Kies uw kerk

Preek van de week

2019-03-31. Lijken op Hem

Preek, 4de zondag in de veertigdagentijd 2019, C

 

Eerste lezing: Jozua 5, 9a. 10-12.

Evangelie: Lucas 15, 1-3. 11-32


'Een man had twee zonen....'Het is het karakteristieke begin van veel verhalen die wij in de Bijbel vinden. Wie er naar luistert weet heel goed wat er in het geding is. In het boek Genesis verbeelden de twee zonen van de mens (Adam), de twee mogelijkheden die elk mens gegeven zijn: een hoeder te zijn voor zijn broer en zus, of degene die geleid wordt door jaloezie en uit is op het vernietigen van die ander. De oorzaak ervan is dat God allereerst kijkt naar het offer van Abel, omdat Hij nu eenmaal bekommerd is om wie klein en naamloos zijn.

'Een man had twee zonen...' Jakob wil het eerstgeboorterecht van zijn oudere broeder Ezau die dat verkwanselt voor een bord linzensoep, want de liefde van een man gaat door de maag. Maar Jakob moet in een lang proces weer gaan leren wat het is om een hoeder voor een ander te zijn en niet een hielenlichter.

'Een man had twee zonen...' Vandaag horen opnieuw over het hebben en bezitten, in de gelijkenis van de verloren zoon zoals wij dit verhaal zijn gaan noemen. Toch het is niet deze jongste zoon die centraal staat in dit verhaal, maar de vader van wie wij horen dat hij 'al van verre op de uitkijk stond'. Zou hij daar al die tijd gestaan hebben? Het antwoord is overduidelijk 'ja', want met die Vader is niemand minder bedoeld dan God zelf die gekend wil worden als de Barmhartige. Hij die op zoek is naar mensen en niets liever wil dan dat zij zich thuis weten bij Hem en wonen in de schaduw van zijn bewogenheid.

De oudste zoon staat er als de vertegenwoordiger van Israël, dat door God geroepen is om aan de wereld te tonen wat het is om 'mens van God te zijn'.

Lucas 15, 11-32

Lucas 15, 11-32

Waartoe zijn wij geroepen? We zijn geroepen om mensen met een hart te zijn, dat niet jaloers is, of na-ijverig. Het moet barmhartig zijn, zoals de vader in het verhaal laat zien. Er moet feest zijn want die zoon die verloren leek, is omgekeerd en teruggekomen. Dat is een prachtig woord, want het betekent dat je hart zacht wordt bij het zien van mensen.


Niet bedacht zijn op wat ons als erfenis of kindsdeel toekomt, niet tot de dienst der wraak, maar grootmoedig leven. Wie zich laat ontroeren door mensen zal het leven als een vreugde delen. Wij mogen met elkaar verzoend het licht van elke dag begroeten, zolang ons dit leven gegeven wordt. Daarom heet deze zondag vanouds 'laetare', 'verheug je' want wij mogen leven in de tegenwoordigheid van de Allerhoogste, die zijn zon laat opgaan over goeden en kwaden. Hij moge ons hart herscheppen opdat wij elkaar behoeden en doen leven. 'Een vader had één zoon'... Lijken wij op Hem?

 

Amen

Afbeelding: De terugkeer van de verloren zoon

        Schilder: Bartolomé Esteban Murillo (1617 – 1682)

Techniek: Olieverf op doek.

Afmetingen: 236,3 x 261 cm

Datum: 1670

Te bezichtigen in het National Gallery of Art. Washington, DC, USA

De terugkeer van de verloren zoon was een van de acht grote doeken geschilderd voor de Kerk van het ziekenhuis van Saint George in Sevilla, een hospice voor de daklozen en hongerigen.

Murillo gebruikt een zachte schilderwijze, zijn lichtwerking is zacht. De ouderlijke blik en het ouderlijke gebaar zijn teder en intiem.

