SACRAMENTSDAG
In iedere eucharistieviering roept de priester na de consecratie uit: het mysterie van het geloof. Om dit mysterie van het geloof viert de kerk vandaag feest. En dat mysterie van het geloof is niets anders dan de voortdurende aanwezigheid van de persoon van Jezus zelf en van zijn verlossingswerk. De aanwezigheid van zijn persoon en de nabijheid van zijn verlossingswerk hoeven we niet alleen geestelijk, in het geloof van de ziel, te beleven. We zijn mensen, we hebben behoefte aan tastbare, concrete dingen. God neemt onze lichamelijkheid en onze stoffelijkheid serieus, zo serieus, dat Hij zelf incarneerde, vlees werd in Jezus zijn Zoon. En als Jezus met zijn broeders in verbinding wil blijven door de tijden heen, dan wil Hij dat ook heel stoffelijk doen, en wel in de tekenen van brood en wijn, die op geheimnisvolle wijze zijn persoon en zijn heilswerk bevatten. Dat is het testament, het nieuwe verbond, dat Hij op de laatste avond van zijn leven aan zijn kerk nalaat.
En iedere keer als de priester in zijn Naam consacreert, wordt brood zijn Lichaam, voor ons gebroken op het kruis. Wordt de wijn zijn bloed, op het kruis vergoten tot vergeving van de zonden. Wordt opnieuw zijn levensoffer, waardoor wij gered zijn, werkelijkheid. Wij, zijn Kerk, mogen samen met Hem, dit zoenoffer opdragen aan de Vader. We staan in tijd en plaats niet ver van Golgota. In de eucharistie zijn we erbij. De eucharistie is werkelijk onder tekenen het offer van het Lichaam en Bloed van Christus, dat de Kerk met Christus aan de Vader opdraagt. Het mysterie van het geloof.
Tegenover de Joden vergelijkt Jezus zichzelf met brood. Zoals je voor je dagelijks leven brood, eten, nodig hebt, zo heb je zijn persoon broodnodig om eeuwig leven te hebben en te houden. En dan zegt Hij het, tot verbazing en verontwaardiging van de Joden, heel concreet: het brood van de hemel, het brood van eeuwig leven is mijn vlees. Je moet mijn vlees eten en mijn bloed drinken om eeuwig leven in je te hebben.
Wat voor de Joden onbegrijpelijk was, is voor ons sinds het laatste avondmaal duidelijk geworden: als vrucht van zijn offer moeten we telkens het brood, dat geconsacreerd is tot zijn Lichaam, eten, en de wijn, die geconsacreerd is tot zijn Bloed, drinken. Zo houdt Hij door zijn Persoon zijn leven in ons gaande. Zo blijven we op de innigst denkbare wijze met Hem verbonden in de communie. De innigste en meest concrete vorm van gemeenschap met Christus. Zo voltrekt zich het mysterie van het geloof, wekelijks, dagelijks.
Paulus zegt: omdat het brood een is, vormen wij allen tezamen een Lichaam, want allen hebben wij deel aan het geloof in het ene brood. Als wij communiceren met Christus, met zijn Lichaam in de eucharistie, worden wij één gemeenschap, een Lichaam van de Kerk. De kerk wordt dus opgebouwd; gevormd, niet allereerst in werkgroepen. De eucharistie, Christus maakt ons heel concreet tot tafelgenoten van Hem en daardoor van elkaar. Dat is het mysterie van het geloof.
De eucharistie is daarmee het grootste geheim, dat ons gegeven is, als de concrete, door Christus gewilde beleving van het geloof. De eucharistie is zo het hart van de kerk, het hart van de geloofsbeleving. We zijn geroepen tot communie met de Heer en tot communie met de Kerk. Anderzijds roept de kerk haar gelovigen op waardig te communie te gaan. Als de feitelijke gemeenschap met de kerk en met Christus verbroken is door ernstige zaken tegen de christelijke moraal mag je en kun je niet communiceren. Dat toch proberen, betekent het Lichaam van de Heer in de eucharistie en in de kerk miskennen. Dat leidt niet ten leven maar ten dode. Men zal zich eerst met Christus en de Kerk moeten verzoenen door het sacrament van de: biecht. “Wie onwaardig het Lichaam des Heren eet, eet zich een veroordeling”, schrijft Paulus.
