OVERWEGING 19e ZONDAG DOOR HET JAAR
Vandaag zou ik de lezingen willen overwegen vanuit het thema: “In liefde samen – een evangelisch antwoord op angst”.
We weten dat we in onzekere tijden leven. Net zoals de apostelen in het evangelie, bevindt de boot van deze wereld zich in onrustige, woelige wateren. We voelen het elke dag en het heeft op ons allemaal zijn weerslag.
De Kerk heeft het evangelie van deze zondag altijd gekoesterd, omdat mensen uit alle eeuwen, continenten en situaties, net als wij, zich hebben kunnen terug herkennen in die donkere, stormachtige nacht. De apostelen vreesden voor het bedreigende en het onvoorspelbare. Zij vreesden voor krachten die sterker zijn dan onszelf en die ons angstig en onzeker maken. De apostelen vreesden voor hun toekomst en voor hun leven, omdat ze wisten dat ze mogelijk ten onder zouden kunnen gaan die nacht.
Angst is een moeilijke emotie voor ons mensen, want angst verlamt een mens. Angst maakt mensen argwanend en onzeker, doet hen anderen wantrouwen. Angst doet ook onze waarneming en onze beleving van problemen groter en zorgwekkender maken dan ze misschien zijn. “Angst is een slechte raadgever”, zegt een heel wijs spreekwoord, omdat mensen hebben ervaren dat angst je denken, je handelen, je relaties en je keuzes heel sterk beïnvloedt, en dan vaak niet ten goede.
De angst van de apostelen is heel herkenbaar. Het is in deze bedreigende situatie dat zij Jezus dieper leren kennen, dieper zullen doordringen in wie hun Meester is: gewoon een profeet, een goede mens? Of meer? Wie is Hij en wat betekent Hij voor ons?
In deze angstige nacht zien de apostelen iets naar hen toekomen. Hun angst wordt alleen maar groter, want dit lijkt hen een geest te zijn. Maar dan realiseren zij zich dat het Jezus is! Hij is het die over het onstuimige water naar hen toekomt. Dat is een verbijsterende constatering! Want de apostelen weten dat de Bijbel tot dan toe alleen van God zegt dat Hij over de wateren heerst! Zo verkondigt bijvoorbeeld de psalmist van psalm 77: “De stromen zagen U naderen, God, zij zagen U komen en beefden. De donder rolde de hemel rond, de bliksem verlichtte de aarde. De rotsen beefden waar Gij U vertoonde, Uw weg ging over de golven der zee. Het water vormde een pad voor Uw schreden en wiste Uw voetspoor weer uit. Zo hebt Gij Uw volk geleid als een kudde”.
Matteüs, Marcus en Lucas vertellen alle drie dat dit gebeurde in de nacht nadat Jezus met vijf broden en twee vissen duizenden mensen had doen eten. Toen reeds hadden de apostelen wederom gemerkt dat er iets mysterieus en mystieks hing rond Jezus. Gods kracht rustte op Hem. En zoals God eens de Israëlieten bevrijd had van slavernij en lijden, en hen in de woestijnjaren gevoed had met het manna, zo werkte God nu ook duidelijk in en door Jezus. Hij had hun nadien gevraagd alvast in de boot te gaan en het meer over te steken, terwijl Hij zich had teruggetrokken in de stilte van een nabije berg om in gebed weer één te zijn met de hemelse Vader.
En dan, diep in de nacht, ervaren de apostelen in hun angst de nabijheid van Jezus. “Wees gerust”, zegt Jezus, “Ik ben het. Vreest niet”.
