog evenveel aan willen toevoegen. Waarom hebt u dan het gebod van de Heer geminacht en iets gedaan dat Hem mishaagt? Uria de Hethiet hebt u met het zwaard geslagen, zijn vrouw hebt u tot vrouw genomen, en hemzelf hebt u vermoord door het zwaard van de Ammonieten. Daarom zal het zwaard nooit meer wijken van uw huis, omdat u Mij hebt geminacht, en de vrouw van Uria de Hethiet tot vrouw hebt genomen.
Toen zei David tegen Natan: ‘Ik heb tegen de Heer gezondigd.’ Natan antwoordde: ‘Dan heeft de Heer u deze zonde vergeven: u zult niet sterven.

Lucas 7, 36 - 8, 3

Aan tafel bij een farizeeër; een zondige vrouw
Een van de farizeeën vroeg Hem om te komen eten. Hij kwam in het huis van de farizeeër en ging aan tafel. In diezelfde stad woonde een zondige vrouw. Toen zij vernam dat Hij aanlag in het huis van de farizeeër, ging ze erheen met een albasten fles balsem. Huilend ging ze achter Hem staan, bij zijn voeten. Met haar tranen maakte ze zijn voeten nat en met de haren van haar hoofd droogde ze die. Ze kuste zijn voeten en zalfde ze met balsem. Toen de farizeeër die Hem had uitgenodigd, dit zag, zei hij bij zichzelf: ‘Als Hij een profeet was, zou Hij weten wat voor vrouw het is die Hem aanraakt; Hij zou weten dat het een zondares is.’ Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Simon, Ik heb u iets te zeggen.’ Hij zei: ‘Zeg het, Meester.’ ‘Een geldschieter had twee schuldenaars. De een was hem vijfhonderd denariën schuldig, de ander vijftig. Ze konden het geen van beiden terugbetalen, en daarom schonk hij het hun. Wie van hen zal nu het meest van hem houden?’ ‘Ik veronderstel,’ zei Simon, ‘degene aan wie hij het meeste geschonken heeft.’ ‘Dat is juist’, zei Jezus.  Daarop keerde Hij zich om naar de vrouw en zei tegen Simon: ‘Ziet u deze vrouw? Ik kwam uw huis binnen. Water voor mijn voeten hebt u Me niet gegeven, maar zij heeft met tranen mijn voeten nat gemaakt en ze met haar haren afgedroogd. Een kus hebt u Me niet gegeven, maar zij heeft sinds Ik hier binnenkwam onophoudelijk mijn voeten gekust. Mijn hoofd hebt u niet met olie gezalfd, maar zij heeft mijn voeten gezalfd met balsem. Daarom zeg Ik u dat haar vele zonden vergeven zijn, getuige haar grote liefde. Maar wie weinig wordt vergeven, heeft weinig liefde.’ Tegen haar zei Hij: ‘Uw zonden zijn vergeven.’ De andere gasten zeiden toen onder elkaar: ‘Wie is deze man, die zelfs zonden vergeeft?’ Tegen de vrouw zei Hij: ‘Uw vertrouwen is uw redding. Ga in vrede.’

Vrouwen trekken met Jezus mee
In de tijd die daarop volgde trok Hij door steden en dorpen om de goede boodschap van het koninkrijk van God te verkondigen. De twaalf vergezelden Hem,] en ook enkele vrouwen, die van boze geesten en ziekten genezen waren – Maria van Magdala, uit wie zeven demonen waren weggegaan, Johanna, de vrouw van Chusas, een hoge beambte van Herodes, en Susanna – en nog vele andere vrouwen, die hen uit eigen middelen onderhielden.

Archief preken