Het mysterie van het geloof, dat ons in de eucharistie is geschonken, nodigt ons uit tot dankbare en innige deelname. Het nodigt ons ook uit tot een heilige schroom, omdat we mogen naderen tot het Allerheiligste, onze heiland en Verlosser Jezus Christus zelf, die in de gedaante van brood met ons wil communiceren.
Sacramentsdag a – My CMS bewerkt TS
SACRAMENTSDAG
EERSTE LEZING (Dt.8,2-3.14b-16a)
Uit het boek Deuteronomium
In die dagen sprak Mozes tot het volk: "Blijf denken aan heel die tocht van veertig jaren, die de Heer uw God U in de woestijn heeft laten maken. Hij heeft U toen vernederd en op de proef gesteld om uw gezindheid te leren kennen: Hij wilde zien of ge zijn geboden zoudt onderhouden of niet. Hij heeft U vernederd en U honger laten lijden, maar U ook het manna te eten gegeven, dat gij noch uw vaderen ooit hadden gezien. Hij wilde U daardoor laten beseffen dat gij niet leeft van voedsel alleen, maar van alles wat uit de mond van de Heer komt. Denk aan de Heer, uw God, die U uit Egypte, dat land van slavernij, heeft geleid; de Heer die U door die grote en verschrikkelijke woestijn heeft geleid, vol giftige slangen en schorpioenen, door dat dorstige land zonder water; die uit de keiharde rots water voor U liet ontspringen, die U in de woestijn het manna te eten gaf, dat uw vaderen nooit hadden gezien.
TUSSENZANG Psalm 147B
REFREIN: Loof de Heer, Jeruzalem.
Loof dus de Heer, Jeruzalem, Sion, verheerlijk uw God.
Want Hij heeft uw poorten stevig gegrendeld, uw zonen gezegend binnen uw muur.
Hij laat U in vrede uw akkers bebouwen en voet U met tarwebloem.
Hij zendt zijn bevel uit over de aarde en haastig rept zich zijn woord.
Hij is het die Jakob zijn woord heeft gezonden, zijn wet en geboden voor Israël.
Nooit was er een volk dat Hij zo heeft behandeld, geen ander maakt Hij zijn wegen bekend.
TWEEDE LEZING 1 Kor.10,16-17
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte
Broeders en zusters, geeft niet de beker der zegeningen die wij zegenen, gemeenschap met het Bloed van Christus? Geeft niet het brood dat wij breken, gemeenschap met het Lichaam van Christus? Omdat het brood één is, vormen wij allen één lichaam, want allen hebben wij deel aan het ene brood.
ALLELUIA
Alleluia. Ik ben het levend brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. Alleluia.
EVANGELIE Joh.6,51-58
Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In die tijd zei Jezus tot de menigte der Joden: "Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld." De Joden geraakten daarover met elkaar aan het twisten en zeiden: "Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?" Jezus sprak daarop tot hen: "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Zoals Ik door de Vader die leeft, gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet, leven door Mij. Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet zoals bij de vaderen, die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn: wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven."
12 juni: feestdag van de heilige Odulphus, patroonheilige van onze parochie
Kanselmededeling 14 en 21 juni 2026
Katholieke Jongerendag zaterdag 7 november 2026: samen op weg naar eenheid
Bedevaart naar Kevelaer (Duitsland) - donderdag 20 augustus 2026
Uitnodiging informatieavonden Familiepastoraat, communie en vormsel op 23 juni en 25 juni 2026