OVERWEGING TWEEDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD
Het staat daar zo heel nuchter in de eerste lezing, broeders en zusters: trek weg uit je land, je stam, je familie naar het land dat Ik je zal aanwijzen. Toen trok Abraham weg, zoals de Heer hem had opgedragen. Maar dat Abraham die reis in het volslagen onbekende durfde te ondernemen, kwam omdat hij geloofde, omdat hij diep in zijn hart wist, wie de God was, die hem die opdracht gaf. Waarvoor immers anders al die moeite? Hij had niet eens een zoon en menselijkerwijs gesproken zat er dat ook helemaal niet in. En dan toch op reis gaan, hopen tegen beter weten in. Dat kan toch alleen, als je diep in je hart de vaste overtuiging hebt, dat God te vertrouwen is, ook al is alle schijn tegen. Als je ervaren hebt, dat God een betrouwbare God is, die heil en redding brengt dwars door allerlei onmogelijke situaties heen. En dat had Abraham ervaren in de stilte van de nacht, als hij Gods stem hoorde, terwijl Hij zich afvroeg, hoe moet het nou verder, wat moet ik met mijn leven aan.
Ook Jezus gaat vastberaden naar Jeruzalem, omdat de Vader Hem daarheen roept. Hij weet wat Hem daar te wachten staat. Hij spreekt er meermaals over met zijn leerlingen, dat Hij daar moet lijden en sterven, zo nuchter, dat Petrus op een gegeven moment zegt: Heer, dat mag nooit gebeuren. Laten we dan maar uit Jeruzalem wegblijven. U herinnert zich het scherpe antwoord van Jezus: ga weg, satan, gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil. Dat kan Jezus toch alleen maar zeggen, als Hij echt de Vader kent, als Hij echt gelooft in God, die Hem zelfs in lijden en dood niet zal loslaten.
Petrus heeft gelijk: lijden en dood zijn voor mensen onmogelijke situaties, waar je liefst met de grootste boog omheen loopt. Daar lopen al je plannen op stuk. Daar is toch geen zin in te ontdekken. Lijden en dood zijn toch niet menswaardig. Jezus zegt: God wil dat ik er doorheen ga, dwars door die onmogelijke situatie en dat juist in vertrouwen op Hem, als een soort vuurproef van geloof, als een blijk van liefde, die zichzelf helemaal verliest. Als je dat kunt, moet je echt in God geloven, van Hem houden en hopen, dat Hij je dwars door alles heen zal redden. Dan is er een band met God nodig, die het vertrouwen nooit doet verliezen, wat er ook gebeurt. Dan moet je God zoeken in de stilte van de nacht of op de top van een berg, ver weg van het gewoel van de wereld. Dat deed Jezus telkens opnieuw. Na een drukke dag met de mensen om heen trok hij zich terug om te bidden, om de wil van de Vader te kennen.
En vandaag, nu het duister van Jeruzalem steeds dichterbij komt, neemt Hij drie van zijn beste vrienden mee. Want ook zij moeten de betrouwbare God leren kennen. En ze mogen dan in een visioen zien wie Jezus, wie Hij dwars door lijden en dood heen zal zijn, stralend als de zon, de vervulling van Mozes en Elia, van de wet en de profeten. Gods stem, die Hem als zijn Zoon aanwijst en de apostelen oproept onvoorwaardelijk op deze Jezus te vertrouwen, wat er ook gebeuren moge, ook al gaat de schijn zich tegen Hem keren. Het is een grandioze ervaring die de bedoeling heeft het geloof van de leerlingen te sterken voor de donkere tijden die gaan komen.
Maar het is zo fijn, dat ze eigenlijk niet meer verder willen trekken. Ze willen er blijven. Laat ons hier drie tenten bouwen. Maar dat is niet de bedoeling. Het leven gaat verder. Onder aan de berg wacht weer het gewone leven: het volk dat een beroep doet op Jezus en het Jeruzalem van het lijden, dat steeds dichterbij komt. Het geloof van de berg moet Jezus en zijn leerlingen daar doorheen dragen. Het vertrouwen moet ongeschokt blijven, ook in de donkerste ogenblikken.
