ZEVENDE ZONDAG VAN PASEN
In het Johannesevangelie, waaruit wij op de zondagen van Pasen veel hebben horen voorlezen, spreekt Jezus nogal eens verheven en plechtig, en op een manier dat het niet meteen duidelijk is wat hij wil zeggen. Dat is vanmorgen, op deze zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren, niet anders. Op zijn laatste woorden na dan misschien, waar Jezus zegt: Ik blijf niet langer in de wereld, zij echter blijven in de wereld, terwijl Ik naar U toe kom.
Dit is tenminste klare taal. Jezus beschrijft de situatie waarin de leerlingen zich na Hemelvaart bevinden, maar wat Hij zegt heeft ook betrekking op ons. Ook wij zijn in de wereld terwijl Christus in de heerlijkheid van de Vader is. Tegelijk gaat het hier om meer dan een beschrijving van onze feitelijke situatie. Het gaat ook over onze roeping. Wij zijn geroepen in de wereld Christus te volgen. Daar zijn wij geroepen zijn naam te dragen. Dat wij gedoopt zijn, christen, maakt ons niet tot hemelse mensen. Wij mogen wel verlangen te zijn waar Christus is, bij de Vader, maar wij zijn in de wereld en wij moeten er hier iets van maken, van dat wij christen zijn.
De twee andere lezingen van vanmorgen zeggen iets over wat daar bij komt kijken; bij dat ‘van Christus zijn’ terwijl wij in der wereld zijn.
In de eerste lezing horen wij hoe Jezus’ leerlingen, samen met zijn moeder en familie, volharden in het gebed, en in de tweede lezing zegt Petrus, dat wij ons moeten verheugen in de mate dat wij deelhebben aan het lijden van Christus, en dat wie als christen lijdt zich niet moet schamen, maar God moet eren omdat hij de naam van Christus draagt.
Ons christen zijn in de wereld wordt onder andere gekenmerkt door gebed en door lijden. Lijden waarover je je moet verheugen, ook dat nog.
Laten wij eerst maar bij dit lijden stilstaan, want dat is het meest weerbarstig, zeker als daar dan ook nog bij wordt gezegd dat wij ons daarover moeten verheugen.
Petrus heeft het hier niet over het lijden aan het leven, het verdriet van iedere dag, dat wij ziek worden, werkloos, over dat onze zaak failliet gaat, over dat mensen van huis en haard verdreven worden. Ook niet over dat ons onrecht wordt aangedaan, liefde stukloopt, vriendschappen verdampen. Dit lijden hoort wel degelijk bij ons in de wereld zijn, maar hierover hoeven wij ons niet te verheugen. Dat zou al te gek zijn.
Petrus vermaant ons wel om ons te verheugen over ons deelhebben aan het lijden van Christus. Wat daarmee bedoeld is dan? Christus heeft ook aan het leven geleden, net zoals ieder ander, maar hij heeft bovenal er aan geleden dat zijn liefde niet beantwoord is. Jezus heeft alleen maar, voor ieder die hij ontmoette, het goede gewild en het goede gedaan, en hij heeft nooit, nooit, het kwaad dat hem werd aangedaan met kwaad vergolden. Waar kwaad gedaan werd, deed hij goed, en uiteindelijk is dát hem fataal geworden. Zoveel goedheid verdraagt de wereld kennelijk niet.
Deelhebben aan het lijden van Christus gaat hierover. Over als wij in de wereld, die onze plek is en waar wij geroepen zijn als christen te leven, lijden aan het feit dat wij goed doen en goed zijn, zoals Jezus goed was en goed deed. Weet u, wij hebben de navolging van Christus nogal eens verengd tot een vorm van braaf zijn, van een beetje fatsoenlijk leven, zodat niemand zich aan je ergert of iets kwaads over je kan zeggen. Dit is niet niks, maar het is wel wat minnetjes vergeleken bij wat Christus heeft voorgeleefd. Je valt je er geen buil aan en je lijdt er ook niet onder. Maar om kwaad niet met kwaad te vergelden, om goed te doen aan iedereen die op je weg komt, de vluchteling, ook de economische, degene die op het verkeerde pad is geraakt, wie jou onrecht heeft aangedaan, je bestolen heeft, verraden, bedrogen, die je uitlacht wat je geloof betreft, omdat je in je familie zo ongeveer de enige bent ‘die er nog aan doet’ zoals dat heet. Dat is allemaal wat anders. Dat gaat niet alleen niet vanzelf en kost soms echt moeite, het kan je ook in een positie brengen dat je niet wordt begrepen, of, erger nog, aangevallen. Laten wij elkaar niks wijsmaken: kwaad met goed vergelden en goed zijn voor iedereen, ongeacht wat je van haar of hem vindt, raakt nooit in, wordt nooit populair. Daarvoor vraagt het teveel van ons. Het lukt ook vaak niet. De bekoring om braaf te zijn en fatsoenlijk is daarvoor veel te sterk, want dan heb je een veel rustiger leven en hoef je je minder te verdedigen.
Als wij er al iets van terecht brengen, dan dankzij dat andere wat bepalend is voor ons christen zijn in de wereld, en dat is het gebed. Het jezelf er telkens weer van bewust maken dat je om de liefde te kunnen doen zoals Christus die deed, niet zonder Gods hulp kunt, Gods kracht, Gods Geest. Het je er telkens weer bewust van maken dat onze christelijke roeping eigenlijk onze krachten te boven gaat, en dat wij ons moeten laten meenemen door het blazen van de Geest, die ook Christus aangeblazen heeft, en die hem de kracht heeft gegeven om tot stervens toe zichzelf te geven.
