Kies uw kerk

Preek van de week

2017-12-03. Hemelse plek in onze chaotische wereld

Preek 1ste zondag van het jaar, B

 

Eerste lezing: Jesaja 63, 16b-17, 19b; 64, 3b-8

Evangelie: Marcus. 13, 33-37

Vandaag begint de Advent. U ziet de stal al klaar staan. We gaan op zoek naar die plaats waar hemel en aarde elkaar raken, we gaan op weg naar het kind in de kribbe. Het is een droom, een visioen. Het moet toch mogelijk zijn om van onze wereld een plaats te maken waar het niet meer gaat om euro’s, dollars, dictators, drugs en criminaliteit, maar om mensen die iets hebben met elkaar.

Marcus 13, 33-37

Marcus 13, 33-37

We leven in een chaotische wereld. De berichtgeving in krant en tv houdt ons voortdurend de chaos voor ogen waarover het evangelie spreekt. En de liturgie wil aan het begin van het nieuwe kerkelijke jaar niet dat we daarvoor de ogen sluiten. We moeten de werkelijkheid waarin we leven onder ogen zien. Maar tegelijk moeten we die droom, dat visioen niet uit het oog verliezen.

Het is voor mensen niet eenvoudig de weg naar die stal te vinden. We hebben vandaag nog maar een lege stal. Wat heeft die te bieden aan dromen en toekomst? Misschien is er geen beter beeld te vinden voor talloze mensen die op de vlucht zijn en nauwelijks een dak boven hun hoofd hebben. Velen van hen zullen zich ook herkennen in het gebed van Jesaja in de eerste lezing.

Het is ontroerend zoals Jesaja bidt tot God. Zelfs wanneer men het gewoon verleerd is of vergeten om Gods naam aan te roepen, zelfs dan vergeet God zijn volk niet. De profeet spreekt zijn diepe vertrouwen uit dat God hoort wat er in de harten van mensen omgaat en dat Hij zo nodig tussenbeide zal komen.

Wanneer wij hier samenkomen - van week tot week- dan hopen ook wij daar op. Bij alle chaos in de wereld moet er toch een God zijn die ons hoort en ziet! Onze lege kerken doen vermoeden dat steeds meer mensen die hoop verloren hebben. Want er is ook veel chaos in ons hart. Maar ieder die beseft dat hij de werkelijkheid niet naar zijn hand kan zetten gaat toch zoeken naar die plaats – zoals ik aan het begin zei – waar hemel en aarde elkaar raken. Onze bisschop Mgr. De Korte verwoordde het onlangs nog. Hij zei: het grote probleem van kerk en religie in onze dagen is de vraag naar God. Wie is Hij voor ons?

Vorige zondag hebben we als afsluiting van het kerkelijk jaar het feest gevierd van Christus koning. Christus zit op zijn rechterstoel en oordeelt over mens en wereld. Gelukkig is er een God die mensen recht doet denken we dan. Maar Hij beroept zich wel op onze verantwoordelijkheid. Wij zijn het die aan elk mensenkind dat geboren wordt toekomst moeten geven wij zijn het die zorg moeten hebben voor onze naaste. Dat is het visioen dat Jezus voor ogen stond. En de vraag is voor ieder van ons: heb ik daar aan bij gedragen. Het feest van Christus koning is eigenlijk een groot gewetensonderzoek.
En de resultaten van dat gewetensonderzoek dragen we mee in het nieuwe kerkelijk jaar. Het gaat er om dat wij samen toch dat visioen in leven houden. Het gaat er om dat de handen uit de mouwen steken en dat wij stukje bij beetje iets waar maken van dat visioen, dat wij van onze oude aarde een plek maken waar niet de chaos heerst, waar mensen niet aan hun lot worden overgelaten en kinderen toekomst hebben.

Kortom: We staan aan het begin van een nieuw kerkelijk jaar.
Advent, de Heer komt, als kind. Weerloos, maar aan ons toevertrouwd. En het is aan ons om dat kind toekomst te geven, waar het ook op onze wereld geboren wordt. Laten we op weg gaan naar de stal, die hemelse plek van dromen en visioenen in onze chaotische wereld.

 

Amen.

Jesaja 63, 16b-17, 19b; 64, 3b-8

        Een smeekpsalm
U, heer, onze vader, van oudsher heet U onze verlosser. Waarom, heer, liet U ons van uw wegen afdwalen, waarom liet U ons hart verstenen, zodat het U niet meer vreest? Keer terug, omwille van uw dienstknechten, de stammen die uw eigendom zijn.
Als U de hemel toch openscheurt om af te dalen! De bergen zouden wankelen voor uw aangezicht.
Geen oor heeft het vernomen, en geen oog heeft een god buiten U gezien, die zo optreedt voor de mensen die op Hem vertrouwen. U ontmoet mensen die recht doen, en uw wegen gedenken. U bent kwaad, want wij zondigden. U bent kwaad op ons omdat we zondigden, toch worden wij gered. Wij hebben ons allemaal verontreinigd, heel onze gerechtigheid werd als bevlekte kleren; wij zijn allen als verwelkte bladeren de wind van onze zonden blaast ons weg. Niemand is er die uw naam nog aanroept, niemand heeft de moed om op U te steunen; want U hebt uw gelaat voor ons verborgen, en ons prijsgegeven aan onze schuld. En toch, heer, bent U onze vader. Wij zijn de leem, U bent de boetseerder, wij zijn allen het werk van uw hand. heer, wees niet te zeer kwaad. Gedenk niet eeuwig onze schuld; kijk op ons neer, wij zijn allen uw volk.

Evangelie: Marcus. 13, 33-37

        Onderricht over het einde
Kijk uit, wees waakzaam. Want je weet niet wanneer het moment daar is. Het is als met iemand die naar het buitenland is, zijn huis heeft achtergelaten en het beheer heeft overgedragen aan zijn knechten, ieder zijn eigen taak, en aan de poortwachter heeft opgedragen om waakzaam te zijn. Wees dus waakzaam, want je weet niet wanneer de heer des huizes komt, ’s avonds laat of midden in de nacht of bij het kraaien van de haan of bij het eerste ochtendlicht, zodat hij niet onverwacht komt en jullie in slaap vindt. Wat Ik jullie zeg, zeg Ik tegen iedereen: wees waakzaam.’

Archief preken