Kies uw kerk

Preek van de week

2018-02-14. We mogen het samen doen

Preek As-Woensdag, B

 

Eerste lezing: Joël 2, 12-18

Evangelie: Matteüs 6, 1-6. 16-18

De veertigdagentijd die we nu ingaan, is voor christenen een kans, een tijd om ons voor te bereiden op Pasen. De normale door de weekse gang wordt onderbroken om ruimte te maken voor bezinning en bekering.
Veertig dagen: een ruime tijd om te onderzoeken en na te denken waartoe we bestaan. Dat klink misschien ingewikkeld en moeilijk, maar de veertigdagentijd brengt ons hopelijk tot besef hoe we mens zijn en hoe we met ons geloof omgaan. Onze menswording in volle breedte en diepte van het woord van God.
We herkennen dan ook de oproep van de profeet Joel: niet je kleren moeten scheuren, maar je hart. Het gaat ten diepste om de vraag, van waaruit we leven.
Het evangelie geeft drie wegen aan om tijdens de veertigdagentijd te bewandelen:
Het vasten zelf, aalmoezen geven en het bidden. Deze drie elementen horen bij elkaar.

Het lichamelijk vasten lijkt een bezigheid uit lang vervlogen tijden, maar tegenwoordig komt er opnieuw aandacht voor. Soms komt het voor dat een mens als vanzelf vast. Als je heel bedroefd ben of voor iets spannends staat, kun je geen hap door je keel krijgen. Zoiets lijkt in de eerste lezing van vandaag aan de hand: het volk is zich zijn schuld zo bewust geworden, dat het gaat vasten en treuren.

Vasten scherpt de aandacht van de mens en dat is goed voor de mens die wil bidden. Bidden is immers niet allereerst spreken met God. Het gaat om het letten op God, kijken of je sporen van God in het leven om je heen, maar ook in je eigen leven kunt ontdekken. Het is ook luisteren naar het Woord van God. Letten op wat de lezingen je persoonlijk hebben te vertellen. Wat raakt je, wat ontroert je, of waar wordt je angstig van, of misschien wel boos. Pas daarna komt het antwoorden: alles aan God voorleggen, om Zijn ontferming vragen, hem prijzen.

Waar door het vasten de aandacht aangescherpt is, kunnen we ook beter luisteren naar de roeping van God. Horen we ook de roep van de medemens in nood. Doordat je gevast hebt valt er gemakkelijker te delen met de mens die het minder heeft. In het evangelie wordt dat genoemd: gerechtigheid beoefenen of aalmoezen geven.

Matteu 6, 1-6. 16-18

Matteu 6, 1-6. 16-18

Het is goed om het bidden, vasten en het geven van aalmoezen ook gezamenlijk te beoefenen. Anders sta je er helemaal alleen voor en dan kunnen dingen gemakkelijk verslappen. Daarom willen we ook weten dat we tot een gemeenschap behoren. Zo kunnen we elkaar scherp houden, bemoedigen en ondersteunen waar nodig.

 

U allen een verdiepende veertigdagentijd gewenst.

Amen

Gravure in CHRISTOPHORUS (1654)

Gevonden op: www.beeldmeditaties.nl

Een gravure uit de 17e eeuw. Het is de kerkvader Sint Hiëronymus. Na enige tijd in Rome te hebben doorgebracht als secretaris van de toenmalige paus, trok hij zich terug in de woestijn rond Bethlehem in Palestina. Daar leidde hij het leven van een kluizenaar. Naast vasten en gebed legde hij zich toe op de studie van de Bijbel. Daarop wijst het boek dat we op de afbeelding achter hem zien liggen.

Als kluizenaar bracht hij in praktijk wat we vandaag Jezus horen zeggen. Zo had Jezus het zelf gedaan aan het begin van zijn openbaar leven. Hij had zich teruggetrokken in de woestijn en was het gevecht aangegaan tegen de verleidingen. Als Hiëronymus zich dus terugtrekt als kluizenaar, wil hij de rest van zijn leven stilstaan bij het geheim van die eerste veertig dagen van Jezus’ openbaar leven. We zien hem bijna naakt geknield voor een kruisbeeld. Met de rechterhand klopt hij zich op de borst, symbool van het bekennen van eigen fouten en tekorten. Daarbij ziet hij op naar Jezus aan het kruis, wetend dat hij van daar vergeving en liefde zal ontvangen.

Achter hem op het boek zien we een doodshoofd. Een vast symbool op afbeeldingen van kluizenaars en kluizenaressen. Vandaag ook voor ons heel toepasselijk. Want bij het ontvangen van het askruisje kunnen we te horen hebben gekregen: ‘Gedenk dat je stof bent, en tot stof zult wederkeren.’

Joël 2, 12-18

        Oproep tot bekering
Maar ook nu nog – Godspraak van de Heer: 'Keer u om naar Mij met heel uw hart, vastend, wenend en rouwend.’ Scheur uw hart en niet uw kleren, keer u om tot de Heer uw God, want genadig is Hij en genadig, barmhartig, toegevend en vol liefde, en Hij heeft spijt over het onheil. Wie weet, zal Hij omkeren en krijgt Hij spijt, en laat dan zegen achter zich,  een huldigingsoffer en een plengoffer voor de Heer, uw God! Blaas de bazuin op Sion, kondig een heilige vastentijd af, roep een plechtige bijeenkomst bijeen. Verzamelt het volk, beleg een heilige bijeenkomst, brengt de oudsten samen en verzamelt ook de kinderen en de zuigelingen; laat de bruidegom zijn kamer verlaten en de bruid haar bruidsvertrek. Laat tussen de voorhal en het altaar de priesters, die de dienst van de Heer verrichten, wenen en zeggen: Spaar uw volk, Heer, laat niet met uw erfdeel spotten, laat de heidenen het niet overheersen. Waarom zouden we onder de volken zeggen: Waar blijft hun God? Toen is de Heer voor zijn land opgekomen en heeft Hij zijn volk gespaard.

Matteüs 6, 1-6. 16-18

        De Vader ziet in het verborgene
Pas op dat jullie je gerechtigheid niet beoefenen voor de ogen van de mensen, om door hen gezien te worden. Anders wacht je geen loon bij jullie Vader in de hemel. Dus wanneer je barmhartig bent, loop er dan niet mee te koop, zoals de schijnheiligen dat doen in de synagogen en op straat, om door de mensen geprezen te worden. Ik verzeker jullie, zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als je barmhartig bent, laat dan je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet. Opdat je barmhartigheid in het verborgene gebeurt, en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je belonen. En wanneer je bidt, wees dan niet als de schijnheiligen, zij staan graag in de synagogen en op de straathoek te bidden, om op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al ontvangen. Maar als je bidt, ga dan je binnenkamer in, doe de deur dicht, en bid tot je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je belonen.
Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht als de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht, opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; En je Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.

Archief preken