Kies uw kerk

Preek van de week

2019-04-21. Verrijzen en Liefhebben

Paaszondag 2019, C

 

Eerste lezing: Handelingen der apostelen 10, 34a. 37-43

Tweede lezing: Brief van Paulus aan de Kolossenzen 3, 1-4

Evangelie: Johannes 20, 1-9

In de verhalen over de verrijzenis van Jezus valt één ding met name op: de verrijzenis of opstanding van Jezus zelf, wordt nergens beschreven. Zij onttrok zich aan de waarneming van de apostelen en de vrouwen. Niemand heeft het gezien. Er is geen enkele ooggetuige. Wat wel gezien is, zijn niet mis te verstane tekenen, die de leerlingen en de vrouwen uit hun aanvankelijke ontreddering tot het geloof brachten. Dat Jezus niet dood was, maar leeft! Hun groeiend geloof vinden we terug in de verhalen die zij nalieten.

Misschien hebben we het zo niet in de gaten, maar de overeenkomsten tussen verrijzen en liefhebben is opvallend. Ik zal het nog eens herhalen. Het hoe van de verrijzenis, de opstanding, wordt nergens beschreven. Het onttrekt zich aan elke waarneming. Verliefd worden op iemand is niet te zien, wordt niet van te voren aangekondigd, maar gebeurt in dit moment. Het is even onmiddellijk als de verrijzenis.

Onmiddellijk betekent: direct! Er zit niets tussen, er is niemand die er iets voor hoeft te doen. Het gebeurt aan je, met je, in je en voor je. Het gebeurt eigenlijk zonder dat je het op dat moment in de gaten hebt. Pas achteraf, als het gebeurt is, als je verliefd geworden bent, weet je het. Dan nog is het een terugkijken vanuit een leven dat totaal veranderd is. Niets is meer het zelfde. Want alles zie je, hoor je, ruik je, proef je vanuit het nu dat zo anders is dan het toen van daar voor.

Anderen zien het wel aan je, horen het aan je. Je raakt niet meer uitgesproken, uitgedacht over de ander en je diepste wens is dat zij alles zien en horen, zoals jij ziet en hoort.

Zo was het ook met de apostelen, de eerste leerlingen en de vrouwen. Ook zij raakten niet meer uitgesproken over de opstanding van hun geliefde Heer en Meester. Ze spreken er over door, tot op de dag van vandaag.

Johannes 20, 1-09

Johannes 20, 1-09

Verrijzen en liefhebben, ze dwingen je om niet langer stil te staan, maar om te gaan. Daarom! Niet hier blijven, bij het graf, op naar Galilea, daar waar toekomst is en zich realiseert.

Wat toen gold voor de apostelen en de vrouwen, geldt nu voor ons, voor u en voor mij. We mogen niet hier blijven in de kerk. We moeten naar buiten, vertellen wat er aan ons is gebeurd. Verrijzen en liefhebben is iets dat ons meer aan elkaar en aan de hemel verbind!

 

Ik wens u allen een Zalig Paasfeest.
 

Afbeelding: San Francesco al Prato Resurrection

        Techniek: Olieverf op paneel

Afmetingen: 233 cm × 165 cm

Datum: 1499

door: Pietro Perugino (ca. 1446/1450 – 1523) Italie

Te bewonderen in het: Pinacoteca Vaticana, Rome

Het werk volgt de typische regeling van Perugino's kunst. De goddelijkheid, in het geval de opgestane Jezus wordt afgebeeld in een mandorla geplaatst in het bovenste deel van het schilderij, daarnaast de engelen. Het onderste deel toont, een landschap op de achtergrond, de open sarcofaag en vier Romeinse soldaten, van wie er drie slapen en een gewekt door het wonder.

De figuur van Christus, met het symbool van de opstanding, de vlag, heeft de typische harmonie en zachtheid van de volwassen werken van Perugino, met een gedetailleerdheid van de borst en een lichte draperie met diepe plooien.
De twee engelen bij zijn kanten zijn symmetrisch.

De sarcofaag heeft een goed geschilderde deksel volgens geometrische perspectief. De soldaten zijn ook geschilderd met aandacht voor details, zie hiervoor de grillige kam van de soldatenhelm linksonder.

Handelingen van de apostelen 10, 34a. 37-43

        Petrus bij Cornelius in Caesarea
Petrus opende zijn mond en zei:
’U weet wat er gebeurd is in heel het Joodse land, het eerst in Galilea, na de doop die Johannes verkondigde: dat God Jezus uit Nazaret zalfde met heilige Geest en kracht; Hij trok weldoende rond en genas allen die in de macht waren van de duivel, want God was met Hem. En wij zijn de getuigen van alles wat Hij gedaan heeft in het land van de Joden en in Jeruzalem. Zij hebben Hem gedood door Hem aan een kruis te slaan. Maar God heeft Hem opgewekt op de derde dag en Hem laten verschijnen, niet aan heel het volk, maar aan de getuigen die tevoren door God waren aangewezen, aan ons, die met Hem gegeten en gedronken hebben na zijn opstanding uit de doden. Hij gebood ons tot het volk te prediken en te getuigen dat Hij het is die door God is aangesteld tot rechter van levenden en doden. Van Hem getuigen alle profeten dat ieder die in Hem gelooft, door zijn naam vergeving van zonden verkrijgt.’

Tweede lezing: Brief van Paulus aan de Kolossenzen 3, 1-4

Als u nu met Christus ten leven bent gewekt, zoek dan ook wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand van God. Zet uw zinnen op wat boven is, niet op het aardse. U bent immers gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God. Wanneer Christus, die uw leven is, verschijnt, zult ook u met Hem verschijnen in heerlijkheid.

Johannes 20, 1-9

        Jezus’ leerlingen bij het lege graf
Op de eerste dag van de week ging Maria van Magdala, in alle vroegte, terwijl het nog donker was, naar het graf en zag dat de steen voor de opening van het graf was weggehaald. IJlings liep ze naar Simon Petrus en de andere leerling, die van wie Jezus hield. ‘Ze hebben de Heer uit het graf gehaald’, zei ze. ‘Wisten we maar waar ze Hem hebben neergelegd!’ Daarop gingen Petrus en de andere leerling op weg naar het graf. IJlings liepen de twee er samen naartoe, maar de andere leerling liep harder dan Petrus en kwam het eerst bij het graf aan. Hij wierp er een blik in en zag dat de linnen doeken er nog lagen. Maar hij ging niet naar binnen. Toen kwam ook Simon Petrus, na hem, bij het graf aan en ging meteen naar binnen. Hij zag hoe de doeken er nog lagen, maar ook hoe de doek die zijn hoofd had bedekt, niet bij de andere doeken lag: hij was opgerold en lag helemaal apart. Toen pas ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf was aangekomen, naar binnen. Hij zag en kwam tot geloof. Ze wisten toen nog niet wat de Schrift zei: dat Hij uit de doden móést opstaan.

Archief preken