Kies uw kerk

Preek van de week

2018-06-24. Trouw en vertrouwen

Preek 12de zondag van het jaar, B

Eerste lezing: Job. 38, 1-8.11

Evangelie: Marcus 4 ,35-41

Het boek Job is zeker geen verhaal over hoe God de mensen, die van hem houden op de proef stelt. God "test" ons niet met moeilijkheden, lijden en pijn om te kijken of we wel trouw blijven. Lijden, verlies en dood hoort bij het menselijke leven. Het boek Job is ook niet het verhaal van iemand die in stilte lijdt en niet klaagt, want Job houdt zijn mond niet. Hij klaagde luid tegen God en tegen zijn zogenaamde vrienden. In feite is Job zo gepakt door zijn situatie en het lijden van andere onschuldige mensen, dat niets hem er van af kan brengen om zijn problemen aan God voor te leggen.

We kunnen niet zoveel doen om iemand te helpen die lijdt en geïsoleerd is, maar we kunnen wel goede vrienden zijn en wat doen. We kunnen samen optrekken en die ander niet overlaten aan haar of zijn eigen pijn, niet in haar eigen sop laten gaar koken. En als we aanwezig zijn, dan kunnen we ook luisteren naar de uitingen van pijn. Het is belangrijk om lijdende mensen tijd en ruimte te geven om zich uit te spreken. Als we onze pijn kunnen uitten, dan zijn we al begonnen aan die lange weg terug uit onze eenzaamheid. Misschien kunnen we de problemen en de pijn niet wegnemen, maar geduldig aanwezig zijn en luisteren, maakt soms al het verschil tussen dood en leven.

Er zijn van die menselijke situaties waarin wij ons onmachtig voelen en weten we niet precies wat we moeten doen. Het verhaal van Job kan ons richting geven, minstens laten zien wat we niet moeten doen. De zogenaamde vrienden van Job maken hem alleen maar zieker. Ze luisteren niet naar hem maar veroordelen hem bovendien voor zijn lijden. Volgens hen heeft Job het aan zichzelf te wijten. Het was zijn schuld!
Job van de andere kant geeft ze bijna gelijk en gaat aan zichzelf twijfelen. Maar gelukkig blijft Job volhouden en blijft vechten met zijn vragen en daarom zegt hij zijn vrienden om te stoppen met hun nietszeggende argumenten en woorden.

Als Job zich van zijn vrienden afwendt en naar God toewendt, begint een nieuwe fase in het geestelijke leven van Job.

Lucas 01, 57-66.80

Lucas 01, 57-66.80

Het verhaal waarmee de schrijver van dit wijsheidsgedicht begint openbaart ons een belangrijk theologisch punt. God gelooft rotsvast in de trouw van Job.

Jobs keuze voor God is mogelijk omdat God eerst Job al vertrouwde. Dit thema van God die ons als eerste liefheeft en vertrouwt is niet een alleenstaande gedachte of een weggemoffelde belofte in dit wijsheidsboek. Het is de belofte die steeds weer aan ons wordt gedaan op verschillende manieren, met vele stemmen ook in andere boeken door de hele heilige Schrift.

God is de eerste, die vertrouwt. Hij is de eerste die bemint en door dat vertrouwen en die liefde zijn wij in staat om te antwoorden. Het verhaal van Job eindigt waar het begon met liefde, want Gods liefde is de spil waar de hele wereld om draait. Niets kan de liefde van God tegenhouden, zelfs niet de foute beslissing van Jobs vrienden.

 

Amen.

Geboorte van Johannus de dopper

        Datum: 1550

Schilder: Tintoretto, Jacopo (Jacopo Robusti). (1518-1594)

Techniek: Olieverf op canvas

Afmetingen: 181 bij 266 cm

 

Te bewonderen in: The Hermitage, St. Petersburg, Rusland

Job. 38, 1-8. 11

        Eerste antwoord van God
Toen begon de Heer in storm en wind tot Job te spreken: ‘Wie waagt het daar, mijn bestel met woordenkraam te verdoezelen? Weer u als een man, want Ik ga u vragen stellen, u geeft antwoord. Waar was u toen Ik de aarde begon te bouwen? Spreek op als u zoveel weet. Wie stelde de afmeting vast, u weet dat toch, wie bepaalde de maten? Waarop werden haar zuilen neergelaten? Wie plaatste de sokkels onder het eenstemmig gejuich van de ochtendsterren en het gejubel van alle zonen van God? Waar was u toen de zee haar poorten beukte, onstuimig los wilde breken uit de moederschoot.
En zei: “Tot hier en niet verder, hier breken uw trotse golven”?

Lucas 1, 57-66. 80

        Geboorte en naamgeving van johannes; zacharias’ profetie
Voor Elisabet was de tijd gekomen dat ze moest bevallen, en ze baarde een zoon. Haar buren en haar familie hoorden hoe barmhartig de Heer voor haar was geweest, en ze deelden in haar vreugde. Een week later kwamen ze het kind besnijden, en ze wilden hem de naam van zijn vader Zacharias geven. ‘Nee,’ zei zijn moeder, ‘hij moet Johannes genoemd worden.’ Ze zeiden tegen haar: ‘Die naam komt in de familie toch niet voor.’ Ze wenkten zijn vader, en vroegen hoe hij hem wilde noemen. Hij vroeg om een schrijftafeltje en schreef daarop: ‘Zijn naam is Johannes.’ En iedereen was verbaasd. Maar op hetzelfde moment kon hij zijn mond en zijn tong weer bewegen, en hij prees God. De hele buurt werd door ontzag bevangen, en in heel het bergland van Judea werd dit alles druk besproken. Het hield allen die ervan hoorden bezig, en men vroeg zich af: ‘Wat zal er wel niet worden van dit kind?’ Want onmiskenbaar rustte de hand van de Heer op hem.
De jongen groeide op en werd steeds sterker door de Geest; hij verbleef in eenzame streken tot de dag waarop hij zich aan Israël vertoonde.

Archief preken