Kies uw kerk

Preek van de week

Bezinning door het jaar - 16e zondag door het jaar A - 18 en 19 juli 2026

OVERWEGING 16e ZONDAG DOOR HET JAAR

Na de parabel van de zaaier vertelt Jezus deze van het onkruid en de tarwe, gevolgd door enkele korte gelijkenissen over het Rijk Gods. Opnieuw treft zijn realistische kijk op de mens. Een man zaait goed zaad op zijn akker, doch ’s nachts komt de vijand er onkruid tussen zaaien, zodat beide naast elkaar opschieten. Dit beeld is niet uit de lucht gegrepen. Ook nu merk je op een korenveld heel wat meer dan rijpend graan en bovendien weet elke toehoorder, dat tarwe en onkruid behoren tot de werkelijkheid van het leven. Meestal kennen we het laatste best, vooral wanneer het gaat om anderen. We menen te zien wat er verkeerd groeit op de akker van hun leven en we vullen zelf de oorzaken en de oplossing in. Door zo te handelen eigenen we onszelf het recht toe om te oordelen over medemensen en ondertussen beklemtonen we onze zuiverheid en onze degelijkheid. Zijn we dan meer of beter mens dan anderen?

De parabel laat bewust elke concrete invulling van de beelden achterwege in de hoop dat iedereen dit voor zichzelf doet. Dit is niet steeds gemakkelijk. We bekennen soms niet graag wat er in ons aan negatieve gevoelens leeft. We durven voor onszelf niet peilen naar onze werkelijke motieven uit angst te botsen op eigenbelang, ambitie en kwaad. De heer uit de parabel heeft hiermee geen moeite. Hij weet wat er met zijn akker gebeurd is en zal op het gepaste moment ingrijpen. Is dit ook voor ons geen weg: eerlijk vaststellen wat tarwe en onkruid is en met deze gegevenheid op een positieve manier omgaan.

Wanneer Jezus deze parabel vertelt, dan wil Hij al wie naar Hem luistert deze wondere vaststelling laten maken: alleen God is zo geduldig en mild. Hij schrijft niemand af en bekijkt de mens niet met de ogen van de efficiëntie maar met deze van het hart. Hij ziet ook verder dan de uiterlijke gedragingen en gaat op zoek naar het beste dat in iemand leeft. Hij gelooft nog dat er groeikansen zijn, waar wij reeds spreken van onkruid. Zo ànders is God. Zo ànders is ook Jezus. Hij is zo overtuigd van de goedheid van zijn hemelse Vader, dat Hij niet anders kan dan verkondigen èn voorleven dat Hij eindeloos geduldig is. Zelf wekt Hij mensen tot leven door hen met liefde te benaderen en hen te bevrijden uit de verstikkende categorieën van rein en onrein. Hij gunt iedereen de tijd en geeft ook de kans om te groeien en te veranderen. Dit blijkt uit zijn houding tegenover de leerlingen en tegenover de vele mensen die Hij ontmoet. Zo ànders is Jezus, zo ànders zou een christen moeten zijn.


Bisdom bij de Krijgsmacht | Katholieke Aalmoezeniersdienst bij Defensie


ZESTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR
  

EERSTE LEZING     Wijsh., 12, 13. 16-19 

 

Uit het boek der Wijsheid 

Naast U is er geen andere God die zorg draagt voor alles, geen andere God, voor wie Gij waar zoudt moeten maken dat Gij niet onrechtvaardig hebt geoordeeld. Uw macht is de grond van uw rechtvaardigheid, en omdat Gij over allen heerst, behandelt Gij allen ook met zachtheid. Waar men aan uw volstrekte macht niet gelooft, daar toont Gij uw kracht en bij hen die haar ervaren hebben, neemt Gij alle grond tot overmoed weg. Gij echter, die over de macht beschikt, met veel zacht­heid spreekt Gij uw oordeel uit en Gij bestuurt ons met veel goedertie­renheid, want Gij kunt uw macht tonen, wanneer Gij maar wilt. Door zo te doen hebt Gij uw volk geleerd, dat de rechtvaardige een vriend van de mensen moet zijn, en hebt Gij uw zonen hoopvol gestemd dat Gij, daar waar gezondigd wordt, de kans tot inkeer biedt.



