Kies uw kerk
Sint-Petrusbasiliek

Cultuur & historie

Sint-Petrusbasiliek

De Sint-Petrusbasiliek is in juli en augustus te bezichtigen op dinsdag- t/m zondagmiddag van 13.30 tot 16.15 uur. Van half mei tot eind juni en van begin september tot half oktober is de kerk op zaterdag en zondag open van 13.30 tot 16.15 uur. Leden van de kerkwacht houden toezicht en geven op verzoek informatie aan de bezoekers. De VVV Oirschot verzorgt op verzoek groepsexcursies door de kerk. De toren is onder begeleiding te bezichtigen tijdens de open monumentendag en voor aanvang van de carillonconcerten.

Bent u niet in de gelegenheid om de kerk te bezoeken, klik dan op een nummer in de plattegrond om een kijkje te nemen in de kerk.

1. Toren en spits

Wetenswaardigheden over de toren:

  • ca. 60 meter hoog
  • 276 treden
  • 3 galerijen
  • buitenmaten beneden 11x11 meter, exclusief steunberen
  • binnenmaten 7x7 meter
  • muurdikte beneden 2,1 meter
  • muurdikte boven 70 centimeter

Aanvankelijk droeg de toren een 30 meter lange spits, maar die werd verschillende keren getroffen door storm en blikseminslag (1615, 1627 en 1643). Na de blikseminslag in 1627 kwam er een kortere kap op en na de instorting in 1904 kreeg de toren een neogotische kap. Bij de beschieting in 1944 brandde eenderde van de toren af; op de tweede galerij bouwde men een noodkap met daaronder vier luidklokken. In 1960-1962 werd de toren weer opgebouwd en kwam er een korte spits op, naar de situatie tussen 1627 en 1904.

Toren

2. Luidklokken en uurwerk

In de toren bevinden zich op de derde galerij zes luidklokken: Bes, c, es, f, g en bes (van zwaar naar licht). Ze maken deel uit van een beiaard van 50 klokken , op basis van es, ingericht voor handspel en computergestuurd spel door Klokkengieterij Eijsbouts te Asten.

 

De vier uurwerken aan de buitenkant van de toren zijn 2,5 x 2,5 meter groot en zijn versierd met vergulde wijzers en cijfers. Het tijdsysteem is uitgerust met een tijdseinontvanger, waardoor de wijzers het hele jaar door exact de juiste tijd aangeven, inclusief de overgang van zomer- en wintertijd. De dichtstbijzijnde zender voor Nederland staat in de buurtvan Frankfurt am Main in Duitsland.

Klokken

3. Smitsorgel

Het indrukwekkende orgel dat sinds 1978 in deze kerk staat, wordt gedragen door ionische, marmergeschilderde zuilen. Het is in 1843-1847 gebouwd door Frans Smits uit Reek voor de Sint-Pieterskerk in 's-Hertogenbosch, naar het model van het orgel van de Sint-Jan.

 

Het orgel heeft drie klavieren en een pedaal, met 45 registers. De zeven windladen blazen 2960 pijpen aan, waarvan 209 in het front. De klank is bijzonder fraai en past bij deze kerk. Aan de voorkant staat een beeltenis van David met zijn harp. Vaste organist van deze kerk is Gerard Hafkenscheid.

Orgel

4. Vieringtoren

De vieringtoren (ook wel lui- of kleptorentje genoemd) met de ui-vorm op het middelpunt van de kerk dateert uit 1945. Deze toren bevat het angelusklokje, dat beneden met een touw geluid wordt. Vroeger 'klepte' dit klokje elke dag om 6.00, 12.00 en 18.00 uur het Angelus. Tegenwoordig luidt men dit klokje alleen nog als er een kindje gedoopt is.

Viering- of luitoren

5. Beeld Sint-Jozef

Dit gepolychromeerd, lindehouten beeld is gemaakt door beeldhouwer Walter Pompe in 1747.

Jozef

6. Doopkapel

De roodmarmeren doopvont van ca. 1834 wordt gedragen door vier leeuwen afkomstig van het grafmonument van Ricalt V van Merode in het portaal. De doopvont staat lager dan de kerkvloer, wat de afdaling van Jezus voor zijn doop in de Jordaan symboliseert. Door het sacrament van de doop wordt iemand lid van de kerkgemeenschap. Deze kapel is in 1946-1953 uitgebouwd.

Doopvont

7. Biechtstoel

Deze biechtstoel bevat het reliëf van Maria Magdalena, de boetvaardige zondares. Evenals de biechtstoel aan de noordkant van de kerk is deze gemaakt door J.B. Peters te Antwerpen in 1835; twee andere eikenhouten biechtstoelen zijn in de Tweede Wereldoorlog verbrand. De hermen langs de deur symboliseren de boetvaardigheid en de barmhartigheid.

 

Een van de zeven sacramenten in de kerk is die van boete en verzoening, vroeger het sacrament van de biecht genaamd. Tot 1960 gingen alle gelovigen regelmatig - in ieder geval voor Pasen - bij een priester biechten. Op verzoek kunnen gelovigen nu bij een priester een persoonlijke belijdenis van de zonden doen en via hem van God vergiffenis krijgen.

Biechtstoel1

8. Glas-in-loodraam

Dit grote gebrandschilderde raam laat de kroning van Maria in de hemel zien. Het is in 1936 gemaakt door Cornelis van Straaten in Utrecht en oorspronkelijk geplaatst in de noordelijke dwarsbeuk, waar ook het Maria-altaar stond. Bij de restauratie van de kerk na de Tweede Wereldoorlog zijn raam en altaar verplaatst naar deze zijde.

Glas-in-loodraam zuid

9. Grafsteen Vladeraccus

De humanist Petrus Vladeraccus was pastoor van Oirschot van 1604 tot zijndood in 1618.

Grafsteen Vladeraccus

10. Maria-altaar

Het Maria-altaar is ontworpen door architectL.C. Hezenmans in 1889 en gemaakt door Goossens en Van der Geld uit 's-Hertogenbosch. De neogotische troon is in 1916 gemaakt door atelier Custers in Eindhoven. Het is de eretroon voor het eikenhouten beeldje van Maria van de Heilige Eik, dat al eeuwenlang in Oirschot wordt aanbeden.

 

Maria wordt vereerd onder de titel Consolatrix Afflictorum, troosteres van de bedroefden. Op de opstand van het altaar de profeten Jesaia en Ezechiël, de aankondiging aan Maria van de geboorte van de verlosser, de opdracht van Maria in de tempel en daarboven de verering van Maria door enerzijds aanzienlijken en anderzijds armen en gebrekkigen.

 

Onder de altaartombe stelt de linker beeldengroep de herders voor, die het beeldje vonden. Rechts is afgebeeld kanunnik Joannes Daems van Nuenen, die de eerste stenen kapel liet bouwen in 1606.

Maria-altaar

11. Preekstoel

De eikenhouten preekstoel komt uit de Bossche Sint-Pieterskerk en is rond 1843 gemaakt in atelier Rutten te Antwerpen door Henricus de Groot uit Ammerzoden. Het onderstuk stelt de wonderbaarlijke bevrijding voor van Petrus uit de gevangenis. Terwijl de wacht sliep, kwam een engel, maakte de geboeide Petrus wakker, liet hem opperkleed en sandalen weer aandoen en leidde hem naar buiten.

 

Petrus Banden (= boeien) is de patroon van deze kerk en parochie. Op de voorzijde van de kuip: Petrus erkent Jezus als de Christus, zoon van de levende God.

Preekstoel

12. Altaartafel en hoogaltaar

Dit is het centrale punt van de kerk. Het houten altaarblad heeft een ingelegde steen met vijf kruisjes. Die verwijzen naar de vijf wonden van Jezus aan het kruis: zijn zijde werd met een lans doorboord en zijn handen en voeten werden aan het kruis vastgespijkerd. Een altaarsteen bevat meestal een of meerdere relikwieën van de heilige naar wie een kerk is genoemd.

 

De altaartafel is in 1979 door de Oirschotse gebroeders Van de Ven samengesteld uit delen van een preekstoel uit de Franciscuskerk te Weert (18de eeuw).

De koperen beelden zijn afkomstig van de in 1944 verbrande communiebanken en gemaakt in 1900 door L. van Rijswijck te Antwerpen; aan de kerkzijde: de aartsvaders Melchisedek, Abraham, Aaron en Elia; aan de achterzijde de vier evangelisten Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes. Ook in de lezenaar (ambo), de zetels (sedes) en de credenstafel zijn onderdelen van genoemde preekstoel verwerkt.

Het barokke hoogaltaar kwam samen met de twee zijaltaren in de kooromgang in 1952 uit de kerk van Helden-Panningen en was in 1766 voor de kerk van Echt gemaakt.

 

Het schilderij van de verrijzenis van Christus is gemaakt door Luc van Hoek en het beeld van Petrus door Uiterwaal, beide 1952. In het tabernakel bewaart men de geconsacreerde hosties.

 

Naast het altaarstuk hangt een neogotische godslamp uit de negentiende eeuw. Het eeuwigdurend vuur symboliseert Gods aanwezigheid.

Hoogaltaar

13. Conopeum en tintinnabulum

In 2013 heeft deze kerk de eretitel ´basilica minor´ of ´basiliek´ gekregen. Dit is een eretitel die de paus geeft aan een bijzondere rooms-katholieke kerk. Aan een basiliek zijn een aantal plichten en privileges verbonden. Als privilege mag de basiliek onder meer het teken van de pausen, de gekruiste sleutels in vlaggen, liturgische benodigdheden en het zegel voeren. Het conopeum en het tintinnabulum staan aan weerszijden van het priesterkoor en vormen samen de twee eretekenen van een basiliek. Het wapen hangt achterin de kerk onder orgel.

 

Een conopeum is een half dichtgeslagen paraplu of zonnescherm dat in processies wordt meegedragen achter het tintinnabulum. Het bestaat uit rode en gele stroken van zijde: de oude pauselijke kleuren. De nieuwe pauselijke kleuren zijn geel en wit.

 

Het Oirschotse conopeum bevat de volgende acht afbeeldingen:

  1. Wapens van paus Benedictus XVI (onder) en paus Franciscus (boven)
  2. Wapen van bisschop Hurkmans van ’s-Hertogenbosch.
  3. Wapen van de gemeente Oirschot.
  4. Sint-Petrusbasiliek Oirschot.
  5. Heilige Bernadette bij de kapel van de Heilige Eik.
  6. Koningswisseling in 2013.
  7. Sint-Willibrordus en Sint-Andreas.
  8. Sint-Odulphus en Sint-Antonius.

Het tintinnatulum is een klokje in een mooi versierde houder dat dient als processiestaf. Het Oirschotse tintinnabulum is aan de onderkant van eikenhout, het klokje is van zilver, de overige ornamenten zijn van bladgoud. Aan weerszijden van de staf steekt een baars en een eikenblad uit, symbool voor de gemeente Oirschot. Aan de bovenkant worden de kapel van de Heilige Eik, de kerktoren van de Sint-Petrusbasiliek in Oirschot en de H. Bernadettekerk in Spoordonk afgebeeld. Zie voor een beschrijving van de basilieksymbolen op de plattegrond hiernaast onder nummer 13.

Conopeum

14. Doopvont

In 2004 maakte de Oirschotse beeldhouwer Hans van Eerd in opdracht van het parochiebestuur een nieuw doopvont, passend bij de sfeer van de kerk. Het kunstwerk heeft de vorm van een kelk en is uitgevoerd in steen, brons en glas. Het bevat veel symboliek, zoals de gevleugelde dragers en de getallen drie en zeven.

