Kies uw kerk

Preek van de week

Bezinning door het jaar - 23e zondag door het jaar A - 6 en 7 september 2026

OVERWEGING 23E ZONDAG DOOR HET JAAR

Moet ik over jou waken???
Wij mensen hebben elkaar nodig. Iemand die beweert: ik kan het wel alleen af, ik heb niemand nodig, realiseert zich nauwelijks hoe afhankelijk we zijn. Als we denken we aan onze eerste levensbehoeften, eten en drinken, een dak boven ons hoofd, kunnen we misschien beseffen wat mensen overkomt die ten gevolge van oorlog en natuurrampen alles kwijt zijn geraakt.
Dat wij mensen elkaar nodig hebben, raakt eigenlijk de kern van ons bestaan wanneer we ons als gelovige mogen zien zoals we door God bedoeld zijn: Gods evenbeeld om als man en vrouw steeds meer op de Eeuwige te gaan gelijken.

Bij dit verhaal over wie wij mensen zijn hoort ook het beroemde verhaal van de moord van Kaïn op zijn broer Abel. Wanneer daar de vraag van de Eeuwige klinkt: ‘Waar is je broer?’, dan luidt het antwoord: ‘Moet ik soms waken over mijn broer?’ Met deze vraag wordt eigenlijk aangegeven waarin Kaïn ten diepste heeft gefaald.
Want met deze vraag wordt duidelijk hoe wij mensen bedoeld zijn. U en ik. Hoe wij aangewezen zijn op elkaar, namelijk als mensen die waken over elkaar. Dan hoort bij menszijn, dat je durft te leven vanuit een verbonden zijn met elkaar. Dat je daarvoor opkomt.

Het verhaal roept op om onze verantwoordelijkheid serieus te nemen door daden van waakzaamheid. Dat wanneer we zien hoe mensen falen en de verkeerde weg inslaan, we daar ook een verantwoordelijkheid hebben. Dat hoort bij ons mens-zijn. Dat is geen vrijblijvende houding maar een oproep van de Eeuwige zoals we die mogen verstaan uit de woorden van de profeet Ezechiël uit de eerste lezing.
We worden daar namelijk geconfronteerd met de werkelijkheid dat mensen bewust kiezen voor geweld, voor al datgene wat in de ogen van God strijdig is met het echte welzijn van mensen. Dat mensen kiezen voor eigenbelang en eigen macht ten koste van medemensen. Dat mensen keuzes maken die uiteindelijk geen toekomst hebben.

In het bijbelwoord horen we dan dat de profeet als wachter aangesteld is, voor zijn volk,
voor zijn mensen. Een zware verantwoordelijkheid rust op hem: naar mensen toegaan en wijzen op wat wegen ten leven zijn en welke wegen daarvan afwijken.
God laat mensen, U en mij, vrij om te kiezen welke weg te gaan. Maar de profeet – evenals iedere medemens – heeft de taak, de opdracht, te waken, als antwoord op de vraag van Kaïn: ‘Moet ik soms waken over mijn broer?’

De profeet maakt duidelijk dat deze opdracht niet gering is, je kunt hem niet zomaar naast je neerleggen. De lotsverbondenheid met je medemens is niet vrijblijvend maar raakt je tot in je kern, waar je antwoord mag geven op de vraag van de Eeuwige. Alleen wanneer je die waakzaamheid serieus neemt is er toekomst.
Geen eenvoudige opdracht, ga er maar eens aanstaan, hoe gemakkelijk krijg je niet te horen: ‘Waar bemoei je je mee. Dat maak ik zelf wel uit.’ Iemand van het kwade afhouden is niet zonder risico, denkend aan de vele voorbeelden van zinloos geweld, waarbij juist degene, die waakzaam over zijn medemens wil optreden het slachtoffer wordt.
Hoe afschuwelijk ook, het mag er niet toe leiden dat je het kwade geen halt toeroept. Het waken over je medemens geldt overal waar mensen leven en mens willen zijn.

Ook in onze kerkelijke gemeenschap. Het evangelie laat ons vandaag duidelijk verstaan wat dat waken over elkaar dan kan betekenen. Niet voor niets staat er ‘wanneer je broeder of zuster zondigt’, met andere woorden wanneer de gemeenschap als gemeenschap in diskrediet wordt gebracht. Een kerk van mensen zal steeds de kenmerken van mensen blijven houden: mensen met hun eigen wensen, met goede en minder goede kanten. Waar het dienstbaar zijn aan het geheel niet altijd gemakkelijk verloopt als eigen belang in het geding komt.
En dan horen we hoe de jonge kerk in het evangelie daarmee omgaat: wanneer een broeder of zuster zondigt, moet je die daarop onder vier ogen aanspreken. Zo krijgt het waken over elkaar gestalte. Dat is heel wat anders dan meteen het praatjescircuit opgaan met: ‘Heb je gehoord wat hij/zij heeft gezegd? Dat is toch…’
Onder vier ogen wordt er ruimte geboden. Als dat niet lukt, probeer dan pas een of twee anderen mee te nemen, die eveneens in vertrouwen aangeven wat dit voor de gemeenschap betekent. Ook hier wordt weer ruimte gegeven. Paulus’ woorden ‘Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde…’ (Rom. 13,8) en ‘Heb uw naaste lief als uzelf’ (Lev. 19,18) blijven leidend.

