Kies uw kerk

Preek van de week

2015-12-24. Jij mensenkind, plek van hoop.

Preek Kerstnachtmis, C

 

Eerste lezing: Jesaja 9,1-3.5-6

Evangelie: Lucas 2,1-14

En dan is het weer kerstmis. Ik bedoel dit niet als een verzuchting vanwege de drukte die Kerstmis met zich meebrengt. Ik bedoel het meer als uiting van verbazing, omdat het kind van Bethlehem ook dit jaar weer in staat is om ons weg te roepen uit ( de dagelijkse sleur ) het drukke bestaan. Enkele dagen het werk neergelegd, scholen en kantoren gesloten, tijd voor onszelf, voor elkaar.

En dat kan een feest zijn, wanneer het leven je welgezind is, wanneer het je goed gaat.  Maar het kan je ook pijnlijk bewust maken van mooie dagen in het verleden, je eenzaamheid omdat iemand is weggevallen uit jouw kring of van gemiste kansen, van je eigen onvermogen om te groeien aan het leven.

Want wat hebben wij te zoeken in deze nacht? Het leven laat sporen na; onze handen zijn misschien het strelen verleerd, onze stem klinkt mogelijk hard en doelgericht. En juist met kerstmis krijgen we dat scherp voor ogen. Het kerstfeest richt onze blik immers naar binnen. Wie was ik ooit en wie ben ik geworden?

Want voor je het beseft raakt je vervreemd van je zelf; voor je het weet krijgt je blik een koude glans, worden je handen hard en is je denken onbarmhartig. Het kind in ons sterft een wisse dood, want onze wereld verdraagt je niet als je je niet groot weet te houden, verdraagt je niet als je niet opkomt voor jezelf.

Ieder van ons zo zal zijn eigen kerstverhaal kunnen vertellen. Ieder van ons kan immers meepraten over vrede en onvrede, over gevangen zitten in de rol die je nu eenmaal moet spelen; over niet meetellen of te licht bevonden worden. Ieder van ons kan meepraten over de blauwe plekken die je oploopt, de wonden in je ziel ook al is er aan de buitenkant niets te merken.

Intussen doet keizer Augustus zijn best om het geweld in onze wereld dood te zwijgen met mooie vredesboodschappen. Hij gaat voorbij aan de stromen vluchtelingen, de verwoeste steden in Syrië en het geweld van de jihad. Hij telt mensen, maar mensen zijn bij hem niet in tel, het gaat hem om macht, dollars.

En mensen van goede wil voelen alleen maar onmacht. Zelfs wanneer zij zich opsluiten in een glazen huis voor al die goede doelen in onze chaotische wereld.

Toch vraag ik wel eens af: is dat de aantrekkingskracht van het kerstfeest? Willen we alleen maar even die harde wereld om ons heen vergeten, gezellig samen aan tafel? Zijn we moe van al die brandhaarden in onze wereld? Van zinloos geweld en van de jacht naar meer en nooit genoeg?

Gloort er deze nacht alleen maar vals licht in Syrië, Irak, Afghanistan? Of in Bethlehem? Of in Gaza? Omdat vrede en mensenrechten een utopie zijn?

Ik wil niet cynisch zijn in deze kerstnacht, maar ik ben wel eens bang dat het steeds moeilijker wordt om idealen te koesteren. Ik ben wel eens bang dat keizer Augustus zich alsnog meester heeft gemaakt van onze wereld. En zoals op wereldniveau het recht van de sterkste norm lijkt te worden, zo zie je ook dat onze eigen samenleving steeds harder wordt. Je zag dat in Geldermalsen en in Steenbergen. Hoe kunnen in zo’n wereld kinderen opgroeien met normen en waarden als er niet ergens een tegenstem klinkt?

In Bethlehem klonk zo’n tegenstem. En even hield de wereld zijn adem in bij het lied van de engelen. Want het kind waarvan zij zongen, daar durfde God zijn Naam aan te verbinden. Eeuwenlang hebben mensen zoals wij dit kind verwacht, telkens weer, omdat zij vermoeden dat God die kiemkracht van leven, die verwondering om wat u en ik voor elkaar kunnen betekenen in het hart van elk mensenkind heeft neergelegd.

Kerstmis laat zien, dat wijzelf in het geding zijn. Knielend bij het kind van Bethlehem worden kleine mensen groot en grote mensen klein. Het heeft geen zin om je daar beter voor te doen, dan je bent. Bij de kribbe kun je alleen maar jezelf zijn. En hopelijk wil daar God zijn Naam aan jou verbinden. Misschien is dat ook in onze dagen wel de kracht van het kerstfeest.

