OVERWEGING VIJFDE ZONDAG DOOR HET JAAR
Jezus gaat vandaag de berg op en Hij gaat niet alleen. Zijn leerlingen gaan met Hem mee. Er is wat met bergen.
Bergen brengen je letterlijk dichter bij de hemel. Maar Jezus’ woorden hebben dit keer weinig te maken met wat wij ‘hoger-op-komen’ zouden noemen. Het is een bizar lijstje van mensen die volgens Hem tot de top behoren: nederigen van hart, treurenden, zachtmoedigen, mensen op zoek naar gerechtigheid, barmhartigen, zuiveren van hart, vredestichters, mensen die worden vervolgd. Dit is geen lijstje van wat wij in ons dagelijks bestaan als de top zien in onze samenleving.
En al helemaal niet in de grote schreeuwers van deze aarde. Nee, het zijn juist die mensen die zich inzetten voor de ander, die zichzelf weg durven te cijferen, die een stapje opzij kunnen doen, die het grote geheel eerder voor ogen hebben dan hun eigen welbevinden. Het zijn mensen die zitten in de hoek waar de klappen vallen. Dat soort mensen, houdt Hij zijn leerlingen en dus ook ons voor, zullen dat beloofde Koninkrijk vormgeven en belonen.
Maar hoe doe je dat? Hoe krijgen we dat voor elkaar in een wereld die zo volstrekt anders in elkaar zit? Jezus houdt ons niet alleen voor wie en wat belangrijk is en wordt in het Koninkrijk. Hij geeft tegelijkertijd een opdracht mee. Het was tweeduizend jaar geleden wat dat betreft niet anders dan tegenwoordig. Ook toen waren het de schreeuwers en graaiers en de mensen met de beste wapens, die de wereld en de waarheid in pacht leken te hebben en de wereld in hun zak. Het land waar Jezus doortrok, was bezet gebied en gevaar en onderdrukking loerde overal. Jezus is echter optimistisch. Het kan nog zo beroerd zijn, je kunt nog zoveel oppositie ondervinden, zelfs vervolgd worden, maar wanhoop niet. Er zal een andere tijd komen.
Het zijn zijn leerlingen die in de samenleving kleine bergjes zout kunnen gaan vormen als toevluchtseiland, als smaakmaker in malle tijden. Of ze kunnen zijn als een klein beetje zout, een mespuntje dat de werkelijkheid net wat frisser, smakelijker en beter te behappen maakt. Letterlijk en figuurlijk. Jezus propagandeert geen kilo’s zout, geen overmacht, maar subtiliteit. Een klein beetje zout is al voldoende om dat Koninkrijk dichterbij te brengen. Maar dan moeten we wel blijven werken aan die droom van dat Koninkrijk, aan dat onmogelijk lijkende Rijk. Op het moment dat we het niet meer zien zitten, en onze kopjes laten hangen, dat verliest het zout zijn smaak en kracht. Louter zout zijn is niet genoeg, maar zout blijven is de tweede opdracht.
En wat dat licht is, dat beschrijft iemand uit de profetenschool Jesaja vandaag. De schrijver legt haarfijn uit wie in het licht zijn en licht uitstralen. Het zijn degenen die brood delen met armen, daklozen onderdak bieden, mensen zonder fatsoenlijke kleren kleding geven. Kortom, het zijn degenen die omkijken naar de medemens. Het zijn de mensen die onderdrukkende systemen tegen gaan, die kwaadsprekerij en het eeuwig wijzende vingertje trotseren. En je moet het niet een beetje doen, maar zelfs gul. Dat zijn de mensen van het licht. Jezus sluit zich bij deze schrijver aan. Want dat zijn juist de goede werken die God groot maken. En Hij zegt dan ook dat wij juist dit licht niet onder de korenmaat, een soort emmer, moeten zetten. Het is dat licht dat dient te schijnen. Niet de macht, niet de grootspraak, niet de polarisatie. Nee, het eenvoudig klaar staan voor degenen die het minder hebben. Het werken aan een samenleving die gerechtigheid voor iedereen betekent. Dat is licht dat je hoog zet, dat iedereen mag zien en waar iedereen zich aan mag warmen. Dat zijn goede daden ter ere van God.
