Kies uw kerk

Preek van de week

Bezinning door het jaar - 27e zondag door het jaar A - 3 en 4 oktober 2026

OVERWEGING 27E ZONDAG DOOR HET JAAR

Er is veel inspanning nodig om in de Bijbelse tijd woeste grond geschikt te maken voor de landbouw. Er waren nog geen technische hulpmiddelen. Alles moest met de hand gebeuren. In de brandende zon moet er gezwoegd worden om de helling vrij van stenen te maken, want alles ligt vol rots en steen. Uit de verre bron is eindeloos veel keren water aangedragen en tenslotte zijn met veel zorg de dure plantjes gepoot en zorgvuldig van water voorzien in de hoop dat al het werk niet tevergeefs zou zijn Maar als dan het resultaat van al die arbeid en die zorg geen volle zoete druiven zijn, maar alleen wat zure, wrange bessen, dan is de teleurstelling groot.

Zo is het gesteld met de vriend waarvan de profeet Jesaja zingt. Wat had ik nog meer moeten doen?, klaagt de vriend van de profeet. En die vriend van de profeet blijkt dan God te zijn en de wijngaard het volk van Israël. God die alles doet voor zijn volk maar het volk dat geen vruchten voortbrengt.

En het verhaal van het evangelie is nog triester. De wijngaard brengt wel goede vrachten voort, maar die worden ingepikt door mensen die door de wijngaardenier in goed vertrouwen zijn aangenomen en ook hier plukt de wijngaardenier geen vruchten van zijn werk. Ten einde raad om nog iets te redden, stuurt de man zijn zoon om de arbeiders tot andere gedachten te brengen. Maar het wordt nog erger: ze vermoorden de zoon.

Twee verhalen met dezelfde teleurstellende strekking. Parabels, leerverhalen waarin Jezus heel duidelijk maakt hoe God zich voelt, hoe de verhouding is tussen God en het volk dat Hij heeft uitgekozen. Eigenlijk spreken de verhalen voor zichzelf. God is teleurgesteld, dat er zo weinig is terecht gekomen van zijn wijngaard, de aarde. Wat had God dan eigenlijk bedoeld. Daarvoor moeten we naar het begin van de Bijbel en daar lezen we, dat God in zijn oneindige liefde besloot een wondere tuin te maken en die tuin te bevolken met wezens, die waren geschapen naar zijn beeld en gelijkenis. En die dus, net als Hij, in staat waren om liefde te ontvangen en te geven. En de vruchten van die tuin, die wijngaard, zouden hierin bestaan, dat de mensen God zouden eren en liefhebben. Zo begon Hij aan zijn schepping. Met eindeloze zorg schiep God de aarde en bevolkte haar met dieren en planten en toen alles klaar was kwam het grote moment dat Hij de mens ging scheppen, die zijn liefde zou kunnen ontvangen en beantwoorden.

Maar dit werd een grote teleurstelling. In plaats van zich open te stellen voor de zon van Gods liefde, wendde de mens zich van God af en had alleen belangstelling voor zichzelf. En de enige vruchten van al Gods werk waren de zure, onverteerbare voortbrengselen van menselijke hoogmoed en egoïsme. Maar ondanks alles laat God zijn schepselen niet in de steek. En in zijn eindeloze goedheid, besluit Hij het volk van Israël uit te kiezen en het te maken tot zijn speciale wijngaard. Hij omringt hen met zijn liefde, Hij geeft hen zijn Wet. Maar die wijngaard levert weer niets op. En als God mensen stuurt om de opbrengst in de ontvangst te nemen, – daarmee worden de profeten bedoeld – worden dezen zeer onvriendelijk ontvangen. Ze worden gestenigd, ja zelfs gedood.

Tenslotte stuurt God zijn Zoon om hen tot betere gedachten te brengen en hen weer een nieuwe kans te geven om te leven met Hem en weer gelukkig te worden. Maar wat doen de mensen? Ze grijpen Hem vast sleuren Hem buiten de stad en doden Hem: Zo scheen Gods plan voor de tweede maal mislukt. Weer scheen het dat God zijn wijngaard maar beter kon laten verwilderen en laten overwoekeren door het onkruid en de brandnetels van menselijke eigenwijsheid en hoogmoed.

Maar dat lag niet in Gods plan besloten. Zoals Jezus zegt: Hij zal de wijngaard verpachten aan andere wijnbouwers die wel hem de opbrengst op de vastgestelde tijd zullen afdragen. Daarmee bedoelt Hij het nieuwe volk van God, allen van goede wil, de kerk. Uit de dood opgestaan keerde de Zoon terug naar zijn wijngaard. Hij is de hoeksteen geworden van die Kerk en door de gave van zijn Geest wist en weet Hij mensen te begeesteren voor het grote plan van de Vader. En vol geloof en liefde zijn ze aan het werk gegaan in de wijngaard van God. En door zijn Geest zendt Hij steeds meer arbeiders in zijn wijngaard en door doopsel en vormsel heeft Hij in onze tijd ook ons gezonden. Zo hebben wij ieder van ons apart een plaats in zijn grote plan, ieder in het stukje wereld en tijd waarin Hij ons heeft geplaatst.

Laten we dat nooit vergeten. God heeft ieder van ons geroepen om met Hem samen te werken aan zijn grootse plan. Dat plan, dat Hij niet alleen wil uitvoeren, maar samen met ons. Bid de Heer, dat Hij meer arbeiders zendt, zegt Jezus, want eens, op het einde van de tijden, zo lezen we in het laatste boek van de Bijbel, zal Hij zeggen tot de engelen van het laatste oordeel: Oogst de trossen van de wijngaard der aarde, want de druiven zijn rijp. Dat zal de voltooiing zijn van Gods heilsplan, Dan zal Hij uiteindelijk toch de vruchten plukken van zijn liefde.’