Pas als de persoon in kwestie volhardt in het kwaad, ontstaat er een nieuwe situatie. Dan heeft deze broeder of zuster zich in feite zelf buiten de gemeenschap geplaatst.
Wanneer in een geloofsgemeenschap het waken over elkaar zorgvuldig gebeurt, heeft dat consequenties die verder reiken. Daar is toekomst. Dat heeft in Gods ogen betekenis. ‘In de hemel gebonden of ontbonden’ gaat niet zozeer over een of andere plaats, maar over hoe God ons wil zien. Hemel als een ander woord voor God. Een God die ons de ruimte wil geven om in vrijheid te kiezen voor Hem of desnoods tegen Hem.

Gods uitnodiging blijft staan: om te kiezen voor het goede, en om terug te keren. Jezus heeft dat in zijn leven maar al te duidelijk laten zien. In woord en daad bood Hij nieuwe kansen als verkondiger van Gods barmhartigheid en mildheid en blijvende menslievendheid.
Zo wordt ook duidelijk, dat de basis waaruit we steeds opnieuw mogen leven, ligt in de fundamentele belofte: ‘Waar twee of meer in mijn naam bijeen zijn daar ben Ik in hun midden.’
Deze belofte, deze fundamentele trouw wordt hier uitdrukkelijk uitgesproken Die blijft aan de basis liggen om het waken over elkaar steeds opnieuw vorm te geven.
Dit mag ook gelden wanneer we samen als kerk op weg gaan om te zien welke plaats we gaan innemen in onze veranderende maatschappij. Bidden we dat Gods geest ons daarbij steeds mag blijven inspireren.

https://www.tijdschriftvoorver...

DRIEËENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR

EERSTE LEZING          Ez.,33, 7-9

  Uit de Profeet Ezechiël

  Zo spreekt de Heer: "Gij, mensenkind, als wachter heb Ik u aangesteld over het volk van Israël. Hoort gij een woord uit mijn mond, waarschuw hen dan namens Mij! Als Ik tot de boosdoener zeg: "Jij, boosdoener, jij moet sterven!" en als gij dan uw mond niet opendoet en de boosdoener niet waarschuwt voor zijn gedrag, dan sterft die boosdoener wel om eigen schuld, maar dan kom Ik zijn bloed van u opeisen. Hebt gij de boosdoener echter gewaarschuwd voor zijn gedrag, hem gezegd dat hij zich moet bekeren, en hij bekeert zich niet, dan sterft hij om zijn eigen schuld, maar gij hebt uw leven gered."

 

TUSSENZANG Ps. 95 (94) 1-2, 6-7, 8-9 

REFREIN: Luistert dan heden naar zijn stem: weest niet halsstarrig.

 

Komt, laat ons de Heer met gejubel begroeten, juichen wij toe de Rots van ons heil.

 

Laat ons verschijnen voor Hem met een lofzang, Hem met liederen eren.

 

Komt, laat ons aanbiddend ter aarde vallen, neerknielen voor Hem die ons schiep.

 

Hij is onze God en wij zijn volk, Hij is de herder en wij zijn kudde.

 

Luistert heden dan neer zijn stem: weest niet halsstarrig als eens in Meriba.

 

Waar uw vaderen Mij wilden tarten ofschoon zij mijn daden hadden gezien.

 

TWEEDE LEZING         Rom., 13, 8-10 

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome 

Broeders en zusters, Zorgt dat gij niemand iets schuldig zijt. Uw enige schuld blijve de onderlinge liefde. Wie zijn naaste bemint, heeft de wet vervuld. Want de geboden: gij zult niet echtbreken, niet doden, niet stelen, niet begeren, en alle andere kan men samenvatten in dit ene woord: "Bemin uw naaste als uzelf". De liefde berokkent de naaste geen enkel kwaad. Liefde vervult de gehele wet.

 

ALLELUIA         2 Kor., 5, 19 

Alleluia. God was het die in Christus de wereld met zich verzoende en Hij gaf ons de boodschap van de verzoening. Alleluia.

 

EVANGELIE     Mt., 18, 15-20 

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: "Wanneer uw broeder gezondigd heeft, wijs hem dan onder vier ogen terecht. Luistert hij naar u, dan hebt gij uw broeder gewonnen. Maar luistert hij niet, haal er dan nog een of twee personen bij, opdat alles beruste op de verklaring van twee of drie getuigen. Als hij naar hen niet wil luisteren, leg het dan voor aan de kerk. Wil hij ook naar de kerk niet luisteren, beschouw hem dan als een heiden of tollenaar. Voorwaar, Ik zeg u: Wat gij zult binden op aarde zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat gij zult ontbinden op aarde zal ook in de hemel ontbonden zijn. Eveneens zeg Ik u: Wanneer twee van u eensgezind op aarde iets vragen - het moge zijn wat het wil - zullen zij het verkrijgen van mijn Vader die in de hemel is. Want waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden."



Archief preken