Zo is het ook met ons. In ons gebed, in ons regelmatig vieren van de eucharistie leren wij God kennen als een liefdevolle God die zichzelf geeft in Jezus Christus, die zijn lichaam en Bloed wegschenkt tot eeuwig leven, die als de verrezen Heer met ons mee wil trekken. We hebben die ervaring keihard nodig, als het er in ons leven op aan gaat komen, als het duister gaat worden. We moeten steeds weer de berg op om te bidden om het vertrouwen te kunnen bewaren. We moeten ook telkens weer naar beneden, naar het leven van alledag, waar mensen op ons wachten die ons nodig hebben waar we, gesterkt door ons gebed en door de eucharistie, in vertrouwen op God, vasthoudend aan Jezus Christus nergens voor hoeven terug te schrikken en met de dichter van psalm 23 durven zeggen: al voert mijn weg door donkere kloven, ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.
https://mennenpr.nl/tweede-zon...
TWEEDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD
EERSTE LEZING Gen., 12, 1-4a
Uit het boek Genesis
In die dagen zei de Heer tot Abram: "Trek weg uit uw land, uw stam en uw familie, naar het land dat Ik u zal aanwijzen. Ik zal een groot volk van u maken. Ik zal u zegenen en uw naam groot maken, zodat hij een zegen zal zijn. Ik zal zegenen die u zegenen, maar die u vervloeken zal Ik vervloeken. "Door u zal zegen komen over alle geslachten op aarde." Toen trok Abram weg, zoals de Heer hem had opgedragen.
TUSSENZANG Ps. 33 (32), 4-5, 18-19, 20 en 22
REFREIN: Geef ons, Heer, uw barmhartigheid, zoals wij op U vertrouwen.
Oprecht is immers het woord van de Heer, en al wat Hij doet is betrouwbaar.
Recht en gerechtigheid heeft Hij lief, de aarde is vol van zijn mildheid.
Maar het is God die zijn dienaars bewaakt, hen die op zijn gunst vertrouwen.
Dat Hij hen redden zal van de dood bij hongersnood hen zal voeden.
Daarom vertrouwt ons hart op de Heer, is Hij ons een schild en een helper.
Geef ons dus, Heer, uw barmhartigheid, zoals wij op U vertrouwen.
TWEEDE LEZING 2 Tim., 1, 8b- 10
Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteus
Dierbare, Draag uw deel in het lijden voor het evangelie, door de kracht van God, die ons gered heeft en geroepen met een heilige roeping, niet op grond van onze verdiensten, maar volgens het vrije besluit van zijn genade, van alle eeuwigheid ons verleend in Christus Jezus. Nu is zijn genade openbaar geworden door de verschijning van onze Heiland, Christus Jezus, die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven deed aanlichten door het evangelie.
VERS VOOR HET EVANGELIE
Vanuit een schitterende wolk werd de stem van de Vader gehoord: Dit is mijn welbeminde Zoon, luistert naar Hem.
EVANGELIE Mt., 17, 1-9
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteus
In die tijd nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg, waar zij alleen waren. Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn gelaat begon te stralen als de zon en zijn kleed werd glanzend als het licht. Opeens verschenen hun Mozes en Elia, die zich met Hem onderhielden. Petrus nam het woord en zei tot Jezus: "Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als Gij wilt zal ik hier drie tenten opslaan, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia." Nog had hij niet uitgesproken of een lichtende wolk overschaduwde hen en uit de wolk klonk een stem: "Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn welbehagen heb gesteld; luistert naar Hem." Op het horen daarvan wierpen de leerlingen zich ter aarde neer, aangegrepen door een hevige vrees. Maar Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: "Staat op, en weest niet bang." Toen zij hun ogen opsloegen zagen zij niemand meer dan alleen Jezus. Onder het afdalen van de berg gelastte Jezus hun: "Spreekt met niemand over wat ge hebt aanschouwd voordat de Mensenzoon uit de doden is opgestaan."
Dagbedevaart en driedaagse verzorgde bedevaart naar Beauraing
Vastenactie 2026: Stichting Brufut Vooruit ondersteunt Health Center Brufut in Gambia
Paardenprocessie Hakendover (België) - Tweede Paasdag (6 april 2026)
De Digidulfke uitgave februari 2026 is uit
VESPER-ESTAFETTE VAN KERKEN IN BEST-OIRSCHOT IN DE VEERTIGDAGEN PERIODE.