Kies uw kerk

Preek van de week

2018-06-10. De mens als God

Preek 10de zondag van het jaar, B

Eerste lezing: Genesis 3, 9-15

Evangelie: Marcus  3, 20-35

Altijd al is de mens nieuwsgierig geweest naar de antwoorden op vragen als: wat is goed en kwaad, waar komen we vandaag en waar gaan we naar toe? Het volk Israël heeft zichzelf dezelfde vragen gesteld. Zo droomde dit volk van een paradijs, nu een verloren paradijs. Het was er goed, zegt de verteller, het was er zeer goed! Maar waar is het gebleven?

Wat is er dan gebeurd. Wat heeft de mens met het goede van God gedaan. Wat is dat toch met de mens die zich weer in de nesten werkt? Wat doen Adam en Eva met het goede van God, dat het zo slecht met hen afloopt? Is het omdat de mens geroepen is om met en voor God te leven en niet als God?

Over die vraag heeft onze verteller nagedacht en laten we weten, dat het niet meer is dan een verhaal. We mogen er geen historie van maken door te zeggen dat in het begin alles goed, dus beter was. Alles was toen goed, en het is nu niet beter of slechter goed.

Het lijden en dood zitten in de schepping ingebakken. Dat is een bitter raadsel en niemand die het antwoord weet. Het kwaad gaat niet buiten God om, immers God heeft ook de slang gemaakt. Toch zijn Adam en Ava geen willoze slachtoffers van de slang. Ze hadden de keuze om niet naar de slang te luisteren, ze hadden het echt niet moeten doen. Omdat ze het wel gedaan hebben, zijn ze zelf verantwoordelijk.

De slang is slim en goed gebekt. Zo is het met alles wat het daglicht eigenlijk niet kan verdragen, waarvan onze ouders ons zo vaak hebben gezegd: doe het niet! “Afblijven, Nergens aankomen, ik mag ook nooit wat”, Ik hoor het me allemaal nog zeggen vanuit mijn kinderjaren.

Lidwina op het ijs

Lidwina op het ijs

En dan als mens voel je je betrapt, als jet het toch gedaan hebt en de ander het gezien heeft. Met Adam en Eva voelen we ons naakt, de naakte waarheid is aan het licht gekomen!

En dan geven we elkaar ook nog de schuld. Adam geeft de schuld aan God en Eva aan de slang. Met de slang treedt God niet in discussie, het kwaad is geen woord waardig.
Wel gaat God het gesprek aan met de mens, want wie zich vergoddelijkt, ontmenselijkt zichzelf. God stelt ons verantwoordelijk. Dat deed Hij toen, dat doet Hij nu. We zijn geen speelbal van de slang of de noodlotsmachten. Een mens is een verantwoordelijk wezen en daarin mogen wij gelijk zijn aan God. Zo is de mens als God!

 

Amen.

Lidwina valt op het ijs

        Schilder: (Jan Dunselman (1863 - 1931)

Datum: 1890

Te bewonderen in: Liduina Basiliek Schiedam, Nederland


Lidwina werd geboren op Palmzondag en groeide op in een gezin met acht broers. Op 12-jarige leeftijd werd ze ten huwelijk gevraagd, maar ze wees dit aanbod resoluut af omdat ze haar leven aan God wilde wijden. Op 15-jarige leeftijd ging ze samen met vriendinnen schaatsen op de dichtgevroren Maas. Ze viel en brak daarbij een rib, waarna ze koudvuur opliep. Ze bleef hierdoor de rest van haar leven verlamd en aan bed gekluisterd.

Lidwina beleefde visioenen, waarin zij samen met haar engelbewaarder Rome, het Heilig Land, hemel, hel en vagevuur bezocht. Tijdens één van haar reizen naar het paradijs zag zij een rozenstruik. Haar engelbewaarder gaf haar een tak en vertelde haar, dat ze niet zou sterven voordat alle rozen uitgekomen waren. Pas na achtendertig jaar lijden kwam er een eind aan haar leven. Ze zag in haar laatste visioen een bloeiende rozenstruik en stierf.

Genesis 3, 9-15

        Verdrijving uit de tuin
God, De Heer, riep de mens en vroeg hem: ‘Waar ben je?’ Hij antwoordde: ‘Ik hoorde U in de tuin, en toen werd ik bang omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij verborgen.’ Maar Hij zei: ‘Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom die Ik verboden heb?’ De mens antwoordde: ‘De vrouw die U mij als gezellin gegeven hebt, heeft mij van die boom gegeven, en toen heb ik gegeten.’ Daarop vroeg de heer God aan de vrouw: ‘Hoe heb je dat kunnen doen?’ De vrouw zei: ‘De slang heeft mij verleid, en toen heb ik gegeten.’ De heer God zei toen tegen de slang: ‘Omdat je dit gedaan hebt, ben je vervloekt, onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten! Op je buik zul je kruipen en stof zul je eten, alle dagen van je leven! Vijandschap sticht Ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw kroost en het hare. Het zal jouw kop bedreigen, en jij zijn hiel!’

Marcus 3, 20-35

        Hoe kan de satan de satan uitdrijven?
Hij ging naar huis. En weer stroomde de menigte samen, zodat ze niet eens de gelegenheid kregen om brood te eten. jn familie, die over Hem gehoord had, ging eropuit om Hem in bedwang te houden; want ze zeiden dat Hij zichzelf niet was. Ook de Schriftgeleerden die uit Jeruzalem waren gekomen, zeiden: ‘Hij is in de macht van Beëlzebul’ en ‘Het is door de opperdemon dat Hij de demonen uitdrijft.’ Hij riep hen bij zich en sprak hen toe met vergelijkingen: ‘Hoe kan de satan de satan uitdrijven? Als een koninkrijk innerlijk verdeeld raakt, kan dat koninkrijk niet standhouden. Als een familie innerlijk verdeeld raakt, kan die familie niet standhouden. Als de satan tegen zichzelf opstaat en verdeeld raakt, kan hij niet standhouden, maar is dat zijn einde. Bovendien kan niemand het huis van een sterke binnendringen en de inboedel weghalen, als hij niet eerst die sterke vastbindt; pas dan kan hij zijn huis leeghalen. Ik verzeker u, alles zal de mensenkinderen vergeven worden, hun zonden en de lastertaal die ze gesproken hebben. Maar wie de heilige Geest lastert, krijgt in eeuwigheid geen vergeving, maar is schuldig aan een eeuwige zonde.’ Dit omdat ze zeiden: ‘Hij is in de macht van een onreine geest.’

De echte verwanten
Zijn moeder kwam met zijn broers. Ze bleven buiten staan en lieten Hem roepen. Om Hem heen zat een menigte, en ze zeiden tegen Hem: ‘Kijk, uw moeder en uw broers en uw zusters daarbuiten zoeken U.’ Hij antwoordde hun: ‘Wie zijn mijn moeder en mijn broers?’ Hij liet zijn blik langs de mensen gaan die in een kring om Hem heen zaten en zei: ‘Kijk, hier zijn mijn moeder en mijn broers. Want wie de wil doet van God, die is mijn broer en mijn zuster en mijn moeder.’

Archief preken