Met die woorden “Ik ben het”, zegt Jezus veel meer dan alleen maar dat het niet om een geest gaat maar om Hem. In deze woorden “Ik ben het” weerklinkt de heilige Naam van God zelf: “Jahweh: Ik ben die Ik ben, en die er altijd zal zijn”. Toen Mozes op de berg Horeb bij de brandende braamstruik die mystieke ervaring van Gods nabijheid had, had God gesproken over het lijden van de Israëlieten in de slavernij van Egypte en dat Hij samen met Mozes hen wilde bevrijden. In liefde samen! Mozes had toen in angst gevraagd: “Maar wat is Uw naam?”, waarop God had geantwoord: “Ik ben die Ik ben! Zeg aan de Israëlieten: “Ik ben” heeft mij tot u gezonden” (Exodus 3:14)
Dus zoals de Israëlieten in de storm van de slavernij, vernedering en lijden, de nabijheid van Gods kracht hebben mogen ervaren, zo ervaren de apostelen in hún storm dat God de Vader hun in Jezus nabij is. In Jezus’ lopen over de onstuimige wateren, in Zijn woorden “Ik ben het. Vreest niet”, en in het redden van Petrus en het tot kalmte brengen van de zee, hebben de apostelen iets ervaren van het goddelijke van Jezus. Hij die waarlijk een menselijk lichaam en een menselijke natuur heeft, heeft tevens een goddelijke natuur en een goddelijke oorsprong. Een goddelijk mysterie omringt Jezus. Zoals wij het in de grote geloofsbelijdenis van Nicea belijden: de Zoon is “vóór alle tijden geboren uit de Vader: God uit God, Licht uit Licht, ware God uit de ware God: geboren niet geschapen, één in wezen met de Vader, en door wie alles geschapen is”.
Petrus had wel degelijk al een stuk oprecht geloof gehad toen hij riep: “Heer, als Gij het zijt, zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen!” Al bleek Petrus’ geloof nog onvolmaakt te zijn, toch was het echt geweest, en vol liefde voor zijn Meester. Hij wilde bij Jezus zijn en op Hem vertrouwen. Maar de angst nam toe en verlamde Petrus.
Twee dingen heeft Petrus die nacht geleerd. Ten eerste, dat wij meer de ogen gericht moeten houden op Jezus, moeten leren Hem te vertrouwen, onszelf er steeds weer aan herinneren dat Zijn hand het allerbelangrijkste anker is in het bestaan, hoe stormachtig en onzeker dat geregeld ook zal zijn. Het tweede dat Petrus leerde, is dat wij het niet alleen moeten willen doen, maar samen! Wij kunnen niet alléén standvastig blijven geloven. Wij kunnen niet in ons eentje uitgroeien tot rijpe en goede mensen. Wij kunnen niet alléén de stormen van het bestaan denken te trotseren.
Petrus leerde die nacht: “In liefde samen”. De liefde laat ons de angst overwinnen en de liefde brengt leven en toekomst. In liefde samen: Petrus moest leren de dreigende golven met Jezus samen te doorstaan, niet alleen. Maar Petrus heeft ook geleerd het leven op te bouwen samen met de andere apostelen die in de boot waren, en samen met de gemeenschap van de Kerk. Hij heeft nadien in de loop van vele jaren de opdracht waargemaakt die Jezus hem na de verrijzenis meegaf: “Hoed Mij schapen! Weid Mijn lammeren!”
De hand die Jezus ons dan steeds weer toesteekt in de wisselvalligheden en stormen van ons mensenbestaan, is een hand die onvoorwaardelijke liefde schenkt. Het is Zijn hand die ons omhoog trekt in elke zin van het woord. Maar het is ook een hand die ons oproept tot liefde voor onze medemens en die vraagt dat wij streven naar een liefde die samenwerkt, die respect geeft en die samen naar oplossingen zoekt. Dan zal de Heer, die de dreigende golven van het Meer van Galilea weer tot stilte bracht, ook ons steeds weer verzekeren: “Wees gerust, Ik ben het. Vreest niet”. En wij zullen steeds weer antwoorden: “In liefde samen!”
