Kies uw kerk

Preek van de week

2019-06-10. We leven in een onrustige tijd

2de Pinksterdag, C

 

Eerste lezing: Genesis. 3 ,9-15. 20

Evangelie: Johannes 19, 25-34

De gele hesjes, de betogingen voor het klimaat, stakingen om de pensioenen alhoewel dat nu bijna opgelost lijkt, zorg om goede woningen, zorgen om behoud van woningen in Groningen. Eerste kamer moet gekozen worden, en verderop de tweede kamer, een periode waar van alles wordt gezegd en beloofd, waar we vandaag woorden naar anderen toeslingeren om ze na de verkiezingen in te slikken.

Hoe klinken de zaligsprekingen in een onrustige tijd. Waar ligt ons echt geluk?
Hoe kan je de woorden zaligheid en geluk rijmen met armoede, tranen, honger en vervolging? Dit kan niet, want wie honger heeft, hoopt op voedsel. Wie arm is, wenst eraan te ontsnappen. Wie treurt, kijkt uit naar troost. Wie vervolgd wordt, verwacht bevrijding.
Misschien moeten we het aandurven de woorden uit het evangelie te vertalen.
Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het rijk der hemelen.

Wij zouden zeggen:

Johannes 19, 25-34

Johannes 19, 25-34

  • Gelukkig de mensen die open staan voor Jezus' blijde boodschap.
  • Zalig de treurende, want zij zullen getroost worden.
  • Gelukkig de mensen die ondanks moeilijkheden toch blijven geloven.
  • Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.
  • Gelukkig de mensen die kunnen toegeven bij ruzie.
  • Zalig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
  • Gelukkig degenen die niet moe worden het onrecht aan te klagen.
  • Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
  • Gelukkig de mensen die altijd klaar staan om te helpen en het weer goed te maken.
  • Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien.
  • Gelukkig zij die oprecht zijn in hun omgang met de anderen.
  • Zalig zij die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
  • Gelukkig de mensen die geen ruzie zoeken of maken.
  • Zalig die vervolgd worden om gerechtigheid, want hen behoort het Rijk der Hemelen.
  • Gelukkig zij die bespot worden omdat zij opkomen voor een ander.
  • Zalig zijt gij wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om mijnentwil.
  • Gelukkig zij die blijven getuigen van hun geloof in een tijd waarin zoveel belang gehecht wordt aan materiële zaken , macht of carrière.


Jezus laat ons in de zaligsprekingen de mogelijkheden zien om daar te komen waar de heiligen ons zijn voorgegaan. Een rechtvaardiger wereld.

 

Amen.

Afbeelding: De kruisiging

        Schilder: Matthias Grünewald (ca. 1470 – 1528)

Afmetingen: 269 x 307 cm

Datum:. 1510- 1515

Techniek: olieverf op paneel

Kunstwerk: Het Isenheimer altaar

Locatie: Muséum d'Unterlinden, Colmar, Frankrijk

Daar bevindt zich één van de aangrijpendste schilderijen van de kruisiging. Het is een onderdeel van een heel altaarstuk, dat uit meerdere uitklapbare delen bestaat. Mattias Grünewald maakte het.

Centraal is de gekruisigde Christus. Links zijn Maria, zijn moeder, de discipel Johannes en nog een vrouw te zien. Rechts staat Johannes de Doper. Zijn wijsvinger is eigenlijk te lang, maar dat heeft Grünewald expres gedaan. Zo wordt nog duidelijker waar die lange vingerwijzing naar verwijst: naar Christus. En je hoort de Doper bij wijze van spreken zeggen: ‘Zie, het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt.’ Aan z’n voeten staat dan ook een lammetje, met een kruisstaf bij zich, en een avondmaalsbeker. Veelzeggend.

Genesis. 3, 9-15. 20

        Verdrijving uit de tuin
Maar de heer God riep de mens en vroeg hem: ‘Waar ben je?’ Hij antwoordde: ‘Ik hoorde U in de tuin, en toen werd ik bang omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij verborgen.’ Maar Hij zei: ‘Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom die Ik verboden heb?’ De mens antwoordde: ‘De vrouw die U mij als gezellin gegeven hebt, heeft mij van die boom gegeven, en toen heb ik gegeten.’ Daarop vroeg de heer God aan de vrouw: ‘Hoe heb je dat kunnen doen?’ De vrouw zei: ‘De slang heeft mij verleid, en toen heb ik gegeten.’ De heer God zei toen tegen de slang: ‘Omdat je dit gedaan hebt, ben je vervloekt, onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten! Op je buik zul je kruipen en stof zul je eten, alle dagen van je leven! Vijandschap sticht Ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw kroost en het hare. Het zal jouw kop bedreigen, en jij zijn hiel!’
De mens noemde zijn vrouw Eva, omdat zij de moeder is geworden van alle levenden.

Johannes 19, 25-34

        Kruisiging en dood van jezus
Intussen stonden bij het kruis van Jezus zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria de vrouw van Klopas, en Maria van Magdala. Jezus zag zijn moeder, en bij haar de leerling van wie Hij hield. Toen zei Hij tegen zijn moeder: ‘Vrouw, daar is nu je zoon.’ Vervolgens zei Hij tegen de leerling: ‘Daar is je moeder.’ Toen, van dat uur af, nam de leerling haar bij zich in huis op. Jezus wist dat alles thans volbracht was. Daarom zei Hij – want de Schrift moest ten volle in vervulling gaan – ‘Ik heb dorst.’ Er stond daar een kruik met zure wijn. Ze doopten er een spons in, staken die op een hysopstengel en brachten die aan zijn mond. Toen Jezus van die wijn gedronken had, zei Hij: ‘Het is volbracht.’ Daarop boog Hij het hoofd en gaf Hij de geest.

Doorboring van jezus’ zijde
Omdat het voorbereidingsdag was en de Joden niet wilden dat er op sabbat lijken aan het kruis zouden hangen – het was nog wel een heel bijzondere sabbat – vroegen ze aan Pilatus of men hun de benen mocht breken en hen weghalen. Daarop kwamen de soldaten de benen breken van zowel de eerste als de tweede die met Hem gekruisigd was. Maar toen ze bij Jezus kwamen en zagen dat Hij al dood was, braken ze zijn benen niet. Wel doorstak een van de soldaten met een lans zijn zijde, en meteen kwam er bloed uit en water.

Archief preken