Kies uw kerk

Preek van de week

2017-12-17. Godsstem = mijn stem

Preek 3de zondag van het jaar, B

 

Eerste lezing: Jesaja 61, 1-2a. 10-11

Evangelie: Johannes 1, 6-8. 19-28

Het is een wonderlijk gesprek dat daar plaats vindt aan de overzijde van de Jordaan! Tot driemaal toe zegt Johannes wie hij niet is! Hij geeft daarmee te kennen dat het niet om zijn persoon gaat maar om het Licht waarvan hij kwam getuigen. Hij noemt zichzelf een 'stem' en dat brengt ons terug bij het begin van de Bijbel. Daar horen we dat God sprak en de wereld ontstond. Ook het begin van het evangelie van Johannes verwijst naar het Woord: 'In het begin was het Woord en het Woord was God'.

Johannes 1, 6-8. 19-28

Johannes 1, 6-8. 19-28

Als je dat met eigen woorden zou moeten zeggen, dan betekent het dat het eerste woord aan God is, die zichzelf uitspreekt en aan mensen te kennen geeft. God zoekt de mensen tot op vandaag! Als Johannes zich 'een stem' noemt dan verwijst hij naar dat spreken van God waarvan hij de getuige is! Hij roept opnieuw wakker wat er over God is gezegd door profeten. Zij hebben door de eeuwen heen gesproken over Gods trouw aan mensen, over zijn beloftevolle Naam die altijd weer licht ontstoken heeft waar duisternis en chaos was. De God die sprak 'er zij 'licht' heeft in mensen vanouds de verwachting gewekt van een nieuwe aarde waar gerechtigheid heerst, waar geslagen harten troost vinden en er bevrijding komt voor allen die vastgeketend zijn.

Ook de plaats waar de Voorloper over zichzelf getuigt is van belang. Die plaats roept de herinnering op aan de grote bevrijding die het volk onder Mozes heeft beleefd, toen zij uit de onderdrukking van farao weg zijn getrokken en de vrijheid van een nieuw land tegemoet zijn gegaan.

Wanneer God mensen roept is dat om hen tot bevrijde mensen te maken die leven in het licht en getekend worden door gerechtigheid. De woorden die Jezus tot ons zal spreken zullen ons doordringen van zijn gezindheid en dopen in zijn Geest.

Wanneer Johannes tenslotte zegt dat 'midden onder u staat Hij die gij niet kent', dan roept hij zijn toehoorders van toen en ook ons nu op om opnieuw te gaan horen naar die stem, de roepstem van God die ons tot een nieuw leven uitnodigt.

Hij zegt het op een plaats die Betanië heet, wat betekent het 'huis van de arme', want juist in arme en niet door ons geachte mensen - daar waar wij het niet verwachten - , wordt die stem gehoord. In die stem klinkt mee het oeroude visioen van een goede aarde voor mensen van Gods welbehagen.

We hebben vandaag gehoord dat de ‘stem’ en de ‘plaats’ belangrijk is. Wij zijn vandaag Godsstem en de plaats waar Godsstem gehoord mag worden, is de plaats waar we wonen. Als we dit samen doen zal er eens vrede op aarde zijn, voor alle mensen van goede wil.

Gezegende Advent.

 

Amen.

Afbeelding: De prediking van Johannes de Doper

        Door: Francesco Bacchiacca (1494 – 1557 Italië)

Afmetingen (HxB): (68.5 x 92 cm)

Techniek: Olieverf op hout

Datum: ca. 1520

Te bewonderen in: Museum of Fine Arts, Budapest , Hongarije (gesloten tot de herfst van 2018)

Jesaja 61, 1-2a. 10-11

        Profetie over de komende glorie
De geest van God, de Heer, rust op mij, want de Heer heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan verslagen harten hoop te bieden, om aan gevangenen hun vrijlating bekent te maken en aan geketenden hun bevrijding, om een genadejaar van de Heer uit te roepen en een dag van wraak voor onze God, om allen die treuren te troosten.
Ik vind grote vreugde in de Heer, mijn hele wezen jubelt om mijn God. Hij deed mij het kleed van de bevrijding aan, hulde mij in de mantel van de gerechtigheid, zoals een bruidegom een kroon opzet, zoals een bruid zich tooit met haar sieraden. Want zoals de aarde haar gewassen voortbrengt, zoals een tuin het gezaaide laat ontkiemen, zo laat God, de Heer, gerechtigheid ontkiemen en glorie voor het oog van alle volken.

Evangelie: Johannes 1, 6-8. 19-28

        Het Woord is mens geworden
Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht:
Dit is het getuigenis van Johannes. De Joden hadden vanuit Jeruzalem priesters en Levieten naar hem toe gestuurd om hem te vragen: ‘Wie bent u?’ Hij gaf zonder aarzelen antwoord en verklaarde ronduit: ‘Ik ben niet de Messias.’ Toen vroegen ze hem: ‘Wie dan? Bent u Elia?’ Hij zei: ‘Die ben ik ook niet.’ ‘Bent u de profeet?’ ‘Nee,’ antwoordde hij. ‘Maar wie bent u dan?’ vroegen ze hem. ‘Wij moeten antwoord kunnen geven aan degenen die ons gestuurd hebben – wie zegt u zelf dat u bent?’ Hij zei: ‘Ik ben de stem die roept in de woestijn: “Maak recht de weg van de Heer,” zoals de profeet Jesaja gezegd heeft.’ De afgevaardigden die uit de kring van de farizeeën kwamen, vroegen verder: ‘Waarom doopt u dan, als u niet de Messias bent, en ook niet Elia of de profeet?’ ‘Ik doop met water,’ antwoordde Johannes. ‘Maar in uw midden is iemand die u niet kent, hij die na mij komt – ik ben het niet eens waard om de riemen van zijn sandalen los te maken.’ Dit gebeurde in Betanië, aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes doopte.

Archief preken