Kies uw kerk

Mariakapel Oostelbeers

De tweede alleenstaande toren van Oostelbeers staat in de bebouwde kom en is in neogotische stijl gebouwd. Hij bestaat uit vier geledingen, maar bezit verspringende steunberen en draagt nog een spits. De glas-in-lood-ramen ontkwamen niet altijd aan baldadigheid. Aan de noordkant zijn de namen van pastoor J. Kemps en van de kerkmeesters vermeld. Sinds 1934 was de toren niet meer in gebruik, maar op 1 juli 2012 kreeg hij weer een nieuwe bestemming, als Mariakapel.

Op 1 juli 2012 was het dan zover. We waanden ons even in het rijke roomse leven van jaren terug. Met een viering vol Marialiedjes en weesgegroetjes, lieten we in Oostelbeers Maria weten dat ze welkom was in de toren. Ze kreeg de zegen mee van aalmoezenier Versteegh, alvorens ze in de armen van aalmoezenier Van Lieverloo, geflankeerd door 2 aardse Oostelbeerse Maria's (Maria Kroot en Maria Deenen) als bloemenmeisjes, in processie naar de toren werd gedragen. Nadat ze door aalmoezenier Jan van Lieverloo, samen met de maakster, Jeske Mutsaerts, op de haar toegedachte plaats werd gezet, zegende aalmoezenier Paul Versteegh de kapel in. En nu staat ze daar. Ze ziet vanaf haar plaats in de toren het leven in de Kerkstraat van Oostelbeers aan. Ze staat vol in het Oostelbeerse leven en menig voorbijganger heeft al een bezoekje gebracht aan haar.

 

De plechtigheid in de kerk werd opgeluisterd door het gemengd koor samen met het Seniorenkoor Zang doet Leven. Gilde St. Joris tekende voor een extra accent tijdens de viering en bracht voor de geopende Mariakapel een vendelgroet. Met gedichten van Wil Heuvelmans, Nellie Peeters en Frank Spelt, het Ave Maria vertolkt door Anika Robben, een laatste lied door het koor, een gezamenlijk gebeden Weesgegroet, Lisette Neggers, die het geheel aan elkaar praatte, en tot slot een kop koffie bij Maria's overbuurman, werd het een gebeurtenis, die de Oostelbeerse geschiedenis ingaat en mensen nog lang zal heugen.

 

Maar voor het zover was, is er nogal wat tijd verstreken sinds het idee geopperd werd van een kapel in de toren. Eerst moest er geruimd en gepoetst worden en niet zo'n klein beetje ook. Apparatuur moest worden verplaatst. Er moest licht gecreëerd worden, muren moesten gefixeerd worden, want anders zou Maria dagelijks in bad moeten, zoveel kalk en stof kwam er vanaf. Deuren moesten worden opgelapt en geschilderd. 

Sloten en sleutels moesten passend gemaakt worden. Wanden opnieuw gestuukt. Eindexamenkandidaten van mbo-school Sint-Lucas uit Boxtel (Joany Gerrits en Sanja Veldhuis) schilderden op voortreffelijke wijze het onderkomen van Maria in de stijl, zoals het vroeger ooit geweest was en slaagden met vlag en wimpel voor hun opdracht.

 

Er kwam een altaartje, verlichting, stoelen, een offerblok een kaarsenbak met speciale blauwe waxinelichtjes, de vloer werd bewerkt en met epoxyhars onderhanden genomen. De gemeente zorgde voor een toegang voor mindervaliden. De heemkundekring voor een boek met wetenswaardigheden over kerk en toren. Er werd onder supervisie van Jeske Mutsaerts een ploeg van vrijwilligers samengesteld, die voor opening en sluiting willen zorgdragen en de kapel willen schoonhouden, de waxinelichtjes willen aanvullen enz.

 

Dankzij de twee leerlingen van Sint-Lucas, Han van Diesen, Ad Aerts, Gerrit Peeters, Frans Verhagen, Twan Brekelmans, Toon Renders, Jan Pijnenburg, Harrie van Brunschot, Cees Laureijs, Rik Adriaans, Henk Deenen, Marte Tholen uit Wintelre, Wim van der Hamsvoord, Peter Deenen (Kerkstraat) werd er in de Oostelbeerse toren een prachtkapel gecreëerd. Zonder hen was dit misschien wel mogelijk geweest, maar was deze er zeker nog niet geweest. Oostelbeers mag deze mensen dankbaar zijn, dat zij zo voortvarend en met zoveel belangeloze inzet aan deze torenkapel hebben gewerkt.

 

Voorafgaand aan de inzegening kregen we te horen dat het bisdom wilde komen praten over sluiting van de Oostelbeerse kerk en die mededeling tijdens de viering legde toch voor veel mensen een zwarte domper over die blijde gebeurtenis. Ons 'Marie in de toren' is zeker nu nog meer welkom in de Oostelbeerse gemeenschap. We zullen haar koesteren.