Kies uw kerk

Preek van de week

2019-04-22. Getuige met goed nieuws

Paasmaandag 2019, C

 

Eerste lezing: Handelingen van de apostelen 2, 14. 22-32

Evangelie: Mattheüs 28, 08-15

 

Laatst hoorde ik het verhaal van een moeder net voor haar naderend sterven. Ze wilde gecremeerd worden. Dat had ze aan haar oudste dochter verteld, toen die haar zaterdag voor haar overlijden was komen opzoeken. De meeste kinderen woonden ver weg en het graf van vader hadden ze nooit bezocht. Ze verweet het niemand, maar daarom had ze wel gezwegen over haar laatste wens.

Nu kwam het hard aan. De zonen wilden het niet geloven. Waarom wilde mam niet bij pap in het graf? Was het huwelijk nooit zo goed geweest? En de jongste dochter, de enige die in de buurt woonde, voelde pijn. Waarom had moeder haar niets verteld? Ze was er bijna elke dag geweest. De spanning tussen de kinderen was voelbaar; er heerste zelfs wat rivaliteit. Wie mag er namens moeder spreken? De oudste had haar nu eenmaal als laatste gezien. Dat feit telde zwaar. Het maakte haar tot de belangrijkste getuige.

Ook in het Evangelie van vandaag speelt zo'n getuigenis een zeer belangrijke rol. Wie de paasverhalen goed leest, merkt een zekere rivaliteit tussen de eerste getuigen. Wie was het laatst bij Jezus? Wie heeft nog met hem gesproken? Wie heeft het graf bezocht? Vooral dat laatste spreekt tot de verbeelding. We lazen hoe de leerlingen zich, in tweede instantie naar het graf spoedden. Hoe de jonge knul Johannes het hardste kon rennen. Hij won de sprint van Petrus. Maar Johannes ging niet naar binnen. Hij liet Petrus voorgaan. Deze verhalen bevestigen de hiërarchie, Petrus als leider van de gemeente; hij was de eerst getuige. En toch waren er getuigen die er nog eerder waren. Dat hoorden we vandaag. Dat zijn de vrouwelijke leerlingen van Jezus. In de latere ontwikkeling van het christendom hebben ze niet de plaats gekregen die ze verdienden!

Hoe zou dat oudste getuigenis van het goede nieuws geklonken hebben uit de mond van de vrouwen? De vermoorde Jezus leeft, hij is niet in het graf. Zou God hém, die de gestalte was van zijn barmhartigheid, toch niet louter aan de verrotting overlaten...?! Zal dat wat Jezus betekend heeft nooit verloren gaan omdat hij leeft? Dat nieuws heeft getuigen, mensen die aan den lijve hebben ervaren dat Jezus hun bestaan bezielt. Dat zijn levenskracht en boodschap zo in het leven heeft postgevat dat de dood dat er niet onder krijgt.

Mattheus 28, 8-15

Mattheus 28, 8-15

Daarom, schrijft Lucas, kon Jezus niet de prooi zijn van bederf. Hij leeft. De vrouwen uit Jezus' omgeving getuigden daar het eerst van. Ze hadden het eenvoudig ervaren!
Het waren de vrouwen die het meest trouw waren onder het kruis, de vrouwen die de eerste getuigen waren dat Jezus niet bij de doden in het graf gezocht moest worden, maar onder de mensen die leefden zoals hij. Dat iedere keer als het leven krachtiger blijkt dan de dood, er sprake van verrijzenis is. Dat geen enkele tegenslag zo krachtig mag zijn dat er geen oplossing meer mogelijk is. Altijd zal er licht zijn aan het eind van de tunnel.
Dat hebben die eerste vrouwelijke getuigen ook ervaren. Toen de eerste mannelijke leerlingen met schrik in de broek weggekropen waren, bang dat alles ten einde was, waren zij het die de boodschap van hoop nog durfden uitspreken.
Gek eigenlijk dat de rol die zij daar op zich namen als eerste verspreiders van het verrijzenis geloof, van het oer christelijke geloof dat er altijd weer nieuw perspectief is, zo lang weggedrukt is. Laten we eerlijk zijn, het zijn nog maar vaak de vrouwen die het geloof dragen, tot op de dag van vandaag.

