Kies uw kerk

Preek van de week

Bezinning door het jaar - derde zondag van Pasen jaar A - 18 en 19 april 2026

DERDE ZONDAG VAN PASEN

Onzekerheid, twijfel, teleurstelling: dat is wat de Emmaüsgangers moeten verwerken terwijl ze onderweg zijn van Jeruzalem naar hun geboortedorp Emmaüs. Elf kilometer moeten ze gaan, radeloos en vertwijfeld. Die elf kilometer hebben ze nodig om hun ellende uit te praten.

En misschien denk je er niet aan, maar wij zouden die Emmaüsgangers kunnen zijn. Weg van de plaats waar iets ergs is gebeurd. Weg van slecht nieuws. Weg van ruzies en discussies. Weg van alles wat de wereld en onszelf kapotmaakt. We zijn niet Kléopas, maar we zouden zijn naamloze metgezel kunnen zijn. Want net als zij kunnen wij overspoeld worden door onzekerheid en twijfel omdat onze verwachtingen, onze hoop, onze idealen botsen met de werkelijkheid. En misschien vragen we ons dan net als de Emmaüsgangers af waarom we dat allemaal moeten meemaken. Waar is God? Waar is Jezus? Waarom laten zij ons in de steek? Net voor zijn hemelvaart zei Jezus nochtans: ‘Ik ben bij u, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld', maar waar is Hij?

Wellicht beseffen we niet dat we het antwoord op die vraag in het evangelie horen, want ineens is Jezus bij die vertwijfelde Emmaüsgangers. Opvallend daarbij is dat niet zij naar Hem zijn toegegaan, maar Hij naar hen is gekomen. Legde Hij dezelfde weg af als zij, kwam Hij uit een zijweg of is Hij hen tegemoet gegaan? Dat is niet duidelijk, maar dat is ook niet belangrijk. Wel belangrijk is dat Hij ineens bij hen is. Dat Hij dus aantoont dat Hij, dat God ons niet in de steek laat wanneer we in nood zijn of wanneer we ons verloren voelen. Wellicht reageren we daarbij op dezelfde manier als die twee mannen: ze herkennen Jezus niet, zoals ook wij Hem vaak niet herkennen. Voor hen is Hij een vreemdeling, maar ze stoten Hem niet af, integendeel, ze laten Hem toe in hun ellende. Doen wij dat ook? Laten we vreemdelingen ook toe in ons leven, of wijzen we hen af, precies omdat ze  vreemdelingen zijn?

Of vertellen wij, net als de Emmaüsgangers, het verhaal van Jezus aan de mensen die ons omringen of die we ontmoeten? Het verhaal van Jezus met zijn boodschap van liefde, vrede en vreugde. Van nederigheid en openheid, van niet oordelen en zeker niet veroordelen. Het verhaal van Jezus die altijd bij ons is en ons altijd de weg aanwijst. Een weg met ups en downs, met geluk en ongeluk, met vallen en opstaan.

En Jezus kunnen we elke dag kunnen ontmoeten, maar vandaag makkelijker dan anders, want we komen samen om eucharistie te vieren, om te luisteren naar zijn woorden en daden, om Hem te ontvangen bij de heilige communie. Om Hem in ons op te nemen en mee te nemen in ons leven, en te doen wat die twee Emmaüsgangers deden: ze keerden vliegensvlug terug naar Jeruzalem om het goede nieuws te vertellen dat Jezus verrezen is. Doen wij dat ook? Brengen wij ook het goede nieuws van ons geloof naar buiten? Maken we in woorden en daden kenbaar dat we christenen zijn? Mensen van goede wil, met aandacht voor onze medemensen. Met een luisterend oor en een warm hart voor mensen in nood.

Zusters en broeders, het verhaal van de Emmaüsgangers is ook ons verhaal. Het schetst ons de weg die we als gelovigen afleggen. En weg die niet altijd gemakkelijk te gaan is, want we kunnen gebukt gaan onder tegenslag, ellende, pijn en verdriet. Of onder foute verlangens die we aan God willen opleggen. Maar wat er ook gebeurt, Jezus komt naar ons toe en gaat met ons mee. En Hij luistert naar ons verhaal van vreugde of verdriet, en vertelt zijn verhaal van geloof, hoop en liefde, want Hij, want God is met ons begaan alle dagen van ons leven. Amen.


https://preken.be/a/paastijd/3... bewerkt TS

DERDE ZONDAG VAN PASEN

EERSTE LEZING          Hand., 2, 14. 22-28

Uit de Handelingen der Apostelen

Op de dag van Pinksteren trad Petrus naar voren met de elf en verhief zijn stem om het woord tot de menigte te richten: "Gij allen, Joodse mannen en bewoners van Jeruzalem, weet dit wel en luistert aandachtig naar mijn woorden. Jezus de Nazoreeër was een man wiens zending tot u van Godswege bekrachtigd is. Gij kent immers zelf de machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem onder u heeft verricht: Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd, hebt gij door de hand van goddelozen aan het kruis gena­geld en gedood. Maar God heeft Hem ten leven opgewekt na de strikken van de dood te hebben ontbonden; want het was onmogelijk dat Hij daardoor werd vastgehouden. Doelend op Hem toch zegt David: De Heer had ik voor ogen, altijd door, Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet zou wankelen; daarom is er blijdschap in mijn hart en jubelt mijn mond van vreugde; ja, ook mijn lichaam zal rust vinden in hoop, omdat Gij mijn ziel niet zult overlaten aan het dodenrijk en uw heilige geen bederf zult laten zien. Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen. Gij zult mij met vreugde vervullen voor uw aanschijn."


