Kies uw kerk

Preek van de week

Bezinning door het jaar - 21e zondag door het jaar C - 23 en 24 augustus 2025

OVERWEGING EENENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR

Van de ene kant is er bij veel mensen twijfel of er nog wel iets is na de dood en van de andere kant heerst ook de wat naïeve gedachte, dat iedereen wel goed terecht zal komen. Als je christen wil zijn, doe je er, denk ik, goed aan, die persoonlijke bespiegelingen van “ik vind” en “ik denk” achterwege te laten en onbevangen te luisteren naar wat Jezus ons zegt. En dan is het op de eerste plaats duidelijk, dat Jezus gelooft in een hemel bij God, waar je aan mag zitten aan het eeuwig feestmaal, maar ook dat Hij weet heeft van een hel, ver weg van God waar je uitgesloten zult zijn van het feest.

Ook het evangelie van deze zondag spreekt daar weer van. Deelhebben aan het Koninkrijk Gods of buitengesloten worden: dat zijn in Jezus’ ogen de twee mogelijkheden in de toekomst van de mens. Het oordeel over die toekomst van de mens ligt in Gods hand. Hij zal liefdevol maar ook rechtvaardig oordelen. Verder laat Jezus zich daarover niet uit. Dat is Gods zaak. Ook op de vraag van vandaag: gaan er weinig mensen naar de hemel of veel?, geeft Jezus geen antwoord. Dat ligt in Gods hand. Daar hoeven we ons niet druk over te maken.

Jezus geeft dan meteen aan waar we ons wel druk over moeten maken. Het oordeel is niet aan ons, maar wel de keuze voor God en voor zijn Koninkrijk. Wij hebben de mogelijkheid zo te leven, dat Gods oordeel barmhartig zal zijn. Maar dat gaat niet vanzelf. Dat kost een leven lang inspanning. Jezus heeft het over een smalle weg en een nauwe deur. Je wandelt niet zomaar vanzelf het koninkrijk van God binnen. Je moet je inspannen. Wat is dan die weg, wat is die deur? We kennen uitspraken van Jezus elders uit het evangelie waar Hij zegt: Ik ben de weg, Ik ben de deur. Dat wil zeggen: in een wereld waarin mensen, die op allerlei manieren leven, duidelijk kiezen voor Jezus. Met Hem verbonden leven, zijn woord volbrengen. En dat niet alleen in de dingen die ik wel aardig vind, maar in alles.

De weg door de nauwe deur het koninkrijk binnen loopt via de onvoorwaardelijke overgave aan Christus. De echte weg wordt ons aangeboden daar waar Christus door zijn Geest voortleeft in de geschiedenis. En dat is de Kerk.

De Kerk houdt ons Christus en zijn weg voor met de autoriteit van Christus zelf. Jezus zegt ons vandaag: leg je toe op die weg. Ik weet wel dat hij moeilijk is, maar hij is de moeite waard. Maak je er niet druk over wie er in de hemel komt. Dat is Gods zaak, maar het ligt in je eigen hand of jij er komt. Als je echt helemaal bij hoort in doen en laten, dan zal de Vader je binnenlaten. Daar hoef je niet bang voor te zijn.

Maar dan klinkt er nog weer even een serieuze waarschuwing: je komt er niet in op grond van een uiterlijke verbondenheid met Christus alleen. Dat wil zeggen: het maakt bij God geen enkele indruk, dat je kunt zeggen: maar ik ben toch gedoopt of ik ging veel naar de kerk, als daar niet een leven van gerechtigheid en liefde naar het voorbeeld van Christus aan beantwoordt. Wat dat betreft, kan het best zo zijn dat veel gedoopten buiten geworpen worden, terwijl niet gedoopten die rechtvaardig en gewetensvol hebben geleefd binnengelaten worden. Zo worden eersten laatsten en laatsten eersten.