https://omhoog.org/2026/08/06/... bewerkt TS
NEGENTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING 1 Kon., 19, 9a. 11 - 13a
Uit het eerste boek der Koningen
In die dagen kwam de profeet Elia bij de Horeb, de berg van God. Daar ging hij een grot binnen en overnachtte er. Maar de Heer zei tot hem: "Ga naar buiten en treed aan voor de Heer op de berg." Toen trok de Heer voorbij. Voor Hem uit ging een hevige storm, die bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde. Maar de Heer was niet in de storm. Op de storm volgde een aardbeving. Maar ook in de aardbeving was de Heer niet. Op de aardbeving volgde vuur. Maar ook in het vuur was de Heer niet. Op het vuur volgde het suizen van een zachte bries. Zodra Elia dit hoorde, bedekte hij zijn gezicht met zijn mantel, ging naar buiten en bleef staan aan de ingang van de grot.
TUSSENZANG Ps. 85 (84), 9ab- 10, 11-12, 13-14
REFREIN: Laat ons uw barmhartigheid zien, geef ons uw heil, o Heer.
Aanhoren zal ik wat God tot mij zegt, voorzeker een woord van verzoening.
Zijn heil is nabij voor hen die Hem vrezen, zijn glorie komt weer bij ons wonen.
Als trouw en erbarmen elkaar tegemoet gaan, als vrede en recht elkaar omhelzen;
Dan zal de trouw uit de aarde ontspruiten, en ziet uit de hemel gerechtigheid neer.
Dan zal de Heer ons zijn zegen schenken en draagt ons land rijke vrucht.
Dan zal voor Hem uit gerechtigheid gaan en voorspoed zijn schreden volgen.
TWEEDE LEZING Rom.,9, 1-5
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome
Broeders en zusters, Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, mijn geweten waarborgt het mij in de heilige Geest: in mijn hart is grote droefheid en een pijn die niet ophoudt. Waarlijk, ik zou wensen zelf vervloekt en van Christus gescheiden te zijn, als ik mijn broeders en stamverwanten daarmee kon helpen. Immers, zij zijn Israelieten, hun behoort de aanneming tot zonen, de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften; van hen zijn de aartsvaders en uit hen komt de Christus voort naar het vlees, die, boven alles verheven, God is: de gezegende tot in de eeuwigheid! Amen.
ALLELUIA Ps. 130 (129), 5
Alleluia. Op de Heer stel ik mijn hoop, op zijn woord vertrouw ik. Alleluia.
EVANGELIE Mt., 14, 22-3
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteus
Na de broodvermenigvuldiging dwong Jezus zijn leerlingen in de boot te gaan en alvast naar de overkant te varen, terwijl Hij het volk naar huis zou zenden. Toen Hij het volk had weggezonden, ging Hij de berg op om in afzondering te bidden. De avond viel en Hij was daar alleen. De boot was reeds een heel eind uit de kust verwijderd en werd geteisterd door de golven, want zij hadden tegenwind. Tegen de morgen kwam Jezus te voet over het meer naar hen toe. Maar toen de leerlingen Hem zo over het meer zagen gaan, raakten zij van streek omdat zij een spook meenden te zien en zij begonnen van angst te schreeuwen. Maar Jezus zei onmiddellijk tot hen: "Weest gerust, Ik ben het. Vreest niet." "Heer, - antwoordde Petrus- als Gij het zijt, zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen." Waarop Jezus sprak: "Kom !" Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij merkte hoe hevig de wind was, werd hij bang; hij begon te zinken en schreeuwde: "Heer, red mij!" Terstond stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast, terwijl Hij tot hem zei: "Kleingelovige, waarom hebt ge getwijfeld?" Nadat zij in de boot gestapt waren, ging de wind liggen. De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden: "Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God."
Eerste communie en Vormsel 2027 inschrijving
Save the Date 27 september 2026
MIVA collecte 2026 op 15 en 16 augustus
Parochiecentrum - beperkt geopend in de vakantieperiode
Belangrijke ontwikkeling binnen onze parochie