Kies uw kerk

Preek van de week

2019-06-23. Niemand uitgezonderd

Feest van de H. Sacrament, C

 

Eerste lezing: Genesis 14, 18-20

Evangelie: Lucas 9, 11b-17

Vandaag vieren we in onze Wereld Kerk het feest van Sacramentsdag. Er is vanaf de zevende eeuw veel gepraat en geschreven over de Eucharistie. In al dat spreken en schrijven gaat het te vaak over wie wel en wie niet mag delen in het Brood van Jezus. Vandaag gaan we het anders aanpakken. Wat belangrijker is, is dat wij 'doen'! Daarmee bedoel ik: het leven delen en dit vieren zoals Jezus dat heeft gevraagd: ‘Laat iedereen in het gras gaan zitten’ en ‘Blijf dit doen om aan Mij te denken’.

In de eerste lezing bood de priester Melchisédek Abram brood en wijn aan. De priester zegende Abram door de allerhoogste God en hij zegende God die alles voor Abram had gedaan. Jezus -die groter is dan profeten en priesters- doet het zelfde. Hij dankt God en laat het brood uitdelen.

De vraag wie wel en wie niet zou mogen eten met Jezus, begint al op de grote dag van de broodvermenigvuldiging. De leerlingen besloten dat de mensen konden worden weggestuurd. Het werd avond en zij zouden met Jezus gaan eten. Nadrukkelijk bepaalt Jezus iets anders: “Laat iedereen gaan zitten”. Dus, niemand uit gezonderd!

Waar komt het besluit van de leerlingen vandaan om mensen weg te sturen. Dit heeft alles heeft volgens mij te maken met het ontbreken van een gevoel van veiligheid. Als je je veilig wilt voelen, bepaal je gewoon wie wel en wie niet, er bij kan en mag horen. Al eeuwen wordt er te veel tijd en energie verspilt aan het zoeken naar een schijn veiligheid. Naar wat wel en niet mag, wat moet en dient te gebeuren. Dit alles zorgt voor een exclusief taal gebruik, waarbij al te gemakkelijk mensen worden buitengesloten.

Lucas 09, 11-17

Lucas 09, 11-17

Jezus zoekt geen veiligheid van buiten. Hij is veilig van binnen, omdat Hij leeft met God. Jezus is in zijn taalgebruik inclusief. Laat iedereen gaan zitten, niemand uitgezonderd!

Uiteindelijk gaat het niet over samen eten en drinken als zodanig, maar over samen leven. Om bewust te zijn dat wij met God leven. Dat we met elkaar communiceren, bij elkaar ter communie gaan, met elkaar delen. Dit kan alleen als we niet uitsluiten, maar insluiten. Zo vieren we in de eucharistie wat ten diepste de zin en bedoeling is van het menselijke leven: met elkaar leven en delen, elkaar verrijken en recht doen.

Daarom. Laten we samen een gemeenschap en een plaats zijn waar we mensen insluiten en omarmen, laten neerzitten om te delen wat wij als kostbaarste te verdelen hebben: Christus en ons zelf. Niemand uitgezonderd!

Afbeelding: Vermenigvuldiging van de broden en de vissen

       Techniek: Olieverf op paneel

Afmetingen: 103,5 x 111,1 cm

Door: Lambert Lombard (ca. 1506 – 1566) Luik, België

Te bewonderen in: Museum Rockoxhuis, Antwerpen


De hoofdpersonages van dit Bijbelse verhaal bevinden zich centraal in het beeldvlak:
Christus valt niet echt op, hij staat in het midden. Hij maakt een leraarsteken met zijn rechterhand. Twee vingers. Net als Joop de Uyl vroeger: twee dingen. Bijna niet te onderscheiden, zo menselijk is Jezus hier geschilderd. Lambert Lombard was dan ook humanist. Het ging hem om de mens. Christus zegent de broden en de vissen met aan zijn rechterkant zijn leerlingen Petrus en Andreas. Deze compositie met heel veel personages is overzichtelijk opgebouwd, in een hoog oplopend voorplan met een te hoge horizonlijn. Dat wijst erop dat Lombard de regels van het perspectief niet onder de knie had.

Genesis 14, 18-20

        Abram en Melchisedek
In die dagen bood Melkisedek, de koning van Salem, Abram brood en wijn aan. Omdat hij priester was van de allerhoogste God, zegende hij hem met deze woorden:
Gezegend zij Abram door de allerhoogste God die de hemel en de aarde gemaakt heeft, en gezegend zij de allerhoogste God die uw vijand aan u heeft uitgeleverd!
En Abram gaf hem van alles een tiende deel.

Lucas 9, 11b-17

        Terugkeer van de twaalf. Jezus geeft vijfduizend mensen te eten
In die tijd sprak Jezus tot de menigte over het Rijk Gods en maakte gezond wie genezing nodig had. Toen de dag ten einde liep, kwamen de twaalf naar Hem toe en zeiden: ‘Stuur de mensen weg, dan kunnen ze onderdak zoeken in de dorpen en op de hoeven in de buurt en wat gaan eten; hier zijn we in een eenzame streek.’ Maar Hij zei tegen hen: ‘Jullie moeten hun te eten geven.’ Zij zeiden: ‘Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen, of we zouden voor al dat volk eten moeten gaan kopen’; want ze waren met ongeveer vijfduizend man. Daarop zei Hij tegen zijn leerlingen: ‘Laat ze gaan zitten in groepen van ongeveer vijftig.’ Dat deden ze, ze vroegen iedereen om te gaan zitten. Toen nam Jezus die vijf broden en twee vissen. Hij keek op naar de hemel, sprak de zegenbede uit en brak ze, en gaf ze aan de leerlingen om aan de mensen uit te delen. Ze hadden allen volop te eten, en wat er overschoot werd opgehaald, twaalf manden vol.

Archief preken