Bidden is natuurlijk ook naar de kerk gaan, psalmen zingen, een schietgebedje doen, een kaarsje opsteken bij Maria of je favoriete heilige, een Onzevader of Weesgegroet aan tafel of voor het slapen gaan, naar Lourdes pelgrimeren of naar Compostella, maar ook dat zijn hulpmiddelen om in ons het verlangen te wekken naar de heilige Geest die ons tot mensen kan maken die voor elkaar zo goed als Christus kunnen zijn.
Zoals gezegd, uit onszelf lukt dit meestal maar matig, want het is veel gevraagd, maar als de wereld waarin wij Christus moeten navolgen ons lief is, dan willen wij er het onze aan doen, want die wereld wordt er alleen maar beter van als wij kwaad met goed vergelden en iedereen het goede doen. Als de wereld ons lief is komen wij tot het oprechte gebed dat de Geest van de heerlijkheid op ons rust. Op die manier zegt Petrus het in de tweede Lezing. Hij spreekt over de geest van heerlijkheid, die de Geest van Christus is. Want dit is Christus’ heerlijkheid: dat hij in het goede volhard heeft en het lijden dat dit hem bracht niet heeft geschuwd.
Het is in deze wereld onze heerlijkheid, wanneer wij, net als Christus, het lijden dragen dat de navolging van Christus ons brengt, wanneer wij meer dan brave en fatsoenlijke mensen willen zijn.
En hoe gek het ook klinkt, als de Geest van heerlijkheid ons deel wordt, als wij echt verlangen te doen wat Jezus in de wereld heeft gedaan, dan kan het ook nog iets van vreugde krijgen wanneer wij delen in de moeilijkheden die dat met zich brengt. Die worden dan een bevestiging ervan dat wij navolgers van Christus zijn, en dat wij de wereld serieus nemen als de plaats waar wij dat moeten doen, hem navolgen, en dat wij die plek niet schuwen omdat het ons er soms zo hard valt te doen, en dat wij zijn wat Jezus van ons verwacht.
Maar nogmaals: dan moet de Geest van heerlijkheid ons wel te hulp komen, de Geest van Pinksteren. Zonder die gaat het niet. Benutten wij deze tijd voor Pinksteren dan om ons voor de Geest te openen, erom te bidden. Dit is een van de beste dingen die wij kunnen doen zolang wij in de wereld zijn.
ZEVENDE ZONDAG VAN PASEN
EERSTE LEZING Hand., 1, 12-14
Uit de Handelingen der Apostelen
Nadat Jezus ten hemel was opgenomen keerden de apostelen van de Olijfberg naar Jeruzalem terug. Deze berg ligt dichtbij Jeruzalem op sabbatsafstand. Daar aangekomen gingen zij naar de bovenzaal waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeus en Matteus, Jakobus, zoon van Alfeus, Simon de IJveraar en Judas, de broer van Jakobus. Zij allen bleven eensgezind volharden in het gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.
TUSSENZANG Psalm 27
REFREIN: Ik reken er op nog tijdens mijn leven de weldaden van de Heer te ervaren.
of: Alleluia.
De Heer is mijn licht en mijn leidsman, wie zou ik vrezen;
De Heer is de schuts van mijn leven, voor wie zou ik bang zijn?
Eén ding slechts vraag ik de Heer, meer zal ik niet wensen: dat ik in Gods huis mag wonen zolang ik leef.
Dat ik de beminnelijkheid van de Heer mag ervaren, zijn tempel weer met eigen ogen mag zien.
Wil luisteren, Heer, naar mijn roepende stem, heb medelijden en wil mij verhoren.
Tot U spreekt mijn hart, naar U zie ik op, uw aanschijn, Heer, tracht ik te zien.
TWEEDE LEZING 1 Petr., 4, 13-16
Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus
Dierbaren,
Verheugt u in de mate dat gij deel hebt aan het lijden van Christus; dan zult gij juichen van blijdschap, wanneer zijn heerlijkheid zich openbaart. Prijst u gelukkig, als men u hoont om de naam van Christus: het is een teken dat de Geest der heerlijkheid, die de Geest van God is, op u rust. Zorgt dat niemand van u te lijden heeft als moordenaar of dief of boosdoener of aanbrenger. Maar wie als christen lijdt, moet zich niet schamen, maar God eren met die naam.
ALLELUIA Joh., 14, 18
Alleluia. Ik zal u niet verweesd achterlaten, zegt de Heer, Ik ga, en Ik keer tot u terug, en uw hart zal zich verblijden. Alleluia.
EVANGELIE Joh., 17, 1-11a
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en zei: "Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijke. Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen om eeuwig leven te schenken aan allen die Gij Hem gegeven hebt. En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden: Jezus Christus. Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat Gij Mij hebt opgedragen te doen. Gij, Vader, verheerlijk Mij thans bij Uzelf en geef Mij de heerlijkheid, die Ik bij U had eer de wereld bestond. Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. U behoorden ze toe; Mij hebt Gij ze gegeven en zij hebben uw woord onderhouden. Nu weten zij dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt. Want de boodschap die Gij Mij hebt meegedeeld, heb Ik hun meegedeeld, en zij hebben ze aangenomen en naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd dat Gij Mij hebt gezonden. Ik bid voor hen. Niet voor de wereld bid Ik, maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U toebehoren. Al het mijne is van U en het uwe is van Mij. Zo ben Ik in hen verheerlijkt. Ik blijf niet langer in de wereld, zij echter blijven in de wereld, terwijl Ik naar U toe kom."
Wat is Pinksteren ?
Zaterdag 20 juni: kraam met info over Middeleeuwse kerk bij Sint-Odulphuskerk
Odulphusprocessie en -viering: zondag 14 juni 2026
Gezinsbedevaart : Reis mee met Oda
Familiepastoraat