Laten we daarom zo trouw mogelijk in het leven van iedere dag werken aan de wijngaard des Heren, dat wil zeggen gerechtigheid en liefde verspreiden in zijn Naam. Dan zullen wij ook eens mogen genieten van de vruchten als de tijd van de grote oogst gekomen is.

https://mennenpr.nl/zevenentwi... bewerkt TS

ZEVENENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 



EERSTE LEZING          Jes., 5, 1-7 

Uit de Profeet Jesaja 

Ik wil zingen voor mijn vriend, zingen het lied van mijn vriend en zijn wijngaard. Mijn vriend had een wijngaard, die lag op een vruchtbare helling. Hij spitte hem om en maakte hem vrij van stenen, hij plantte er uitgelezen wingerden; in het midden bouwde hij een toren en hij kapte er een perskuip uit. Toen hoopte hij druiven te krijgen, maar de wijn­gaard gaf enkel wilde vruchten. En nu, inwoners van Jeruzalem, mannen van Juda, nu moet gij de rechters zijn over mij en mijn wijngaard! Wat had ik nog meer kunnen doen voor mijn wijngaard en heb ik voor hem niet gedaan? Ik had op druiven gehoopt! Waarom geeft hij mij wilde vruchten? Ik zal u dan nu vertellen, wat ik ga doen met mijn wijngaard. Ik haal zijn omheining weg, dat hij kaalgevreten kan worden. Ik maak zijn muren stuk, dat hij platgetrapt kan worden. Ik maak van hem een verwilderd stuk grond; hij wordt niet langer gesnoeid en met geen hak meer bewerkt; distels en dorens schieten er op, en aan de wolken verbied ik hun regen op hem te laten vallen. De wijngaard van de Heer der hemelse machten is het huis Israël.

 

TUSSENZANG Ps. 80 (79), 9 en 12, 13-14, 15-16, 19-20 

REFREIN: De wijngaard des Heren is het huis van Israël. 

Gij hebt uit Egypte een wijnstok gehaald, volken verdreven om hem te planten.

Hij strekte zijn ranken uit tot de zee, tot de rivieren zijn loten.

 

Waarom hebt Gij zijn omheining verwoest, zodat wie langs komt kan plukken?

De wilde zwijnen woelen hem om, het vee van het veld graast hem af.

 

God van de heerscharen, keer toch terug, zie neer uit de hemel en let op uw wijngaard.

Bescherm wat uw eigen hand heeft geplant, het stekje dat Gij hebt gekweekt.

Nooit meer zullen wij U verlaten: beweert Gij ons leven, dan prijzen wij U.

God van de heerscharen, richt ons weer op: lach ons weer toe en wij zullen gered zijn.

 

TWEEDE LEZING         Fil., 4, 6-9

  Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Filippi 

Broeders en zusters, Weest onbezorgd. Laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking, en nooit zonder dankzegging. En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus. Ten slotte, broeders en zusters, houdt uw aandacht gevestigd op al wat waar is, al wat edel is, wat rechtvaardig is en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, op al wat deugd heet en lof verdient. En brengt in praktijk wat u geleerd is en overgele­verd, en wat gij van mij hebt gehoord en gezien. Dan zal de God van vrede met u zijn.


ALLELUIA         Joh., 15, 16 

Alleluia. Ik heb u uitgekozen uit de wereld, om op tocht te gaan en vruchten voort te brengen, die blijvend mogen zijn, zegt de Heer. Alleluia.


EVANGELIE     Mt., 21, 33-43 

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 

In die tijd sprak Jezus tot de hogepriesters en de oudsten van het volk: "Luistert naar deze gelijkenis: Er was eens een landeigenaar die een wijngaard aanlegde; hij zette er een heining omheen, hakte een wijnpers erin uit en bouwde een wachttoren. Daarop verpachtte hij hem aan wijnbouwers en vertrok naar den vreemde. Toen de tijd van de oogst gekomen was, zond hij zijn dienaren naar de wijnbouwers om de opbrengst in ontvangst te nemen. Maar de wijnbouwers grepen zijn dienaren vast. Zij mishandelden de een, doodden de ander en stenigden een derde. Daarop zond hij andere dienaren, talrijker dan de eersten; maar zij behandelden hen op dezelfde manier. Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe,in de veronderstelling dat zij zijn zoon wel zouden ontzien. Maar toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze onder elkaar: "Dat is de erfgenaam; vooruit, laten we hem vermoorden en ons zijn erfenis toeëigenen." Ze grepen hem vast, wierpen hem de wijngaard uit en doodden hem. Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat zal hij dan wel met die wijnbouwers doen?" Ze antwoordden Hem:

"Hij zal die misdadigers een ellendige dood doen sterven en zijn wijn­gaard zal hij aan andere wijnbouwers verpachten, die hem de opbrengst op de vastgestelde tijd zullen afdragen!" Toen sprak Jezus tot hen: "Hebt gij nooit in de Schrift gelezen: De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd, is juist de hoeksteen geworden. Op last van de Heer is dat gebeurd en het is wonderbaar in onze ogen. Daarom zeg Ik u: Het Rijk Gods zal u ontnomen worden en gegeven aan een volk dat wel de vruchten daarvan opbrengt."



Archief preken