We zouden het hele evangelie van vandaag zo samen kunnen vatten: wie er gered wordt, dat is Gods zaak. In naam katholiek zijn is geen garantie dat je gered wordt, evenmin wordt iedereen verdoemd die geen christen is. Wij kunnen met vertrouwen de toekomst tegemoet zien als we gewetensvol en ons telkens bekerend met Jezus verbonden leven. Hij is de deur naar de toekomst.

https://mennenpr.nl/eenentwint... bewerkt TS

Schriftlezingen van deze zondag



EENENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR

EERSTE LEZING          Jes., 66, 18-21

Uit de Profeet Jesaja

Dit zegt de Heer: “Ik ken hun werken en hun gedachten, Ik ga alle volkeren en talen bijeenroepen en zij zullen komen en mijn glorie aanschouwen. Voor hun ogen zal Ik tekenen verrichten. Die gespaard gebleven zijn zal Ik uitzenden naar de volkeren, zelfs naar de verwijderde kusten waar mijn faam nog niet is doorgedrongen, en waar ze mijn glorie nog niet hebben aanschouwd; onder alle volkeren zullen zij mijn glorie verkondi­gen. En op paarden en wagens, in karossen, op muildieren en dromedarissen zullen zij uit alle volkeren uw broeders bijeenbren­gen op mijn heilige berg in Jeruzalem en ze de Heer aanbieden als een offergave, zoals de Israëlieten in reine vaten hun spijsoffers aanbieden in de tempel van de Heer. En ook uit de volkeren zal Ik mijn priesters kiezen en levieten,' Zo spreekt de Heer.



TUSSENZANG  Ps. 117 (116) 1.2

Refr: Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de sche­pping. of: Alleluia.

Looft nu de Heer, alle naties der aarde, huldigt de Heer, alle volken rondom;

Omdat Hij bij ons zijn goedheid getoond heeft; de trouw van de Heer houdt in eeuwigheid stand.



TWEEDE LEZING         Hebr., 12, 5- 7. 11-13

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters, Gij zijt het schriftwoord vergeten dat u als kinderen aanspreekt en vermaant: “Kind, minacht de tucht van de Heer niet, laat u door zijn straf niet ontmoedigen. Want de Heer tuchtigt hen die Hij liefheeft, Hij straft ieder die Hij als zijn kind erkent." Het lijden dient om u te verbeteren en op te voeden; God behandelt u als kinderen. Ieder kind wordt wel ooit door zijn vader gestraft. Tucht is nooit prettig, op het moment zelf is er meer verdriet dan blijdschap; maar op lange termijn levert ze voor degenen die zich door haar lieten vormen de heilzame vrucht op van een heilig leven. Daarom, heft op de slappe handen, strekt de wankele knieën, laat uw voeten rechte wegen gaan; het kreupele lid mag niet ontwricht worden maar moet genezen.



ALLELUIA         Joh., 14, 6

Alleluia. Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer. niemand komt tot de Vader tenzij door Mij. Alleluia.



EVANGELIE     Lc., 13, 22-30

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd trok Jezus rond door steden en dorpen, gaf er onderricht en zette zijn reis voort naar Jeruzalem. Iemand vroeg Hem: “Heer, zijn het er weinig die gered worden?" Maar Hij sprak tot hen: “Spant u tot het uiterste in om door de nauwe deur binnen te komen, want, Ik zeg u, velen zullen proberen binnen te komen maar zij zullen daar niet in slagen. Als eenmaal de huisvader is opgestaan en de deur gesloten heeft en als gij dan buiten op de deur begint te kloppen en begint te roepen: Heer, doe open! zal Hij u antwoorden: Ik weet niet waar gij vandaan komt. Dan zult ge opwerpen: In uw tegenwoordigheid hebben we gegeten en gedronken, en in onze straten hebt ge onderricht gegeven. Maar weer zal zijn antwoord zijn: Ik weet niet waar gij vandaan komt. Gaat weg van Mij, gij allen ongerechtigheid bedrijft. Daar zal geween zijn en tandengeknars, wanneer gij Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten zult zien in het Rijk Gods, terwijl ge zelf buiten geworpen zult zijn. Zij zullen komen uit het oosten en het westen, uit het noorden en het zuiden, en zij zullen aanzitten in het koninkrijk Gods. Denkt eraan: er zijn laatsten die eersten en eersten die laatsten zullen zijn.”


Archief preken