Kies uw kerk

Tekst van de week

Levenslang van betekenis:

Elke fase in je leven mag haar eigen actualiteit behouden. Wat achter je ligt, mag ook naast je liggen, vlak bij de hand. Zoals het ook weer vóór je mag liggen: ook in de toekomst mag het van kracht zijn.
Stel: je verkeert in de herfst van je leven. Herfst- op zichzelf een rijk seizoen. Maar hoeveel rijker wordt het nog wanneer het zomaar in november ineens lente, zomer is. Dan is het pas werkelijk herfst: wanneer dit seizoen ook openstaat voor wat zogenaamd tot het verleden behoort.
Een seizoen, een levensfase die in ieder geval actueel voor je moet blijven: de tijd dat je kind was. Een tijd van grenzeloze ontvankelijkheid. Ook van grenzeloze verwondering. Niets sprak vanzelf, elke dag was weer de eerste. Een boom was nog een boom, een vogel een vogel. Verrukt omarmde je jet licht, speelde je met de wind, de vreemdste streken haalde je daarmee uit. Dromend dreef je weg op een wolk. Alles ervoer je als een eenheid, alles en alles weerspiegelde elkaar.
Je groeide op, wed volwassen. In zekere zin is de fase van je kind-zijn verleden tijd. Maar, evenals de fasen die er weer op volgden, geen vóltooid maar ónvoltooid verleden tijd. Tijd die levenslang van betekenis voor je mag zijn en daarin, in haar telkens weer geldende relevantie, tot voltooiing komt.
Het kind dat je ooit was, mag je nog steeds zijn of weer worden. En dat gaat niet ten koste van je volwassenheid, integendeel. Juist wie nog kind is, komt als volwassene tot z’n recht. Op je mooist ben je dan. 

Uit Hans Bouma: Wijsheid voor alle dag, 365 gedachten: