Kies uw kerk

Preek van de week

Bezinning door het jaar - 1e zondag van de Veertigdagentijd jaar A - 21 en 22 februari 2026

OVERWEGING EERSTE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD

In de Veertigdagentijd die voor ons ligt, volgen wij Jezus op zijn weg naar het kruis op
Golgota en de opstanding op de Paasmorgen. Maar vandaag ontmoeten wij Hem in de
woestijn. In de leegte en de stilte maar ook in de hitte en de onherbergzaamheid.
Het bijbelse Israël kent al die aspecten van de woestijn. Denkt u maar aan de uittocht uit de
slavernij van Egypte en de doortocht door de woestijn op weg naar het beloofde land, het land
van melk en honing. Er waren op die tocht momenten van honger en dorst; van
moedeloosheid en een aangevochten geloof.

Maar de woestijn is voor Israël evenzeer de plek waar God zich laat ontmoeten. God sluit
immers in de woestijn een verbond met zijn volk en spreekt zijn woorden van trouw.
In de woestijn wordt Christus vandaag teruggeworpen op de kernvragen van zijn bestaan.
Voordat Hij zijn openbaar leven begint, wordt Hij als het ware getest en kan Hij laten zien
wat Hij waard is. Aan alles is gebrek: koelte, water en voedsel. Alle franje van het bestaan is
weggevallen. In die context ziet Christus belangrijke vragen onder ogen: Waar leef ik voor?
Waar draait het in mijn leven om? Wat is mijn roeping? Jezus wordt beproefd en kan kiezen
voor brood alleen, voor macht en goedkoop succes. Maar Hij kiest anders.

Hij weerstaat de Tegenstrever, de Beproever, degene die Hem wil verwarren en van God wil
weghalen. Maar dat zal niet lukken. Hij weerstaat goedkoop succes. Hij laat zich niet
verleiden om als heerser de macht in handen te nemen en Hij daagt God niet uit. Integendeel:
Jezus kiest juist voor zijn Vader, als het centrum van zijn leven. Vanuit de omgang met God
als zijn Vader geeft Jezus inhoud aan zijn bestaan. Een leven van gevende, verzoenende
liefde, ten einde toe. De volwassen Jezus noemt God abba. Sommige uitleggers van de
Heilige Schrift vertalen dat met ons woord papa. Zo intiem en intens is de band van Jezus met
zijn Vader dat Hij God met een kinderwoord blijft aanspreken.

Na zijn testperiode in de woestijn, die Jezus glansrijk doorstaat, begint zijn openbaar leven en
zijn onderwijs. Hij gaat op tocht. Niet om rijkdom voor zichzelf te vergaren maar om alles te
delen wat Hij heeft. Hij vergaart geen brood voor zichzelf maar wordt voedsel voor anderen.
Brood om van te leven. Hij laat zich niet op handen dragen maar Hij draagt anderen. Zo geeft
Christus aan zijn leven gestalte. Alle ballast, alle franje is weg. Christus heeft zo de handen
vrij voor de kern van zijn bestaan: de dienst aan God en aan de naaste. Christus geeft zichzelf,
in het licht van de eerste lezing, voor Adam, dat wil zeggen voor alle mensen. In het boek
Genesis speelt deze slang kruipend en sluipend in het verhaal een sluw spel. Hij wil doen
geloven dat de mens heer is en geen knecht. Gehoorzaamheid aan God geldt als beneden de
stand van de mens. Jezus staat ook voor de keuze om op die verleiding in te gaan. Maar Hij
kiest ten einde toe om zijn Vader te gehoorzamen.
In de Romeinenbrief grijpt Paulus vandaag op de misstap van Adam terug. Christus heeft als
de nieuwe Adam met zijn gehoorzaamheid ons gerechtvaardigd. Meer modern gezegd:
Christus heeft door zijn gehoorzaamheid ons allen voor God acceptabel gemaakt. Juist in deze
Veertigdagentijd mogen wij dat geheim van ons geloof steeds overwegen en met diepe
vreugde gedenken.

Beste broeders en zusters, wat betekenen de Schriftlezingen, heel bijzonder ook het evangelie,
voor ons vandaag? De woestijn als plaats van bezinning, als testterrein, ligt niet alleen in
andere werelddelen. Stille tijd thuis of enkele retraitedagen in een klooster kunnen in deze
Veertigdagentijd tot woestijntijd worden. Even van ophouden weten; even niet jagen en
jachten maar stil staan bij onszelf. Even pas op de plaats en een tussenbalans maken.
En dan komen ook voor ons de grote vragen in beeld: waar leef ik voor? Wat zijn mijn eigen
prioriteiten? Wij kunnen ons laten verleiden om God los te laten en zelf heer en meester te
zijn. Wij kunnen kiezen voor onze carrière alleen. Geld verdienen, macht uitoefenen, aanzien
en eindeloos genieten, ten koste van een ander, kan ons in de greep krijgen. Waar leven wij
eigenlijk voor?

Hopelijk wordt ons leven genormeerd door iets anders. Of beter gezegd: door Iemand anders.
Laten wij, zoals Jezus, verbonden zijn met de goede God. Met Hem die als een vader de bron
wil zijn van ons bestaan. Laten wij alle onnodige ballast weglaten en kiezen voor datgene wat
werkelijk belangrijk is. Kiezen voor Christus en zijn weg navolgen. Met andere woorden:
kiezen voor God en het geluk van de ander. Voor de consequente dienst aan elkaar. Voor
vergeving en verzoening. Voor vrede en gerechtigheid. Bidden wij dat Christus ons in deze
Veertigdagentijd, op weg naar het Paasfeest, voor die keuze kracht mag geven.

https://www.tijdschriftvoorver...