In de kerstnacht is de wereld heel klein. Het gaat om onszelf, mensen met een naam en een gezicht, gewond of gelouterd door het leven, maar aangestoken door dat oude verlangen naar vrede, licht en warmte. Nogmaals: We ontsteken niet voor niets licht in onze huizen en straten. De kou wordt een warme tinteling in onze ogen, in onze harten. We komen thuis bij onszelf.
En dan pas kan God wonderen doen van menselijkheid. Dan wordt vrede mogelijk, misschien niet wereldwijd, maar wel tussen mensen die elkaar een hand reiken. Dan is er vrede mogelijk in ons eigen hart.

 

Ik wens u een zalig kerstfeest.

De volkstelling van Bethlehem (ca. 1566)

Schilder: Pieter Bruegel de oude (ca 1530 – 1569)

olie op paneel (116 × 164.5 cm)

Te bezichtigen in Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

We bevinden ons te Bethlehem met links het huis waar de mensen samendrommen, het inschrijfkantoor voor de volkstelling. In de verte aan de overkant van de rivier, een kerkje. Op het overgrote vlak speelt zich het leven van de mensen af die met van alles bezig zijn.

Gevolg van de compositie is wel dat het heilsgebeuren zich volkomen onopgemerkt afspeelt in de marge van het gewone leven. Onopvallend naderen Jozef en Maria het kantoor; zij zijn herkenbaar aan het feit dat zij op een ezeltje zit, en hij een os aan een touw meevoert. Ook de andere duidelijke verwijzing naar God, het kerkje, staat niet in het centrum, maar terzijde, ver weg en slechts een enkeling, gaat er naar binnen, schijnt het.

Aan deze kant van de rivier, enigszins op de achtergrond, een herberg, herkenbaar aan het uithangbord aan de boom. Daar zal straks geen plaats meer zijn voor Jozef en Maria.

Lucas 02, 01-05

Lucas 02, 01-05

Jesaja 9,1-3.5-6

Gods opgeheven hand
Het volk dat ronddwaalt in het donker, ziet een helder licht. Over hen die wonen in een land vol duisternis gaat een stralend licht op. Uitbundig laat U hen juichen en U overstelpt hen met vreugde; zij verheugen zich voor uw aanschijn zoals er vreugde is bij de oogst en gejuich bij het verdelen van de buit. Want het drukkende juk, de stang op hun schouders, de stok van de drijver, U breekt ze stuk als op de dag van Midjan.
Want een kind wordt geboren, een zoon wordt ons gegeven. De heerschappij rust op zijn schouders; men noemt hem wonder van beleid, goddelijke held, vader voor eeuwig, vredevorst. Groot is de macht en eindeloos de vrede voor de troon van David, voor zijn koninkrijk; hij zal het stichten en onderhouden door recht en gerechtigheid vanaf nu en voor altijd. De geestdriftige liefde van de Heer van de machten zal dit teweegbrengen.

Lucas 2,1-14

Geboorte van Jezus
In die dagen vaardigde keizer Augustus een decreet uit dat de hele wereld zich moest laten registreren. Deze eerste registratie vond plaats toen Quirinius gouverneur van Syrië was. Allen gingen op weg om zich te laten inschrijven, ieder in zijn eigen stad. Zo ook Jozef; hij ging van de stad Nazareth in Galilea naar Judea, naar de stad van David, Bethlehem genaamd, omdat hij uit het huis van David stamde, om zich te laten inschrijven, samen met Maria, zijn verloofde, die zwanger was. Terwijl ze daar waren kwam voor haar de tijd dat ze moest bevallen, en ze baarde een zoon, haar eerstgeborene; ze wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een voerbak, omdat er geen plaats voor hen was in het gastenverblijf. Er waren daar in de buurt herders, die in het veld overnachtten om de wacht te houden bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en de heerlijkheid van de Heer omstraalde hen. Ze schrokken hevig. Maar de engel zei: ‘Schrik niet, want ik heb een goede boodschap voor u, een grote vreugde voor het hele volk. Vandaag is in de stad van David uw redder geboren; Hij is de Messias, de Heer. Dit is het teken voor u: u zult een kind vinden dat in doeken is gewikkeld en in een voerbak ligt.’ Plotseling was er bij de engel een heel leger uit de hemel; ze loofden God met de woorden: ‘Glorie aan God in de hoogste hemel, en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij een welgevallen heeft.’

Archief preken