Kies uw kerk

Preek van de week

Preek van de week voor vijfentwintigste zondag door het jaar 23 en 24 september 2017

Preek van de week voor de vijfentwintigste zondag door het jaar.

'Met het Rijk van God gaat het als met een landeigenaar
die op elk uur van de dag arbeiders gaat huren voor zijn wijngaard,
en die aan de eersten én aan de laatsten evenveel geeft.'
( naar Matteüs 20,1-16)

overwegingen en gedachten bij dit zondags evangelie

Of je nu al lang meewerkt aan de verwezenlijking van mijn droom,
dan wel of dat je dat pas sinds kort doet, is voor God niet belangrijk - zegt Jezus.
Wat voor God telt is dat je uiteindelijk een keuze durft te maken, vroeg of laat.
Want zowel aan de eersten als aan de laatsten wil Hij evenveel van mijn liefde geven.
Liefde kan je trouwens niet opsplitsen.
Als je liefhebt dan kan dat alleen met héél je hart.
En het gekke aan liefde is: als je ze deelt wordt ze alleen maar groter.

Eersten en laatsten

De werkers van het elfde uur: geen parabel stuit mij zo tegen de borst.
Ik ben geërgerd en verontwaardigd!
Zwoegende arbeiders die de hele dag in een bloedhete zon hebben geploeterd, worden evenveel betaald als zij die amper één uur,
 in de koelte van de avond, nog wat kwamen rondscharrelen.
Dat kan toch niet!
Met deze reactie is het doel van de parabel voor honderd procent bereikt.
Deze parabel wil een schok teweeg brengen.
Hij wil mij met andere ogen doen kijken naar de vertrouwde werkelijkheid,
 wil mij wakker schudden opdat ik zou beseffen dat het er in  Rijk Gods heel anders aan toegaat.
Hoe dan? Dat wil die fameuze parabel, die mij zozeer kwetst, leren.
Die landeigenaar gedraagt zich vreemd en onbegrijpelijk.
Hij trekt er op uit om arbeiders te huren voor zijn wijngaard.
De landeigenaar betaald de laatste zowel als de eerste hetzelfde uit, een dagloon. Val nu om!
Dat is wel erg irriterend.
Maar hij verantwoordt zijn vreemde manier van doen wel, hij doet ze geen onrecht aan.
'Zijn jullie kwaad omdat ik goed ben?'
Die vreemde landeigenaar is, volgens deze parabel, het beeld van God.
Jezus heeft de God in zijn leven uitgebeeld.
Hij ging aan tafel met hen die als 'laatsten' gezien werden, tollenaars, zondaars en uitgestotenen.
Dit is dus weer een typische strijdparabel waarmee Jezus zijn houding tegenover zondaars verdedigde
in de naam van de genadige en barmhartige God.
Deze parabel legt niet zozeer de nadruk op hetzelfde loon dat iedereen krijgt,
maar op die eigenaardige  landeigenaar, die er maar telkens op uittrekt om nieuwe arbeiders te vinden.
God heeft altijd opnieuw mensen nodig en ze zijn hem allemaal even lief.
Dat is het geheim: God heeft ons allemaal nodig in al onze verscheidenheid, God gunt ons het leven.
Wie we ook zijn of wat we ook doen.
Ook aan diegene die ik 'laatsten' noem, gunt God het leven.
Ook voor hen is hij liefdevolle ongekende goedheid, daarom heersen er in het Rijk Gods van Jezus andere wetten dan in onze samenleving.
Vaak zijn het diegene die presteren , slim of handig zijn, die als eersten gezien worden,
anderen met bijv. een handicap, ziekte of ouderen komen niet aan de bak, vallen uit de boot, ze zijn altijd de laatsten.
Deze parabel wil deze mentaliteit doorbreken.
Waar God heerst, gaat het om overvloedige goedheid, niet om prestaties, ook niet om godsdienstige prestaties.
Niet voor niets noemt Jezus, God 'lieve' vader, zo'n God houdt van mij, omdat ik zijn kind ben.
Ook als ik er godsdienstig weinig van terecht breng.
Bij God geldt niet het recht van de sterkste, en is er geen concurrentie tussen goeden en slechten,
 eersten en laatsten, maar allen zijn broers en zussen van elkaar.
En dan is er nog dat zinnetje: 'Zijn jullie boos omdat ik goed ben?'
Ik blijf geïrriteerd, jaloers en verontwaardigd, zolang ik niet geloof in de onbegrijpelijke gulle goedheid van God.
Daarom wordt vaak dit soort klacht aan God gericht.
Waarom zijn anderen gezond, terwijl ik ziek ben? Waarom zijn anderen gelukkig, en ik niet?
Waarom moest die jonge moeder met kleine kinderen sterven?
Het is alsof het zo onrechtvaardig is in deze wereld, het is een vaak gehoorde een bittere klacht.
Het is een klacht die Jezus in deze parabel beantwoordt, alles is een gift.
Ik moet dankbaar zijn voor wat ik krijg en niet klagen over wat niet gegeven wordt.
( preken.be)

Werkers van het laatste uur
Gods gedachten gaan onze gedachten mijlen ver te boven.
Daarom is wat Jezus zegt en doet ook van een andere wereld:

Onze wereld zegt: wie niet werkt zal ook niet eten
In de wereld van God krijgt ieder wat hij of zij nodig heeft.

Onze wereld zegt: jij een geweer, dan zie ik dat ik er twee krijg
In de wereld van God worden de zwaarden omgesmeed tot ploegijzers.

Ónze wereld zegt: oog om oog, tand om tand
In de wereld van God geeft de een zijn leven voor de ander.

( Kees Pannekoek)
 

Archief preken