 

De sokkel van de doopschaal bestaat uit zeven kalkzandstenen platen. Op deze sokkel zitten drie bronzen engelachtige figuren:

  • een vogel met gesloten vleugels: symbool voor de geborgenheid en warmte waarmee we het geboren kind omringen.
  • de zon op een bootje: verwijst naar de pas gedoopte baby die het zonnetje in huis is. Met het bootje kunnen we de zon overal naar toe nemen om mensen gelukkig te maken.
  • een trap met wereldbol en kruis: om iets te bereiken, moeten we de trap van het leven beklimmen. Uiteindelijk bereiken we dan het stralende, gouden kruis. De drie figuren dragen een glazen doopschaal.

 

Deze schaal wordt gevuld met water, de bron van het leven. De schaal is aan de onderzijde gestraald, waardoor het water lijkt te stromen. Het doopwater zweeft als het ware tussen hemel en aarde.

Doopvont

15. Koorbanken

Op 2 oktober 1944 werd de kerk tijdens de bevrijding van Oirschot in brand geschoten en brandde het bovenste deel van de kerk af. Ook het interieur, inclusief de fraaie koorbanken uit 1508-1511, ging in vlammen op. De koorbanken die de kerk nu sieren, zijn afkomstig van het voormalige trapistinnenklooster in Berkel-Enschot.

Koorbanken

16. Straalkapellen

De buitenste twee straalkapellen zijn gewijd aan Sint-Barbara en Sint-Joris. De middelste kapel is de gildekapel van Sint-Sebastiaan. Het beeld van Sint-Sebastiaan is in 1982 gemaakt door W. Bouwens. In deze gevel zitten drie gebrandschilderde ramen over het leven van de apostel Petrus. Atelier Verhagen in Gent, 1877.

 

In de kooromgang ligt ook de grafsteen van dokter Fey. Fey was een beroemde Oirschotse chirurgijn die in 1679 in het Duitse Kranenburg werd begraven. Deze steen is na de oorlog door de geallieerden meegenomen naar Oirschot.

Straalkapellen

17. Odulphusaltaar

Het Odulphusaltaar heeft waarschijnlijk dezelfde ontwerper en maker als het Maria-altaar (ca. 1890). Centraal staat Odulphus met boek en appel; linksboven: de leerling Odulphus krijgt van een engel een appel; linksonder: Odulphus wordt verwelkomd door bisschop Frederik; rechtsboven: Odulphus predikend; rechtsonder: zijn sterfbed.

Odulphusaltaar

18. Gebrandschilderd raam

Het gebrandschilderd raam is in 1898/1899 door Atelier Stalins en Janssens in Antwerpen gemaakt, naar een ontwerp van H. Redig.

 

Links: de heilige Lodewijk ontvangt de doornenkroon van Christus uit handen van de afgezanten van de keizer van Constantinopel. Rechts: de heilige Elisabeth van Thuringen, dochter van de koning van Hongarije, doet liefdewerken.

 

Beide ramen zijn afkomstig van de Bossche Sint-Pieterskerk en zijn in 2002 gerestaureerd en in de Oirschotse kerk geplaatst door atelier Joëlle d'Alsace in het Belgische Lanaken.

Glas-in-lood

19. Kruisweg

In de katholieke kerk trekt men op Goede Vrijdag biddend langs de veertien staties van de kruisweg. Deze kruisweg komt uit de Sint-Remigiuskerk van Weerselo (Overijssel) en is in 1855 geschilderd door Lambertus Johannes Bruna.

Kruiswegstatie

20. Biechtstoelen

De eikenhouten biechtstoel met het reliëf van de berouwvolle Petrus na zijn verloochening, is gemaakt door J.B. Peters te Antwerpen in 1835. De hermen stellen David en de verloren zoon voor, symbolen van berouw en vergeving.

 

De achterste biechtstoel uit de eerste helft 19 de eeuw is geschonken door de parochie van het Heike in Tilburg.

Biechtstoel

21. Corpus

Kruisbeeld met Christus uit 1406.