TUSSENZANG  Ps. 86 (85), 5-6, 9-10, 15-16a 

REFREIN: Gij zijt goed en genadig, Heer.

 

Gij zijt immers goed en genadig, Heer, barmhartig voor elk die U aanroept.

 

Luister dan, Heer, naar mijn bidden, geef acht op mijn smekende stem.

 

Eens komen de volken, uw schepselen, weer om U te aanbidden, uw Naam te loven.

 

Want groot zijt Gij, Heer, en groot is uw schepping, Gij zijt de enige God.

 

Maar Gij, Heer mijn God, zijt barmhartig en goed, geduldig, mild en betrouwbaar.

 

Let dan op mij, heb erbarmen met mij, en schenk uw dienaar uw kracht.

 



TWEEDE LEZING         Rom.,8, 26-27 

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

 

Broeders en zusters, De Geest komt onze zwakheid te hulp. Want wij weten niet eens hoe wij behoren te bidden, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij die de harten doorgrondt, weet waar de Geest op zint, want Hij pleit voor de heiligen naar Gods bedoeling.

 



ALLELUIA         Apok., 2, 10c

 

Alleluia. Wees getrouw tot de dood, zegt de Heer, en Ik zal u de kroon des levens geven. Alleluia.

 



EVANGELIE     Mt., 13, 24-43 of 24-30   

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

 

In die tijd hield Jezus de menigte deze gelijkenis voor: "Het Rijk der hemelen gelijkt op een man die op zijn akker goed zaad had gezaaid, maar terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe en ging heen. Toen de halmen opgeschoten waren en vrucht hadden gezet, was ook het onkruid te zien. Nu gingen de knechten naar hun meester en zeiden hem: "Heer, ge hebt toch goed zaad op uw akker gezaaid? Hoe komt het dan dat er onkruid op staat?" Hij antwoordde hun: "Dat is het werk van een vijand". De knechten zeiden tot hem: "Wilt ge dan dat we het bijeengaren?" Maar hij zei: "Neen, ik ben bang dat ge, wanneer ge het onkruid bijeengaart, de tarwe mee uittrekt. Laat beide samen opgroeien tot de oogst, en met de oogsttijd zal ik de maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bussels om te verbranden; maar slaat de tarwe op in mijn schuur."

(Een andere gelijkenis hield Jezus hun voor: "Het Rijk der hemelen gelijkt op een mosterdzaadje, dat iemand op zijn akker zaaide. Dat is wel het aller­kleinste zaadje, maar wanneer het is opgeschoten, is het groter dan de andere tuingewassen; het wordt een boom, zodat de vogels in zijn takken komen nestelen." Nog een andere gelijkenis vertelde Jezus hun: "Het Rijk der hemelen gelijkt op gist, die een vrouw in drie maten bloem verwerkte, totdat deze in hun geheel gegist waren." Dit alles sprak Jezus tot het volk in gelijkenissen en zonder gelijkenissen leerde Hij hun niets, opdat in vervulling zou gaan het door de profeet gesproken woord: "Ik zal mijn mond openen in gelijkenissen, Ik zal openbaren wat verborgen is geweest vanaf de grondvesting der wereld." Toen liet Hij de menigte gaan en keerde naar huis terug. Zijn leerlingen kwamen nu naar Hem toe en zeiden: "Leg ons de gelijkenis uit van dat onkruid op de akker." Hij gaf hun ten antwoord: "Die het goede zaad zaait, is de Mensenzoon; de akker is de wereld; het goede zaad, dat zijn de kinderen van het Rijk; het onkruid de kinderen van het kwaad, en de vijand die het zaaide, is de duivel. De oogst is het einde van de wereld en de maaiers zijn de engelen. Zoals nu het onkruid wordt bijeengebracht en in het vuur verbrand, zo zal het ook gaan op het einde van de wereld. De Mensen­zoon zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn Rijk bijeenbrengen allen die tot zonde verleiden en ongerechtigheid bedrijven om hen in de vuuroven te werpen, waar geween zal zijn en tandengeknars. Dan zullen de rechtvaardigen in het Koninkrijk van hun Vader schitteren als de zon. Wie oren heeft, hij luistere.")

Archief preken