Hij heeft een groot talent voor dramatische schilderijen. Dit blijkt wel in deze monumentale afbeelding van de bekende parabel van de verloren zoon, een allegorie van berouw en goddelijke vergeving. Met spelers en rekwisieten effectief geplaatst om het drama te onderstrepen, dat doet denken aan een goed geënsceneerd theater stuk.
De kunstenaar koos voor het essentiële moment van de climax van het verhaal: de berouwvolle zoon thuis verwelkomend door zijn vergevende vader; de rijke kleding en ring voor de terugkerende dolende zoon naar zijn vroegere positie in het gezin; en het gemeste kalf wordt geleid naar de slacht voor de feestelijke banket. Het centrale thema, de piramidale groepering van vader en zoon domineert het beeld, terwijl de rijkste kleur is gereserveerd voor de knecht met de nieuwe kledingstukken.

Het model van Murillo was het leven om hem heen; een deel van de aantrekkingskracht van dit doek ligt in menselijke aanrakingen, het realisme van de vuile voeten van de verloren zoon, de hond die opspringt om zijn meester te begroeten, en misschien wel het meest van allemaal, de naïeve glimlach van de kleine dreumes die het kalf leidt.

Jozua 5, 9a. 10-12.

        … Pasen in Gilgal
de Heer sprak tot Jozua: ‘Vandaag heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld.’ Daarom heet die plaats Gilgal.
Terwijl de Israëlieten in Gilgal gelegerd waren, vierden zij Pasen op de veertiende dag van de maand, in de avond, in de vlakte van Jericho. En de dag na Pasen, juist op die dag, aten zij ongezuurd brood en geroosterd graan dat uit het land zelf afkomstig was. De volgende dag hield het manna op; ze konden nu eten wat het land opbracht. Voortaan kregen de Israëlieten geen manna meer; gedurende dat jaar aten zij datgene wat Kanaän opbracht.

Lucas 15, 1-3. 11-32

        Kritiek op Jezus’ omgang met zondaars
Telkens kwamen alle tollenaars en zondaars naar Hem luisteren. De farizeeën en Schriftgeleerden spraken daar schande van en zeiden: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’

Gelijkenis van een vader met twee zonen
Maar Hij vertelde hun deze gelijkenis:
Hij zei: ‘Iemand had twee zonen. De jongste zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij mijn deel van de erfenis.” En hij verdeelde zijn vermogen onder hen. Niet lang daarna vertrok de jongste zoon met al zijn bezit naar een ver land, waar hij het verkwistte in een losbandig leven. Toen hij alles opgemaakt had, kwam er een zware hongersnood over dat land en ook hij begon gebrek te lijden. Hij zwierf rond tot hij in dienst trad bij een van de inwoners van dat land; die stuurde hem het veld in om varkens te hoeden. Graag had hij zijn honger gestild met het voer dat de varkens aten, maar niemand gaf hem wat. Toen kwam hij tot zichzelf en zei: “Zoveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik verga hier van de honger! Ik ga terug naar mijn vader. Ik zal hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten, behandel me als een van uw dagloners.” En hij ging terug naar zijn vader. Toen hij nog ver van huis was, zag zijn vader hem al en werd ontroerd; snel liep hij op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem. “Vader,” zei de zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten.” Maar de vader zei tegen zijn slaven: “Haal vlug de mooiste kleren en trek ze hem aan, doe een ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten. Haal het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren, want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden.” En het feest begon. Maar zijn oudste zoon was nog op het land. Toen hij naar huis kwam, hoorde hij muziek en dans. Hij riep een van de knechten en vroeg wat er te doen was. Die antwoordde: “Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond en wel terug heeft.” Toen werd hij kwaad en hij wilde niet binnenkomen. Daarop kwam zijn vader naar buiten en probeerde hem tot andere gedachten te brengen. Maar hij gaf zijn vader ten antwoord: “Ik dien u nu al zoveel jaren en nooit heb ik een gebod van u overtreden, maar mij hebt u nog nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen, die uw vermogen met hoeren heeft verbrast, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.” Maar hij zei : “Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat ik heb is van jou. We moeten feestvieren en blij zijn, want die broer van je was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden.” ’

Archief preken