Kies uw kerk

Preek van de week

2016-02-28. Er was eens een prinses

Verhaal 3de zondag in de veertigdagentijd 2016, C

 

Eerste lezing: Exodus 3, 1-8a.13-15

Evangelie: Lucas 13, 1-9

Aangezien op deze zondag de Beste communicanten zich hebben voorgesteld, is er voor deze viering geen Preek. Voor eenmalig hier het verhaal en de voorbeden die voor en door de kinderen zijn voorgelezen. Ook een enkele impressie van de dienst.

Deze dienst zal op zondag 6 maart 2016 op omroep Best tussen 10.00 tot 11.00 uur uitgezonden worden via de internet radio.

Er was eens een prinses.

Natuurlijk, het was een mooie prinses. Maar … … tijdens een koude winter was er iets merkwaardigs gebeurd: ze was helemaal versteend door bittere kou; van top tot teen, van binnen en van buiten. Warmte hielp niet; geen warme kruik, geen vuur kon haar weer tot leven brengen en in het voorjaar de zon ook niet. Daar stond ze dan in de tuin van het paleis, als een standbeeld, die beeldige prinses. De koning en koningin waren natuurlijk wanhopig en schreven een prijsvraag uit: degene die erin slaagde hun dochter weer levend te maken … juist ja, die mocht met haar trouwen. En omdat de koning en koningin wel wisten dat sommige jongemannen zo hoteldebotel worden als ze verliefd zijn, dat ze nooit van ophouden weten, kregen de kandidaten precies één jaar de tijd. Toen dat jaar bijna om was, waren er nog drie jongemannen over. Zij hadden ook al van alles geprobeerd, maar de prinses werd er niet warm van; koud was ze al. Ze blikte of bloosde niet. Op de laatste dag moesten ook die drie jongemannen opgeven.

De eerste bracht de prinses als afscheidscadeau een boeket, dat hij zelf had gemaakt met de mooiste en geurigste bloemen die hij had kunnen vinden. Even leek het of haar neusvleugels trilden, maar dat had hij zich vast verbeeld…
De tweede zong een afscheidslied – alles wat hij voor haar voelde, legde hij in woorden van het lied en in zijn stem. terwijl hij zong, bewogen haar wimpels, maar dat zou wel de wind geweest zijn…
De derde zocht troost in de boom, die zorgde voor schaduw voor de prinses, en huilde om zijn lief en zijn tranen drupten naar beneden. Ging er een rilling door haar arm …? Ach, door zijn tranen kon hij het niet goed zien…

Maar toen gebeurde het! Opeens bewoog alles aan de prinses! Ze knipperde met haar ogen. Ze rekte zich eens lekker uit, want ze was natuurlijk geweldig stijf geworden. Toen zei ze: ‘Ik ruik lekkere bloemen – zijn die voor mij? Ik hoor muziek – was dat jouw stem? Ik voel iets nats op mijn arm – waarom huil jij?

Iedereen was natuurlijk ontzettend blij dat de prinses weer tot leven was gekomen. Maar, wie mocht haar trouwen? De geur van bloemen, de klanken van de muziek, de neer druppelende tranen, sámen hadden ze voor dit wonder gezorgd!

Voorbede

De communicanten 2016

De communicanten 2016

Lieve God,
wij bidden voor alle mensen
die ziek zijn en pijn hebben of eenzaam zijn.
Wij hopen dat er in hun leven lichtpuntjes zijn.
Laat ons bidden:
Heer, onze God, wij bidden U, verhoor ons.

Lieve God,
wij bidden voor alle mensen
die voor zieke mensen zorgen
en hun best voor hun doen.
We hopen dat er in hun leven lichtpuntjes zijn.
Laat ons bidden:
Heer, onze God, wij bidden U, verhoor ons.