TUSSENZANG  Ps. 16 (15), 1-2a en 5, 7-8, 9-10, 11

REFREIN: Wijs ons, Heer, de weg van het leven. of: Alleluia.

Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht; Gij zijt mijn Heer, ik erken het, ik vind geen geluk buiten U.

De Heer is mijn erfdeel, de dronk uit de beker, Hij heeft mijn lot in zijn hand.

Ik dank de Heer die mij altijd geleid heeft, Hij spreekt ook des nachts in mijn hart.

Steeds houd ik mijn ogen gericht op de Heer, ik val niet want Hij staat naast mij.

Daarom ben ik vrolijk en blij van geest, daarom kan ik rustig gaan slapen.

Mijn ziel laat Gij niet aan het dodenrijk over, Gij levert uw dienaar niet uit aan het graf.

Gij zult mij de weg van het leven wijzen om heel mijn vreugde te vinden bij U, bestendig geluk aan uw zijde.


TWEEDE LEZING         1 Petr., 1, 17-21

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,

God die gij aanroept als Vader, is ook de onpartijdige rechter over al onze daden; koestert daarom ontzag voor Hem, zolang gij hier in ballingschap leeft. Gij weet dat gij niet met vergankelijke dingen, zoals goud en zilver, zijt verlost uit het zinloze bestaan dat gij van uw vaderen had geërfd. Gij zijt verlost door het kostbaar bloed van Christus, het lam zonder vlek of gebrek, dat uitverkoren was voor de grondlegging der wereld, maar eerst op het einde der tijden is verschenen, om uwentwil. Door Hem gelooft gij in God, die Hem van de doden opgewekt en Hem de heerlijkheid gegeven heeft; daarom is uw geloof in God tevens hoop op God.


ALLELUIA

Alleluia. Heer Jezus, ontsluit voor ons de Schriften: doe ons hart branden terwijl Gij tot ons spreekt. Alleluia.


EVANGELIE     Lc., 24, 13-35;

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd waren er twee van de leerlingen van Jezus op weg naar een dorp dat Emmaus heette en dat ruim elf kilometer van Jeruzalem lag. Zij spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen. Terwijl zij zo aan het praten waren en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf op hen toe en Hij liep met hen mee. Maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen. Hij vroeg hun: "Wat is dat voor een gesprek dat gij onderweg met elkaar voert?" Met een bedrukt gezicht bleven ze staan. Een van hen, die Kléopas heette, nam het woord en sprak tot Hem: "Zijt Gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen gebeurd is?" Hij vroeg hun: "Wat dan ?" Ze antwoordden Hem: "Dat met Jezus de Nazarener, een man die profeet was, machtig in daad en woord in het oog van God en van heel het volk; hoe onze hogepriesters en overheidspersonen Hem hebben overgeleverd om Hem ter dood te laten veroordelen en hoe zij Hem aan het kruis hebben geslagen. En wij leefden in de hoop, dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen ! Maar met dit al is het reeds de derde dag sinds die dingen gebeurd zijn. Wel hebben een paar vrouwen uit ons midden ons in de war gebracht; ze waren in de vroegte naar het graf geweest, maar hadden zijn lichaam niet gevonden, en ze kwamen zeggen dat zij ook nog een verschijning van engelen hadden gehad, die verklaarden dat Hij weer leefde. Daarop zijn enkelen van de onzen naar het graf gegaan en bevonden het zoals de vrouwen gezegd hadden, maar Hem zagen ze niet." Nu sprak Hij tot hen: "O onverstandigen, die zo traag van hart zijt in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben ! Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?" Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten wat in al de Schriften op Hem betrekking had. Zo kwamen ze bij het dorp waar ze heen gingen, maar Hij deed alsof Hij verder moest gaan. Zij drongen bij Hem aan: "Blijf bij ons, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde." Toen ging Hij binnen om bij hen te blijven. Terwijl Hij met hen aanlag nam Hij brood, sprak de zegen uit, brak het en reikte het hun toe. Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht. Toen zeiden ze tot elkaar: "Brandde ons hart niet in ons, zoals Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?" Ze stonden onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem terug. Daar vonden ze de elf met de mensen van hun groep bijeen. Dezen verklaarden: "De Heer is werkelijk verrezen, Hij is aan Simon verschenen." En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend werd aan het breken van het brood.

Archief preken