Kies uw kerk

Preek van de week

2018-12-15. Doe het niet uit vrees

Preek 3de zondag van de advent, C

 

Eerste lezing: Sefanja 3, 14-18a

Evangelie: Lucas 3, 10-18

De vraag die de mensen aan Johannes stelden: 'Wat moeten we doen?' komt niet zomaar uit de lucht vallen. Er gaat wat aan vooraf. De mensen waren massaal uitgelopen om zich door hem te laten dopen. Maar hij sprak ze toe met: "Adderengebroed, wat verbeelden jullie je wel. Wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het oordeel?” Johannes joeg de mensen met zijn woorden schrik aan en angst. Angst, vrees voor het oordeel doet de mensen vragen: Wat moeten we doen?

Althans, dat is de indruk, die je wel krijgen moet bij zulke harde woorden. Vrees kan een motief zijn om te doen wat je gevraagd wordt te doen. Vrees voor het oordeel, vrees voor straf, vrees voor vernedering, vrees om afgewezen te worden, uitgelachen te worden of gepest. Maar wie doet wat geboden wordt, vanuit het motief van de vrees of nalaat wat verboden is, beleeft aan zijn doen en laten geen vreugde. Het doen en laten wordt eerder als een moeilijke opgave ervaren, als een moeten, als een plicht waaronder je gebukt kunt gaan. Een leven, dat beheerst wordt door angst om wat voor reden dan ook, is een leven zonder glans en kleur, zonder geur en warmte. Ik kan me moeilijk voorstellen, dat Johannes het daarom te doen is: mensen schrik aan jagen, moed ontnemen en hoop op toekomst.

Nogmaals, de mensen kwamen in drommen naar hem toe voor de doop. Voor de doop van bekering want hij riep met zijn woorden iets anders op: Verwachting van de komende Messias als hij luide in de woestijn roept: "Maak de weg van de Heer gereed, maar recht zijn paden: en al wat leeft zal zien hoe God redding brengt." Verwachting. Mensen gingen gebukt onder armoede en honger, werden beroofd door tollenaars die meer vroegen dan voor hen was vastgesteld. Ze werden uitgeplunderd en afgeperst door de Romeinse bezetters. Ze snakten naar redding en zagen uit naar iemand, die redding brengen kan. Zij herkenden die iemand in Johannes de Doper, die hen herinnerde aan de beloften van God bij monde van zoveel profeten.

Lucas 03, 10-18

Lucas 03, 10-18

Vanuit die verwachting stellen wij ook dezelfde vragen als indertijd. Wat moeten we doen? Ook wij snakken naar dat beloftevolle Rijk. Ook voor ons zijn de woorden van Johannes de Doper actueel: Deel van wat je hebt opdat geen mens omkomt van honger en kou. Doe wat je kunt om dat onmenselijke leed en verdriet te lenigen. Zoek geen rijkdom ten koste van anderen, ten koste van de gemeenschap. Stop met dat méér, reken wat rechtvaardig is. Laat dat genoeg zijn. Zet niemand onder druk, geef ieder ruimte om te leven in vrijheid. Misbruik de kwetsbaarheid van mensen niet ten eigen bate.

Doe het, niet uit vrees, maar uit de verwachting: God is nabij! Hij is uw sterkte, verleent u kracht, is uw helper en redder.

 

Amen

Afbeelding: Bacchus

        Schilder: Leonardo da Vinci (1452 – 1519)

Techniek: olieverf op paneel

Afmeting: 69 × 57 cm

Datum: 1513 - 1516

Te bezichtigen in: Musée Du Louvre, Paris, France

Johannes wijst met zijn rechterwijsvinger naar de hemel, misschien ter aankondiging van de komst van Christus.

Dit is het laatste schilderij dat Leonardo maakte.

Sefanja 3, 14-18a

        Oproep tot vreugde
Jubel, dochter van Sion! Juich, Israël. Verheug u en wees blij met heel uw hart, dochter van Jeruzalem! De Heer heeft uw vonnis tenietgedaan, Hij heeft uw vijanden weggejaagd. De koning van Israël, de Heer, Hij is binnen uw muren: u hebt geen kwaad meer te vrezen. Op die dag zal men tegen Jeruzalem zeggen: ‘Wees niet bang, Sion; laat uw handen niet verslappen. De Heer uw God is binnen uw muren, een reddende held. Hij zal zich verheugen in vreugde om u en zijn liefde stilzwijgend laten blijken. Hij juicht uit vreugde over u.’
        Terugkeer en herstel
De gekwelden haal Ik daar bij u weg, zij blijven ver van het feest.

Lucas 3,10-18

        Optreden van Johannes
De mensen vroegen hem: ‘Wat moeten wij dan doen?’ Hij gaf hun ten antwoord: ‘Wie twee stel kleren heeft, moet delen met iemand die niets heeft, en wie te eten heeft, moet hetzelfde doen.’ Ook tollenaars kwamen zich laten dopen en zeiden: ‘Meester, wat moeten wij doen?’ Tegen hen zei hij: ‘Vorder niet meer dan u is voorgeschreven.’ Ook soldaten stelden hem de vraag: ‘En wij, wat moeten wij doen?’ Tegen hen zei hij: ‘Pers niemand geld af, ook niet onder valse voorwendsels, maar wees tevreden met uw soldij.’ Het volk leefde in gespannen verwachting, en allen vroegen zich af of Johannes niet de Messias was, maar Johannes gaf hun allen ten antwoord: ‘Ik doop u met water. Maar er komt iemand die krachtiger is dan ik; ik ben te min om de riem van zijn sandalen los te maken. Hij zal u dopen in heilige Geest en vuur. De wan heeft Hij in zijn hand om zijn dorsvloer op te ruimen; het graan verzamelt Hij in zijn schuur, maar het kaf zal Hij verbranden in onblusbaar vuur.’ Zo en op vele andere manieren verkondigde hij met klem aan het volk de goede boodschap.

Archief preken