Gouden Appeltjes

Gouden Appeltjes

schikking derde zondag van de veertigdagentijd

schikking derde zondag van de veertigdagentijd

Lieve God,
we willen bidden voor alle kinderen
en speciaal voor de kinderen die hun eerste
communie gaan doen.
We willen allemaal proberen
voor andere mensen een lichtpuntje te zijn.
Laat ons bidden:
Heer, onze God, wij bidden U, verhoor ons.

De gelijkenis van de onvruchtbare vijgenboom (1712))


Door: Jan Luyken (1649 – 1712)

Ets op papier

Te bezichtigen in: Amsterdam Museum (Amsterdam, Nederland)

Lucas 13, 1-9

Lucas 13, 1-9

Exodus 3, 1-8a.13-15.


Mozes hoedde de kudde van zijn schoonvader Jetro, de priester van Midjan. Eens dreef hij de kudde tot ver in de woestijn en kwam hij bij de berg van God, de Horeb. Toen verscheen hem de engel van de Heer, in een vuur dat opvlamde uit een doornstruik. Mozes keek toe en zag dat de doornstruik in lichterlaaie stond en toch niet verbrandde. Hij dacht: ‘Ik ga eropaf om dat vreemde verschijnsel te onderzoeken. Hoe komt het dat die doornstruik niet verbrandt?’ De Heer zag hem naderbij komen om te kijken. En vanuit de doornstruik riep God hem toe: ‘Mozes, Mozes.’ Hij antwoordde: ‘Hier ben ik.’ Toen sprak de Heer: ‘Kom niet dichterbij en doe uw sandalen uit, want de plaats waar u staat is heilige grond.’ En Hij vervolgde: ‘Ik ben de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God op te zien. De Heer sprak: ‘Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammerklachten over hun onderdrukkers gehoord; Ik ken hun lijden. Ik ben afgedaald om hen te bevrijden uit de macht van Egypte,. om hen weg te leiden uit dit land, naar een land dat goed en ruim is.
Maar Mozes sprak opnieuw tot God: ‘Als ik nu bij de Israëlieten kom en hun zeg: “De God van uw vaderen zendt mij naar u”, en zij vragen: “Hoe is zijn naam?” Wat moet ik dan antwoorden?’ Toen sprak God tot Mozes: ‘Ik ben die er is.’ En Hij zei: ‘Dit moet u de Israëlieten zeggen: “Hij die er is zendt mij naar u.” ’
Bovendien zei God tegen Mozes: ‘Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: De Heer, de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob, heeft mij naar u gezonden. Dit is mijn naam voor altijd. Zo moet men Mij aanspreken, door alle generaties heen.

Lucas 13, 1-9

Gelijkenis van een vijgenboom zonder vruchten
Op dat ogenblik kwamen er mensen bij Hem met het bericht over de Galileeërs van wie Pilatus het bloed met dat van hun offerdieren had vermengd. Hij zei daarop: ‘Denkt u dat deze Galileeërs grotere zondaars zijn geweest dan alle andere Galileeërs, omdat hun dit is overkomen? Geen sprake van. Maar als u zich niet bekeert, zult u allemaal, net als zij, omkomen. Of die achttien die gedood werden toen de Siloam-toren instortte, denkt u dat zij schuldiger zijn geweest dan alle andere inwoners van Jeruzalem? Geen sprake van. Maar als u zich niet bekeert, zult u allemaal, net als zij, omkomen.’ Hij vertelde deze gelijkenis: ‘Iemand had in zijn wijngaard een vijgenboom staan. Hij kwam kijken of er vruchten aan zaten, maar vond er geen. Toen zei hij tegen de wijngaardenier: “Dit is nu al het derde jaar dat ik kom kijken of er aan deze vijgenboom vruchten zitten, en er geen vind. Hak hem maar om. Waarom zou hij de grond nog verder in beslag nemen?” De wijngaardenier antwoordde: “Mijnheer, laat hem dit jaar nog staan, zodat ik de grond eromheen kan omspitten en bemesten. Wie weet draagt hij dan volgend jaar vrucht. Zo niet, hak hem dan maar om.” ’

Archief preken