En niets menselijks is ons vreemd. Hoe vaak beamen we al knikkend de woorden van Jezus? En hoe vaak parkeren we ze niet in ons handelen en denken? Maar we hoeven het gelukkig niet alleen te doen. Of, zoals Paulus zegt, de Geest reist met ons mee. Al hebben we een lastige boodschap voor een wereld die volledig is ingericht op meer, op presteren, op carrière en op macht. Een boodschap van dienstbaarheid, omzien naar elkaar, zachtheid, mededogen, delen. Dat is een boodschap die weinig aansluit bij onze samenleving van ieder-voor-zich.
https://www.dominicanen.org/nl/preek-van-de-week/pvdw-2026-vijfde-zondag-door-het-jaar-a
VIJFDE ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING Jes.58,7-10
Uit de profeet Jesaja.
Dit zegt de Heer: "Deel uw brood met de hongerigen, neem de dakloze zwervers op in uw huis, kleed de naakten die gij ziet, en keer u niet af van uw medemensen. Dan zal uw licht stralen als de dageraad, uw genezing zal voorspoedig zijn; uw gerechtigheid zal voor u uitgaan, de glorie van de Heer u op de voet volgen. Wanneer gij dan tot de Heer bidt, zal Hij u verhoren, wanneer gij dan tot Hem roept zal Hij antwoorden: "Hier ben ik". Wanneer gij uit uw midden de onderdrukking verwijdert en de dreigende vingers en de kwaadsprekerij, wanneer gij uw hart voor de hongerige opent en de mistroostige verzadigt, dan straalt uw licht in de duisternis, dan wordt uw nacht als de middag." Zo spreekt de almachtige Heer.
TUSSENZANG Psalm 112
REFREIN: De rechtvaardige is voor de vrome een licht in de nacht.
Hij is voor de vromen een licht in de nacht, weldadig, barmhartig, rechtvaardig.
Goed gaat het de man die weggeeft en leent, die eerlijk zijn zaken behartigt.
In eeuwigheid staat de rechtvaardige sterk, men blijft hem voor eeuwig gedenken.
Voor slechte tijding is hij niet bang, hij blijft ongeschokt op de Heer vertrouwen.
Standvastig en zonder vrees zet hij door. Met mildheid deelt hij aan de armen uit;
Hij zal zijn gerechtigheid nooit verliezen. Zijn macht en zijn aanzien vermeerderen steeds.
TWEEDE LEZING 1 Kor.,2,1-5
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte
Broeders en zusters, toen ik u het getuigenis van God kwam verkondigen, deed ik dat niet met vertoon van welsprekendheid of geleerdheid. Ik had mij voorgenomen u geen enkele wetenschap te brengen dan die van Jezus Christus en zijn kruis. Bovendien voelde ik mij toen zwak, nerveus en angstig. Het woord dat ik u verkondigde, had niets te danken aan de overredingskracht van de `wijsheid', maar het getuigde van de kracht van de Geest: uw geloof moest niet steunen op menselijke wijsheid, maar op de kracht van God.
ALLELUIA
Alleluia. Uw woorden, Heer, zijn geest en leven, uw woorden zij woorden van eeuwig leven.
EVANGELIE Mt.,5,13-16
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteus.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: "Gij zijt het zout der aarde. Maar als het zout zijn kracht verliest, waar mee zal men dan zouten? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden. Gij zijt het licht der wereld. Een stad kan niet verborgen blijven als ze boven op een berg ligt! Men steekt toch ook niet een lamp aan om ze onder de korenmaat te zetten, maar men plaatst ze op de standaard, zodat ze licht geeft voor allen die in huis zijn. Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.
Carnavalsviering, parochiecentrum en Aswoensdag
Stille omgang met andere Brabanders op 21 maart
Offerlichten: € 1
Jubileumjaar 800e verjaardag overlijden Sint-Franciscus van Assisi
Actie Kerkbalans 2026