Kies uw kerk

Preek van de week

Bezinning door het jaar - 21e zondag door het jaar A - 22 en 23 augustus 2026

OVERWEGING 21e ZONDAG DOOR HET JAAR

Jij bent de steenrots. Petrus hoorde Jezus dit tegen hem zeggen. Theologen vragen zich wel eens af of gebeurtenissen uit het Evangelie letterlijk zo gebeurd zijn. Zou Jezus dit echt tegen Petrus hebben gezegd? Toch is juist hierover weinig twijfel. Dat komt door de naam Petrus. Het Evangelie vertelt ons dat Petrus eerst Simon heet, maar dat hij van Jezus deze nieuwe naam krijgt. In het Aramees Keefa. In het Grieks Petros en in het Latijn Petrus.

Er is iets bijzonders met Petrus en het Rots zijn. Dat kunnen we zien bij koning David. Koning David wilde een huis bouwen voor God, de tempel. Maar de profeet Natan kwam hem zeggen dat niet hij maar zijn zoon dat huis zou bouwen en bovendien dat God voor hem een huis zou bouwen.

De vraag is dan ook wie bouwt er nu eigenlijk? Bouwen wij, of bouwt God? Er is een Psalm die luidt: “Als de Heer het huis niet bouwt, werken de bouwers vergeefs. Als de Heer de stad niet beschermt, waakt de wachter vergeefs” (Psalm 127,1). Zo zegt Jezus hier tegen Petrus: “Gij zijt Petrus, en op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen.” Niet Petrus bouwt de Kerk, maar Christus bouwt de Kerk.

Dus Jezus bouwt een huis op Simon, Kefas, Petrus, de Rots. Als je dat hoort, kan je meteen denken aan een gelijkenis van Jezus over bouwen op de rots (Matteüs 7, 19-29): Iedere boom die geen goede vruchten voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Aan hun vruchten dus zult ge ze kennen. Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is. … Ieder nu, die deze woorden van Mij hoort en zo doet, kan men vergelijken met een verstandig man die zijn huis op rotsgrond bouwde. De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij stortten zich op dat huis, maar het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots.

Wat is die rots? Die rots waar Jezus over spreekt is de mens die doet wat Jezus leert, die doet wat God hem opdraagt, die doet wat hij belooft, die zijn geloften volbrengt, die klaar staat als zijn Heer komt, die waakzaam is, ook in de nacht, die zorg heeft voor de mensen die hem worden toevertrouwt, die voor hen een goed huisvader is, een goede herder die schapen en lammeren hoedt en weidt.

Dat betekent dat als Petrus doet wat Jezus hem opdraagt, als Petrus Jezus navolgt, als Petrus luistert naar Gods stem, dan is hij de rots waarop Jezus kan bouwen. Dat hoort hij Jezus zeggen: “Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is”. Simon is een rots als hij ontvankelijk is voor de stem van de hemelse Vader. Die stem hoort hij door Jezus. Door Jezus leert hij de Vader kennen en spreekt de Vader in zijn hart. Zes dagen later zal Petrus de stem van de Vader rechtstreeks vernemen als ze boven op de berg zijn en de stem uit de wolk klinkt: “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn behagen heb gesteld; luistert naar Hem” (Matteüs 17, 1-9).

Maar als Petrus niet naar de Vader luistert en niet naar Jezus luistert, als hij zich laat leiden door wat mensen zeggen, wat mensen roepen, vinden, denken beweren; als Petrus zijn mening laat afhangen van de waan van de dag, van wat politiek correct is, als hij wel vergeving en verlossing van de wereld wil, maar niet door het lijden heen, dan is hij de Petrus van twee weken geleden die eerst nog over het water liep naar Jezus toe, maar toen ineens aan het twijfelen werd gebracht door de harde wind en het woeste water, door het geluid van de wereld, de meningen van mensen en het tumult van de volken. Als zijn denken en doen niet meer gericht is op de navolging van Jezus, klinkt het woord van Jezus ineens heel anders. Dat kunnen we volgende week beluisteren. Petrus hoort dan het tegenoverstelde van vandaag als Jezus zegt: “Ga weg, satan, terug! Gij zijt Mij een aanstoot, want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.”

