Kies uw kerk

Preek van de week

Bezinning door het jaar - 6e zondag door het jaar A - 14 en 15 februari 2026

OVERWEGING ZESDE ZONDAG DOOR HET JAAR

Alles wat we moeten weten over een christelijke levensstijl, vinden we in de Bergrede, het
brevier van het christelijk leven genoemd. De Bergrede beoogt een gelukkig en zinvol leven,
en uiteindelijk het binnengaan in het koninkrijk der hemelen.
Op weg naar dat éne doel fungeert de Bergrede als kompas. Dit kompas geeft de richting
aan naar een goede verhouding tot God en tot de medemens.
Als wij ons door het onderricht van Jezus laten omvormen worden wij zout der aarde en
licht der wereld, tot eer en glorie van God.

Opheffen of vervullen
Jezus legt uit hoe Hij zich verhoudt tot Wet en Profeten. Van opheffen is geen sprake. Ook
niet van een nieuwe Jezus ethiek. Al zou je dat bijna kunnen denken als Jezus tot zesmaal
toe stelt “Gij hebt gehoord dat gezegd is …” … “Maar, Ik zeg U …” Dit klinkt als “opheffen”,
maar het is dat niet. Jezus brengt de vervulling. Hij overstijgt Wet en Profeten. Daartoe is Hij
gekomen.
In voeling met de diepste geheimen van God (1Kor. 2,10), brengt de Nieuwe Mozes de volle
betekenis van Woord en Wet aan het licht. Hij scherpt de overgeleverde voorschriften aan,
zodat in het vizier komt wat God ècht van ons wil. En Jezus is de Eerste die zelf die wil van
God volbrengt. Hij is Evangelie, in woord en daad. Een vers uit de proloog van het Johannes
Evangelie vat dit mooi samen: “Werd de Wet door Mozes geschonken, de genade en de
waarheid kwamen door Jezus Christus” (Joh. 1,16).

Jota en haaltje
Nog zegt Jezus dat zelfs het allerkleinste detail van de wet niet weggelaten mag worden.
Geen jota en geen haaltje mag verdraaid worden. Een jota is kleiner dan alle andere letters
van het Griekse alfabet. Een letter niet groter dan een streepje. Een haaltje is een jota met
een stipje erbovenop. Zoiets als een puntje op de “i”. Alle punten en komma’s tellen. Is dit
muggenzifterij? Als het bij een pietluttig navolgen van pure letters gaat wél. Maar Jezus wil
doordringen tot de geest die de letters bezielt, iedere letter, zelfs de kleinste. Jezus wil de
diepe wijsheid van Gods Woord en Wet aan het licht brengen. Niet op de wijze van de
Schriftgeleerden maar als iemand die gezag bezit (Mt. 7,29).

Mozes en Jezus
Niet dat de Schriftgeleerden en de farizeeën het slecht meenden. De Thora van Mozes leert:
“Gij zult niet doden …”. De gerechtigheid van de farizeeën bestond hierin dat ze dit gebod
secuur naleefden, maar op een wijze die neigde naar minimalisme. Jezus’ denken over de
reikwijdte van dit gebod en de andere geboden gaat verder.
Hij zegt: “… al draagt iemand zijn medemens alleen maar een kwaad hart toe, laat hem dan
ook voor het gerecht worden gesleept. Wie zijn medemens voor leeghoofd uitscheldt, moet
gestraft worden door de rechtbank. Wie iemand voor goddeloos uitmaakt, zal ten prooi
vallen aan het vuur van de hel.” Iemand verketteren vanuit een haatdragend hart is dus óók
dodelijk.

In zijn Regel voor de Gemeenschap waarschuwt Augustinus de kloosterlingen als volgt: “Pas op 

voor harde woorden. Als ze u toch ontvallen zijn, wees dan niet bang het genezende
woord te spreken met dezelfde mond die de wonde toebracht” (VI,2). Iets tegen elkaar
hebben is menselijk. Maar als het genezende woord van verzoening en vrede niet tijdig
gesproken wordt, doodt men de geest van de gemeenschap. De beoefening van de grotere
gerechtigheid veronderstelt dat we onze agressieve neigingen en ergernissen beheersen en
afzien van verbaal geweld (verbale doodslag), om erger te voorkomen.

Gewone of buitengewone
De beleving van de Bergrede vraagt om “meer dan het gewone” (Feitse Boerwinkel). De
Bergrede schrijft méér dan het strikt noodzakelijke voor (cf. linkerwang – rechterwang; één
mijl – twee mijlen; bovenkleed – onderkleed). De beleving namelijk van een gerechtigheid
die het gewone overstijgt. Braafjes gehoorzaam zijn, en precies doen wat er staat… Dat is in
de ogen van Jezus te weinig, te gewoon. Zo handelen de wetsleraren en de farizeeën. Met
hun legalistische gerechtigheid behalen ze bij Jezus een onvoldoende. Hun buitensporig
belang voor het naleven van de wet om de wet - de letter om de letter - wordt door Jezus
gewogen en te licht bevonden. De Bergrede vraagt goed te zijn en goed te doen in de
overtreffende trap, namelijk de overtreffende trap van de liefde, die een gave van God is.
Als wij aan die vereiste durven voldoen, zijn wij het zout der aarde, en het licht der wereld
(Mt. 5,13-16), en bouwen wij het huis van ons leven niet op los zand maar op stevige
rotsgrond (Mt. 7,24.26).


https://www.friezenkerk.nl/wp-...