EERSTE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD



EERSTE LEZING          Gen.,2,7-9;3, 1-7

Uit het boek Genesis

In het begin boetseerde God de Heer de mens uit stof, van de aarde genomen, en Hij blies hem de levensadem in de neus: zo werd de mens een levend wezen. Daarna legde God de Heer een tuin aan in Eden, ergens in het oosten, en daarin plaatste Hij de mens die Hij geboetseerd had. God de Heer liet uit de grond allerlei bomen opschieten, aanlokke­lijk om te zien en heerlijk om van te eten; daarbij was ook de boom van het leven midden in de tuin en de boom van de kennis van goed en kwaad. Van alle dieren, die God de Heer gemaakt had, was er geen zo sluw als de slang. Ze zei tot de vrouw: "Heeft God werkelijk gezegd dat ge van geen enkele boom in de tuin moogt eten?" De vrouw zei tot de slang: "Wij mogen wel eten van de vruchten van de bomen in de tuin. God heeft alleen gezegd: Van de vruchten van de boom die midden in de tuin staat moogt ge niet eten; ge moogt ze zelfs niet aanraken; anders zult gij sterven." Maar de slang zei tot de vrouw: "Gij zult helemaal niet sterven. God weet dat uw ogen open zullen gaan als ge eet van die boom, en dat ge dan gelijk zult worden aan God door de kennis van goed en kwaad." Toen zag de vrouw dat het goed eten was van die boom, en dat hij een lust was voor het oog, en hoe aantrekkelijk het was er inzicht door te krijgen. Zij plukte dus een vrucht en zij at ervan; zij gaf er ook van aan haar man, die bij haar stond, en ook hij at ervan. Nu gingen hun beiden de ogen open en zij ontdekten dat zij naakt waren. Daarom hechtten ze vijgebladen aaneen en maakten daar lendeschorten van.


TUSSENZANG  Ps. 51 (50), 3-4, 5-6a, 12-13, 14 en 17

REFREIN: Heer, ontferm U, wij hebben gezondigd.

God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen.

Was mijn schuld volkomen van mij af, reinig mij van al mijn zonden.

Ik erken dat ik misdreven heb, altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen.

Jegens U alleen heb ik gezondigd, wat U tegenstaat heb ik gedaan.

Schep in mij een zuiver hart, mijn God, geef mij weer een vastberaden geest.

Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn, neem uw heilige Geest niet van mij weg.

Geef mij weer de weelde van uw zegen, maak mij sterk in edelmoedig­heid.

Heer, maak Gij mijn lippen los, dat mijn mond uw lof kan zingen.

TWEEDE LEZING         Rom.,5, 12-19 of 12. 17-19

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, Door één mens is de zonde in de wereld gekomen en met de zonde de dood; en zo is de dood over alle mensen gekomen, aangezien allen gezondigd hebben. (Er was immers reeds zonde in de wereld, voor de wet er was. Maar de zonde wordt niet aangerekend, waar geen wet is. Toch heeft de dood als koning geheerst in de tijd van Adam tot Mozes, dus ook over hen die zich niet op de wijze van Adam schuldig hadden gemaakt aan de overtreding van een gebod. Adam nu is het beeld van Hem die komen moest. Maar de genade van God laat zich niet afmeten naar de misstap van Adam. De fout van één mens bracht allen de dood, maar God schonk allen rijke vergoeding door de grote gave van zijn genade: de ene mens Jezus Christus. Zijn gave is sterker dan die ene zonde. De rechtspraak die volgde op de ene misstap liep uit op een veroordeling, maar de gratie die na zoveel overtredingen ver­leend werd, betekende volledige kwijtschelding.) Door toedoen van één mens begon de dood te heersen, als gevolg van de val van die mens. Zoveel heerlijker zullen zij die de overvloed der genade en de gave der gerechtigheid ontvangen, leven en heersen, dank zij de ene mens Jezus Christus. Dit betekent: één fout leidde tot veroordeling van allen, maar één goede daad leidde tot vrijspraak en leven voor allen. En zoals door de ongehoorzaamheid van één mens allen zondaars werden, zo zullen door de gehoorzaamheid van Een allen worden gerechtvaardigd.


VERS VOOR HET EVANGELIE Mt. 4, 4b

Niet van brood alleen leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God voortkomt.


EVANGELIE     Mt., 4, 1-11

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteus

In die tijd werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd om door de duivel op de proef gesteld te worden. Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij honger. Nu trad de verleider op Hem toe en sprak: "Als Gij de Zoon van God zijt, beveel dan dat deze stenen hier in brood veranderen." Hij gaf ten antwoord: "Er staat geschre­ven: Niet van brood alleen leeft de mens, maar van elk woord dat komt uit de mond van God." Vervolgens nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, plaatste Hem op de bovenbouw van een tempelpoort en sprak tot Hem: "Als Gij de Zoon van God zijt, werp U dan naar bene­den, want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal Hij omtrent U een bevel geven, dat zij U op de handen nemen, opdat Ge uw voet niet zult stoten aan een steen." Jezus zei tot hem: "Er staat ook geschreven: Gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen." Ten slotte nam de duivel Hem mee naar een heel hoge berg, vanwaar hij Hem alle koninkrijken der wereld toonde in hun heerlijkheid. En hij zei: "Dat alles zal ik U geven, als Gij in aanbidding voor mij neervalt." Toen zei Jezus hem: "Weg, satan; er staat geschreven: De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen." Nu liet de duivel Hem met rust en er kwamen engelen om Hem te dienen.



Archief preken