Wij houden van onze apostel Petrus; hij is een rots en tegelijk zo menselijk. Dat moet ook gelden voor zijn opvolgers. Wij zijn in de Rooms Katholieke Kerk vertrouwd met de opvolger van Petrus en er is iets dat we niet mogen vergeten al is het nog zo vertrouwd en gewoon. Petrus is niet alleen de rots van het geloof, in theorie en praktijk. Hij is ook de rots van eenheid. Zonder Petrus geen eenheid in de Kerk. De geschiedenis laat het ons zien. Als het Oosten en het Westen scheuren en Petrus voor het Oosten niet meer de eerste is onder de patriarchen, dan slaat in het Oosten de verdeeldheid toe. Als in de Reformatie de hiërarchie in de Kerk wordt omgekeerd en bij de gelovigen gelegd, als Petrus wordt losgelaten, slaat de verdeeldheid toe. Petrus is de rots waarop Jezus zijn Kerk bouwt en daarom is hij ook de rots van eenheid.

Onze paus is zich van die taak bewust. De Kerk zoekt daarom steeds de oecumenische dialoog. De Katholieke Kerk wordt dikwijls de moederkerk genoemd. Dat is een mooie naam, met een Mariale klank, maar zij is vooral het huis, gebouwd uit levende stenen op de rots Petrus, op zijn belijdenis en zijn navolging van Christus.

Dat mag ons inspireren. Ook het huis van mijn leven staat op een rots als ik Jezus navolg. Ook op ieder van ons wil Jezus bouwen en dat doet Hij als wij luisteren naar zijn stem en doen wat Hij ons leert. Zo voert Hij zijn Kerk naar eenheid; naar de overwinning; naar het Rijk Gods. 

https://hagenpreken.nl/Preken/...

EENENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR

 

EERSTE LEZING          Jes., 22, 19-23 

Uit de Profeet Jesaja 

Zo spreekt de Heer tot Shebna, de overste van de tempel: "Ik zal u van uw post verjagen en u stoten uit uw ambt. En dan zal Ik mijn dienaar roepen, Eljakim, de zoon van Chilkia, en hem bekleden met uw gewaad, hem tooien met uw sjerp en aan hem uw taak in handen geven. Hij zal een vader zijn voor de bewoners van Jeruzalem en voor het huis van Juda. De sleutel van Davids huis zal Ik op zijn schouder leggen, en als hij opendoet, zal niemand sluiten, en als hij sluit, zal niemand open­doen. Ik zal hem vastslaan als een spijker op een stevige plek, en hij wordt een erezetel voor het huis van zijn vader." Zo spreekt de almachti­ge Heer.

 

TUSSENZANG Ps. 138 (137), 1-2a, 2bc-3, 6 en 8bc. 

REFREIN: Uw goedheid, Heer, blijft duren zonder einde: vergeet het maaksel van uw handen niet!

 

U wil ik prijzen, Heer, uit heel mijn hart, omdat Gij naar mijn bidden hebt geluisterd.

 

Ik zing voor U en alle hemelmachten en werp mij neer, gebogen naar uw heiligdom.

 

U prijs ik om uw goedheid en uw trouw want uw belofte hebt Gij mateloos vervuld.

 

Wanneer ik tot U riep hebt Gij mij steeds verhoord, Gij hebt mij altijd nieuwe moed gegeven.

 

Waarlijk verheven is de Heer, die let op de geringe, maar op de trotsen neerziet van omhoog.

 

Uw goedheid, Heer, blijft duren zonder einde; vergeet het maaksel van uw handen niet.

 



TWEEDE LEZING         Rom.,11, 33-36 

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome 

O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis! Hoe ondoorgronde­lijk zijn zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Wie kent de gedachte des Heren ? Wie is zijn raadsman geweest? Wie kan vergoe­ding eisen voor wat hij God heeft gegeven? Want uit Hem en door Hem en voor Hem zijn alle dingen. Hem zij de glorie in eeuwigheid! Amen.

 

ALLELUIA         Mt., 16, 18 

Alleluia. Gij zijt Petrus en op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Alleluia.

 

EVANGELIE     Mt., 16, 13-20 

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 

In die tijd kwam Jezus in de streek van Caesarea van Filippus en Hij stelde zijn leerlingen deze vraag: "Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?" Zij antwoordden: "Sommigen zeggen Johan­nes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de profe­ten." "Maar gij - sprak Hij tot hen -, wie zegt gij dat Ik ben?" Simon Petrus antwoordde: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God." Jezus hernam: "Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is. Op mijn beurt zeg Ik u: Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat gij zult ontbinden op aarde zal ook in de hemel ontbonden zijn." Daarop verbood Hij zijn leerlingen nadrukkelijk iemand te zeggen, dat Hij de Christus was.

Archief preken