ZESDE ZONDAG DOOR HET JAAR

EERSTE LEZING          Sir.,15,15-20

Uit het boek Ecclesiasticus

Wanneer gij wilt, kunt gij de geboden onderhouden, en het is ook verstandig te doen wat de Heer behaagt. Hij heeft vuur en water voor u neergezet: gij kunt uw hand uitstrekken naar wat ge verkiest. Voor de mensen liggen het leven en de dood, en wat een mens behaagt, wordt hem gegeven. Want groot is de wijsheid van de Heer, zijn macht is geweldig en Hij ziet alles. Zijn ogen zijn gericht op wie Hem vrezen en iedere daad van de mens is Hem bekend. Hij heeft niemand bevolen te zondigen en aan niemand verlof gegeven om kwaad te doen.

TUSSENZANG  Ps. 119 (118), 1-2, 4-5, 17-18, 33-34

REFREIN: Gelukkig die voortgaan volgens de wet van de Heer.

Gelukkig degenen wier levensweg rein is, die voortgaan volgens de wet van de Heer.

Gelukkig die acht slaan op wat Hij verordent, Hem zoeken met heel hun hart.

Gij hebt uw bevelen gegeven opdat men ze trouw volbrengt;

Mogen mijn wegen recht zijn, gericht op wat Gij beschikt.

Vergun uw dienaar dat hij mag leven, dan houd ik mij steeds aan uw woord.

Ontsluit mijn ogen om te aanschouwen de heerlijkheid van uw wet.

Toon mij de weg, Heer, die Gij beschikt hebt, dan wijk ik daar nooit van af.

Geef mij begrip om uw wet na te leven, om hem te volgen met heel mijn hart.

TWEEDE LEZING         1 Kor., 2, 6-10

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,

Wij spreken onder de volmaakten over wijsheid, maar dat is niet de wijsheid van deze wereld of van de machten die deze wereld beheer­sen, waarvan de ondergang trouwens op handen is. Wij verkondigen een goddelijke wijsheid, die verborgen was, het geheime plan, door God van alle eeuwigheid ontworpen en bestemd voor onze verheerlij­king. Geen van de machthebbers van deze wereld heeft ervan geweten. Als zij ervan geweten hadden, zouden zij de Heer der heerlijkheid niet gekrui­sigd hebben. Dit zijn de dingen waarvan de Schrift zegt: "Geen oog heeft ze gezien, geen oor heeft ze gehoord, geen mens kan het zich voorstellen, al wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben." Maar aan ons heeft God het geopenbaard door de Geest, want de Geest van God door­grondt alles, zelfs de diepste geheimen van God.

ALLELUIA

Alleluia. Ik ben het licht van de wereld, zegt de Heer. Wie mij volgt zal het levenslicht bezitten. Alleluia .

Joh., 8, 12

EVANGELlE     Mt., 5, 17-37 of 20-22a. 27-28. 33-34a. 37

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteus

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

("Denkt niet dat Ik gekomen ben om Wet of Profeten op te heffen. "Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om de vervulling te brengen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eerder nog zullen hemel en aarde vergaan, dan dat één jota of haaltje vergaat uit de Wet, voordat alles geschied is. Wie dus een van die voorschriften, zelfs het geringste, opheft en zo de mensen leert, zal de geringste geacht worden in het Rijk der hemelen, maar wie ze onderhoudt en leert zal groot geacht worden in het Rijk der hemelen.) Ik zeg u: Als uw gerechtigheid die van de schriftgeleerden en Farizeeën niet ver overtreft, zult gij zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen. Gij hebt gehoord dat tot onze voorouders is gezegd: Gij zult niet doden. "Wie doodt zal strafbaar zijn voor het gerecht. Maar Ik zeg u: Alwie vertoornd is op zijn broeder, zal strafbaar zijn voor het gerecht. (En wie tot zijn broeder zegt: raka, zal strafbaar zijn voor het Sanhedrin; en wie zegt: dwaas, zal strafbaar zijn met het vuur van de hel. Als gij uw gave komt brengen naar het altaar en daar schiet u te binnen dat uw broeder iets tegen u heeft, laat dan uw gave voor het altaar achter, ga u eerst met uw broeder verzoenen en kom dan terug om uw gave aan te bieden. Haast u het eens te worden met uw tegen­partij, zolang ge nog met hem onderweg zijt; anders zou uw tegenpartij u wel eens aan de rechter kunnen overleveren, en de rechter u aan de gerechtsdie­naar, en zoudt gij in de gevangenis worden geworpen. Voorwaar, Ik zeg u: Ge zult daar niet uitkomen, voordat ge tot de laatste penning hebt betaald.) Gij hebt gehoord dat er gezegd is: Gij zult geen echtbreuk plegen. Maar Ik zeg u: Alwie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd. (Indien uw rechteroog u tot zonde dreigt te brengen, ruk het uit en werp het van u weg; want het is beter voor u, dat één van uw lichaamsdelen verloren gaat dan dat heel uw lichaam in de hel wordt geworpen. En als uw rechterhand u tot zonde dreigt te brengen, hak ze af en werp ze van u weg; want het is beter voor u, dat één van uw lichaamsdelen verlo­ren gaat dan dat heel uw lichaam in de hel terecht komt. Ook is er gezegd: Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief geven. Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot, behalve in geval van ontucht, brengt haar ertoe echt­breekster te worden; en wie een verstoten vrouw huwt, begaat echt­breuk.) Eveneens hebt gij gehoord, dat tot onze voorouders gezegd is: Gij zult geen valse eed doen, maar gij zult voor de Heer uw eden houden. Maar Ik zeg u in het geheel niet te zweren; ( noch bij de hemel, want dat is de troon van God; noch bij de aarde, want dat is zijn voetbank; noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote Koning. Ook bij uw hoofd moet gij niet zweren, want gij kunt niet één haar wit of zwart maken.) Maar uw ja moet ja zijn en uw neen, neen; en wat daar nog bij komt, is uit den boze."

Archief preken