Kies uw kerk

Preek van de week

2018-02-25. Inspiratie

Verhaal 3de zondag in de veertigdagentijd 2018, A

 

Eerste lezing: Genesis 22, 1-2.9a. 10-13. 15-18

Evangelie: Marcus 9, 2-10


Aangezien op deze zondag de Beste communicanten 2018 zich hebben voorgesteld, is er voor deze viering geen Preek. Voor deze zondag een verhaal dat ook gebruikt is in de gebedswake van maandag 19 februari 2018. Ook een twee impressie foto´s van de dienst.
 

Inspiratie


En toen verscheen de vos.
Goede morgen, zei de vos.
Goede morgen, zei de kleine prins beleefd, en draaide zich om, maar zag niets.
Hier ben ik, onder de appelboom, zei de stem.
Wie ben je, vroeg het prinsje, je bent beeldig.
Ik ben een vos, zei de vos.
Kom met mij spelen, stelde het prinsje voor. Ik ben zo verdrietig.
Ik kan niet met je spelen, zei de vos, ik ben niet tam.
O, pardon, zei de kleine prins.

Maar bij nader inzien vroeg hij: Wat is dat “tam”?
Jij komt niet hier uit de buurt, zei de vos, wat zoek je hier?
Ik zoek de mensen, zei het prinsje.
Wat betekent “tam “?
Dat is maar al te zeer een vergeten woord, zei de vos
Het betekent “Verbonden”
“Verbonden”?
Ja zeker, zei de vos. Jij bent voor mij maar een klein jongetje als alle andere kleine jongetjes. En ik heb je niet nodig. Ik ben voor jou een vos zoals alle andere vossen.
Maar als je me tam maakt, dan zullen we elkaar nodig hebben.
Dan ben je voor mij enig op de wereld en ben ik voor jou enig op de wereld.
Ik begin het te begrijpen, zei de kleine prins.
Er is een bloem…die mij geloof ik tam heeft gemaakt.
Dat is best mogelijk, zei de vos. Men ziet van alles op de aarde.
O maar dit is niet op de aarde.
De vos keek erg nieuwsgierig: op een andere planeet?

Marcus 9, 2-10

Marcus 9, 2-10

Ja.
Zijn daar ook jagers op die planeet?
Nee.
Dat is geweldig…en kippen?
Nee.
Niets is volmaakt, zuchtte de vos.
Maar de vos ging door met zijn uitlegging.
Mijn leven is eentonig.
Ik jaag kippen en de mensen jagen mij.
Alle kippen lijken op elkaar en alle mensen lijken op elkaar.
Dus verveel ik me wel een beetje.
Maar als jij me tam maakt dan wordt mijn leven vol zon.
Dan ken ik voetstappen die van anderen verschillen.
Voor andere voetstappen kruip ik weg onder de grond, maar jouw stap zal me juist uit mijn hol roepen, als muziek!
De vos werd stil en keek het prinsje lang aan: als je blieft…wil je mij tam maken? Vroeg hij.
Ja dat wil ik wel, antwoordde de kleine prins. Maar veel tijd heb ik niet. Ik moet vrienden ontdekken en allerlei dingen leren kennen.
Alleen de dingen die je tam maakt leer je kennen, zei de vos, de mensen hebben geen tijd meer om iets te leren kennen.
Ze kopen dingen klaar in de winkels. Maar doordat er geen winkels zijn die vrienden verkopen hebben de mensen geen vrienden meer. Als je een vriend wilt, maak mij dan tam.
Wat moet ik dan doen? Vroeg het prinsje.
Je moet véél geduld hebben antwoordde de vos.
Kijk je gaat eerst een eindje van mij afzitten. Ik bekijk je eens tersluiks en jij zegt niets.
Woorden geven maar misverstand.
Maar je kunt iedere dag een beetje dichterbij komen zitten.
De volgende dag kwam het prinsje terug.

Communicanten 2018

Communicanten 2018

Communicanten 2018

Communicanten 2018

Afbeelding: De Transfiguratie

       Door: Giovanni Bellini (1430 – 1516)

Afmetingen: 116x 154 cm

Techniek: olieverf op paneel

Datum: ca. 1480

Te bezichtigen in: museum di Capodimonte, Napels, Italië.

De samenstelling is gericht op Christus en de profeten Elias en Mozes, die in bovennatuurlijke verlichting en scherpte zijn geschilderd. De apostelen, die op de grond liggen overwegen het wonder, reagerend op de stralende figuren, het gewaad en samengesteld uit oker die integreren in het omringende landschap. Op de achtergrond een panorama van bergen met verschillende gebouwen en in de verte wandelaars en herders. Bellini schildert de stam van een dode boom en een balustrade, gevormd door stokken, dat hun beschermt tegen de steile open kloof naast de weg. Dit is symbolisch voor de uitleg die Jezus heeft gegeven dat hij uit de doden zou opstijgen.

Genesis 22, 1-2.9a. 10-13. 15-18

        De beproeving van Abraham
Enige tijd later stelde God Abraham op de proef. ‘Abraham!’ zei hij. ‘Ik luister,’ antwoordde Abraham. ‘Roep je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt, Isaak, en ga met hem naar het gebied waarin de Moria ligt. Daar moet je hem offeren op een berg die ik je wijzen zal.'
Toen ze waren aangekomen bij de plaats waarover God had gesproken, bouwde Abraham daar een altaar, schikte het hout erop, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, op het hout.
Toen pakte hij het mes om zijn zoon te slachten. Maar een engel van de Heer riep vanuit de hemel: ‘Abraham, Abraham!’ ‘Ik luister,’ antwoordde hij. ‘Raak de jongen niet aan, doe hem niets! Want nu weet ik dat je ontzag voor God hebt: je hebt mij je zoon, je enige, niet willen onthouden.’ Toen Abraham opkeek, zag hij een ram die met zijn horens verstrikt was geraakt in de struiken. Hij pakte het dier en offerde dat in de plaats van zijn zoon.
Toen sprak de engel van de Heer opnieuw vanuit de hemel tot Abraham. Hij zei: ‘Ik zweer bij mijzelf – spreekt de Heer: Omdat je dit hebt gedaan, omdat je mij je zoon, je enige, niet hebt onthouden, zal ik je rijkelijk zegenen en je zo veel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn en zandkorrels op het strand langs de zee, en je nakomelingen zullen de steden van hun vijanden in bezit krijgen. En alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jouw nakomelingen. Want jij hebt naar mij geluisterd.’

Evangelie: Marcus 9, 2-10

        Jezus met Mozes en Elia
Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee een hoge berg op, waar Hij met hun alleen was. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, en zijn kleren werden schitterend wit, zoals geen bleker op aarde ze maken kan. Elia verscheen hun, samen met Mozes, in gesprek met Jezus. Petrus zij daarop tegen Jezus: ‘Rabbi, het is maar goed dat wij hier zijn; laten we drie hutten maken, een voor U, en voor Mozes een, en voor Elia een.’ Want hij wist niet wat hij hierop moest zeggen; zo vol ontzag waren ze. Er kwam een wolk die hun overdekte, en er klonk een stem uit de wolk: ‘Dit is mijn geliefde Zoon; luister naar Hem!’ Toen ze rondkeken zagen ineens niemand meer, alleen Jezus, was bij hen. Terwijl ze van de berg afdaalden, bezwoer Hij hun niemand te vertellen wat ze gezien hadden, voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan. Dit woord grepen ze aan om onder elkaar te bespreken waarop dat ‘uit de doden opstaan’ sloeg.

Archief preken