 

Amen

Icoon: Verrijzenis van Adam & Eva en satan gebonden in de hel

Icoon naar een fresco in een zijkapel van De Kerk van de Heilige Verlosser in Chora Istanbul, Turkije.

Op opstandingsiconen zien we Jezus in het wit afgebeeld, met blote doorboorde voeten en met stevige benen op de deuren van het opengebroken graf staan. Aan zijn gezicht kun je zien dat hij heeft geleden, maar vooral dat ze hem er niet onder hebben gekregen.

Onder Jezus is het donker: daar is de onderwereld, de hel, waarin Hij is nedergedaald. Er liggen kettingen die Jezus hebben vast gehouden, allerlei hang- en sluitwerk. Zij liggen aan gruzelementen: ze konden Hem immers niet vasthouden. Er ligt ook een figuur, met touwen omwonden. Dat is de dood, het kwaad: ingepakt, aan de kant! Christus in het midden, die net de poorten van de hel heeft afgebroken en Hij trekt Adam en Eva uit hun graven.

Handelingen van de apostelen 2, 14. 22-32

        Toespraak van Petrus
Toen trad Petrus met de elf naar voren, verhief zijn stem en sprak hen als volgt toe: ‘Joden, inwoners van Jeruzalem, dit moet u allen weten, luister aandachtig naar mijn woorden! Israëlieten, luister naar deze woorden! Jezus de Nazoreeër is u van Godswege aangewezen door machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden heeft verricht, zoals u zelf weet. Volgens Gods vastgestelde plan en met zijn voorkennis is Hij uitgeleverd en hebt u Hem door de hand van wetteloze mensen aan het kruis geslagen en omgebracht. Maar God heeft Hem laten opstaan door een eind te maken aan de weeën van de dood, want het was onmogelijk dat Hij door de dood werd vastgehouden. David zegt immers over Hem: Steeds hield ik mij de Heer voor ogen, want Hij staat mij terzijde opdat ik niet zou wankelen. Daarom verheugde zich mijn hart en jubelde mijn tong, ja, ook mijn lichaam zal op die verwachting een huis bouwen, want U zult mijn leven niet overlaten aan het dodenrijk en U zult uw heilige geen bederf laten zien. U hebt mij wegen ten leven gewezen en U zult mij overstelpen met vreugde in uw nabijheid. Broeders, ik mag over de aartsvader David wel ronduit tegen u zeggen dat hij gestorven en begraven is; tot op de dag van vandaag bevindt zijn graf zich bij ons. Omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede gezworen had dat Hij een van zijn nazaten zou laten zetelen op zijn troon, sprak hij met vooruitziende blik over de opstanding van de Messias: dat Hij niet aan het dodenrijk zou worden overgelaten en zijn lichaam geen bederf zou zien. God heeft deze Jezus laten opstaan; daarvan zijn wij allen de getuigen.

Matteüs 28, 08-15

        Het verhaal van de wachters
Maria van Magdala en de andere Maria verlieten het graf, vol angst en met grote vreugde, en ze liepen hard om het aan zijn leerlingen te vertellen. En zie, Jezus kwam hun tegemoet. ‘Gegroet’, zei Hij. Ze gingen naar Hem toe, grepen Hem bij de voeten vast en vielen voor Hem op de knieën. Toen zei Jezus hun: ‘Wees niet bang. Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan. Daar zullen ze Mij zien.’ Ze waren nog onderweg toen enkelen van de wacht naar de stad gingen om aan de hogepriesters alles te vertellen wat er was voorgevallen. Die kwamen samen met de oudsten en namen een besluit. Ze gaven de soldaten een flink bedrag, met de opdracht: ‘Zeg maar: “Zijn leerlingen zijn Hem ’s nachts komen stelen terwijl wij sliepen.” Als dat de gouverneur ter oren komt, zullen wij hem wel bepraten, zodat jullie je geen zorgen hoeven te maken.’
Ze namen het geld aan en handelden volgens deze aanwijzingen. En dit verhaal gaat rond onder de Joden tot op de dag van vandaag.

Archief preken