Corpus

22. Odulphusbeeld

Beeld van de heilige Odulphus, gekleed in toga, superplie en stola (ca. 1780).

Odulphusbeeld

Geschiedenis

Oirschot was al heel vroeg een geestelijk centrum in het bisdom Luik met een kapittel , een college van elf kanunniken. Aanvankelijk was het kapittel in de Mariakerk op het Vrijthof gehuisvest, maar daar bleek geen uitbreiding mogelijk. Daarom stichtte het kapittel in 1268 op de huidige plaats de Sint-Petruskerk. Deze kapittelkerk was tot 1648 hoofdparochie over de kerken in de omgeving.

Bouw en stijl

In 1462 brandde de eerste Sint-Petruskerk uit 1268 af en ging de kostbare inventaris, inclusief belangrijke protocollen en documenten, volledig verloren. Onmiddellijk daarna ging men om de oude fundamenten heen een nieuwe kapittelkerk bouwen. Door geldgebrek lag de bouw regelmatig stil, zodat de kerk pas rond 1515 voltooid werd. Het gebouw werd opgetrokken

 uit baksteen met banden en blokken van tufsteen; deze stijl wordt de Kempische gotiek genoemd. Klassiek gotische kenmerken zijn de hoge spitsboogvensters, de zuilenrijen en de indeling met een driebeukig schip, een dwarspand, een westtoren, een koor met een omgang en drie straalkapellen. Op de hoeken van de dwarsbeuk en het priesterkoor bouwde men de sacristie en de kapittelkamer, met daarboven de Latijnse school. 

Het interieur bood in die tijd een rijke aanblik door talrijke schilderijen en gebrandschilderde ramen. Veel houtsnijwerk was geschilderd. De kerk bezat twintig altaren. In de jaren 1508-1511 werden de beroemde koorbanken voor de kanunniken gemaakt.

Rampen

Rampen en oorlogen hebben veel schade aangericht. In 1566 brak een grote brand in Oirschot uit, waarbij de huizen die met hun achterkant tegen de kerk aanstonden en enkele kleine brouwerijen afbrandden. Koning Filips II bepaalde dat deze huizen niet herbouwd mochten worden vanwege brandgevaar voor de kerk. In 1623 brandden de overige huizen rond de kerk af en werd ook deze grond onteigend. De huidige Markt en de vrije ligging van de kerk dateren dus uit die tijd. De toren werd regelmatig getroffen door storm en blikseminslag. Aanvankelijk stond er een 30 meter lange spits op, maar na de blikseminslag in 1627 werd er een kleine kap op gezet.

Reformatie

In 1648 kwam de kerk in handen van de gereformeerden. De altaren, schilderijen en gebrandschilderde ramen moesten door de versobering verdwijnen. De katholieken mochten vanaf 1672 een schuurkerk aan het einde van de Nieuwstraat bezoeken. In 1799 kregen de katholieken de kerk leeg en verwaarloosd terug; de toren bleef echter in handen van de gemeente. De kerk werd meteen opgesierd met een kostbaar interieur en werd in 1887 gerestaureerd.

Vanaf 1900

Door de langdurige verwaarlozing van de toren stortte in 1904 de zuidwestelijke flank over de volle lengte in. De gemeente gaf de toren toen terug aan het parochiebestuur, dat via de spaarbanken geld inzamelde voor de restauratie. 

Op 2 oktober 1944 werd de kerk tijdens de bevrijding van Oirschot in brand geschoten door de geallieerden, waardoor het dak en de toren instortten en het grootste deel van het interieur, waaronder de koorbanken, verbrandde. In de jaren 1945-1952 werd de kerk herbouwd en werd de doopkapel uitgebreid. De noodkap op de toren werd in 1960-1962 hersteld in de situatie zoals deze was tussen 1627 en 1904. Sinds 1966 staat het gebouw op de lijst van rijksmonumenten en in 2013 heeft het gebouw de status van basiliek (basilica minor) gekregen.