Kies uw kerk

Preek van de week

2019-08-25. Geen recht, maar plicht

        21ste zondag door het jaar, C

 

Eerste lezing: Jesaja 66, 18-21

Evangelie: Lucas 13, 22-30

Het evangelie van vandaag is een niet alledaagse. Wat in ieder geval wel duidelijk wordt, is dat de woorden van Jezus ons wakker maken uit de gedachte: ga je gang maar, of doe maar wat je denkt dat goed is. Zelfs de mensen die met Jezus meetrokken en met Hem aten en dronken, zijn eigen tafelgenoten, krijgen niet zo maar toegang tot het Koninkrijk van God. Daar mogen wij die aanzitten aan de Eucharistische tafel wel even over nadenken.

Alleen maar vandaag de naam van Jezus aanroepen in ons gebed is niet genoeg. Niet alleen door het aanroepen, maar ook door onze daden, laten we zien dat we Jezus en zijn manier van leven aanvaard hebben in ons leven. We richten ons leven op zo’n manier in, dat Jezus ons zal herkennen. Niet omdat we zo mooi gezongen hebben, of mooie woorden hebben gebruikt, maar omdat we iets van Zijn aanwezigheid hebben laten oplichten aan anderen.

De vraagsteller uit het evangelie dacht zelf wel, dat hij bij de uitverkorenen hoorde. Het antwoord van Jezus heeft zeker wel de stevige grond waarop hij stond aan het wankelen gebracht. Aan welke kant dacht hij te staan? Gedurende alle eeuwen, dus ook in de dagen van Jezus, waren er mensen die dachten dat ze op een speciale manier door God uitverkoren waren.

Stellen wij ons wel eens de vraag hoe het leven van een uitverkorene er uitziet? Jesaja geeft ons vandaag een inkijk. De uitverkorenen worden door God uitgezonden om al het goede dat zij zelf ontvangen hebben, in naam van God  te delen met allen die zij tegenkomen. Alleen zo kan de wereld kennismaken met de liefde van God!

Lucas 13, 22-30

Lucas 13, 22-30

Vele mensen zijn niet verworpen. Ze komen niet te laat. De uitnodiging is voor iedereen en alle tijden bedoeld. Misschien geven anderen een ander antwoord dan wij. En wat dan nog? Bij God staan alle dingen niet op dezelfde manier op een rijtje als wij soms wel menen en wensen.

Ik geloof in de rijkdom van mijn geloof en ik kan me niet voorstellen dat ik daarmee op zou houden. Toch weet ik van al mijn werkzame jaren, dat God werkt in heel veel verschillende tradities en mensen. We kunnen God niet vastbinden aan een smalle poort waarvan wijzelf de sleutel in bezit houden.

Wat mogen wij vandaag meenemen? Als wij bij de uitverkorenen willen horen, dan hebben we geen rechten, maar alleen nog plichten. De plicht om elk mens die we ontmoeten gastvrij tegemoet te treden, te vergeven waar nodig, te laten zien en voelen dat Jezus is van alle tijden en alle mensen. Ook voor u, ook voor jou!

 

Amen

Afbeelding: aan tafel gaan

Te bewonderen op Internet

Jesaja 66, 18-21

        Slotwoord
Maar Ik kom om alle volken en talen te verzamelen; zij zullen komen en mijn glorie zien. Ik geef hun een teken, en hun overlevenden zend Ik naar de volken, naar Tarsis, Put, Lud, Mesek, Ros, Tubal en Jawan, naar de verre eilanden, die mijn roem nog niet hebben gehoord en mijn heerlijkheid nog niet hebben gezien; zij zullen mijn heerlijkheid onder de volken verkondigen. Dan brengen zij al uw broeders uit de volken mee, als een offer voor de Heer, op paarden, wagens, huifkarren, muildieren en draagstoelen, naar mijn heilige berg Jeruzalem, zoals Israëls zonen in reine vaten hun gaven naar het huis van de Heer brengen’, zegt de Heer. ‘En ook uit hen zal Ik priesters en Levieten kiezen’, zegt de Heer.

Evangelie: Lucas 13, 22-30

        Verder naar Jeruzalem
Hij trok verder door steden en dorpen, waar Hij onderricht gaf, onderweg naar Jeruzalem.

De nauwe en de dichte deur
Iemand vroeg Hem: ‘Heer, zijn het er maar weinig die gered worden?’ Hij zei tegen de mensen: ‘Doe wat u kunt om door de nauwe deur binnen te komen, want Ik verzeker u, velen zullen proberen binnen te komen, maar er niet in slagen. Vanaf het moment dat de heer des huizes is opgestaan en de deur heeft afgesloten, zult u buiten moeten blijven. U zult op de deur gaan bonzen en roepen: “Heer, doe open”, en Hij zal u antwoorden: “Ik ken u niet. Waar komt u vandaan?” Dan zult u zeggen: “We hebben met U gegeten en gedronken, en in onze straten hebt U onderricht gegeven.” En Hij zal tegen u zeggen: “Ik ken u niet. Waar komt u vandaan? Ga weg allemaal, bedrijvers van onrecht die u bent!” Dat zal een gejammer zijn en een tandengeknars, als u Abraham, Isaak en Jakob en alle profeten in het koninkrijk van God zult zien, terwijl u eruit gegooid wordt. Dan zullen ze komen van oost en west, van noord en zuid, en aan tafel gaan in het koninkrijk van God. Let op, laatsten zullen eersten zijn, en eersten zullen laatsten zijn.’

Archief preken