OVERWEGING 24E ZONDAG DOOR HET JAAR
Als iemand ons kwaad heeft berokkend, grijpt dat ons sterk aan. We zijn enorm ontgoocheld en gekwetst, we voelen ons gekrenkt en we haten de persoon die ons dat heeft aangedaan. Maar zolang we in gekwetste gevoelens blijven ronddolen, hebben we nog niet echt een stap naar vergeving gezet. De stap naar vergeving zetten betekent immers de dader niet langer alleen maar veroordelen, maar hem opnieuw benaderen als een mens die niet alleen slechte maar ook goede kanten heeft. Daarbij kan helpen dat we niet uit het oog verliezen dat wijzelf mensen zijn die ook tot kwaad in staat zijn, en dus meer dan eens ook vergeving nodig hebben.
Dan raakt Petrus wel een heel gevoelige snaar wanneer hij aan Jezus vraagt: ‘Heer, hoe dikwijls moet ik vergeving schenken?’ (Mat. 18,21). Sommige mensen vinden het heel moeilijk iemand te vergeven. Ze vinden het zelfs een teken van zwakte. Maar dat is het hoegenaamd niet. De zwakke kan niet vergeven. Vergeving is een eigenschap van de sterke (Gandhi). Om dat duidelijk te maken vertelt Jezus het verhaal van een koning die met zijn dienaren afrekening wilde houden (vgl. Sir. 27,30–28,7). Daarmee wil Hij ons aan het denken zetten en onze verbeelding prikkelen. In het koninkrijk van God – de manier van samenleven waar de Liefde van God alle kansen krijgt – nemen degenen die zeggen in God te geloven het op zich om zelf ook barmhartig te zijn. Dat is de logica van heel de bijbelse boodschap. Hoe kan een mens die geen erbarmen heeft met zijn medemens, bidden om vergeving voor zijn eigen zonden? (vgl. Sir. 28,4) hoorden we daarnet in de Schriftlezing. Gods goedheid wordt zichtbaar in onze vergevende houding tegenover een ander.
Mensen zeggen dan wel eens: ‘Het is allemaal vergeten en vergeven.’ Maar vergeven betekent niet dat je ook vergéét. Als je gekwetst bent, vergeet je dat niet zomaar. Nee, vergeven is geen manier van vergeten. Integendeel, het is een speciale manier van onthouden: je voelt nog heel goed wat je werd aangedaan en je ziet het opnieuw onder ogen. En wat doe je ermee? Je laat het los, je laat ook de dader gaan en je maakt hem het leven niet zuur; maar je geeft hem een nieuwe kans. Iemand vergeven betekent immers dat je de ander die zijn fout bekent, niet pakt op zijn bekentenis. Je erkent dat de dader meer is dan wat hij misdeed. Hij wordt niet voor altijd op zijn daad vastgepind. Hij blijft een mens en een medemens. Het kwaad dat hij heeft aangericht is misschien onherroepelijk en onherstelbaar, maar daar stopt het niet. Je wilt niet dat het kwaad het laatste woord heeft.
Maar iemand vergeven is niet hetzelfde als je met iemand verzoenen. Als je denkt dat je door te vergeven je weer met de dader zult moeten verzoenen, kan het gebeuren dat je ervoor terugdeinst te vergeven. Vergeven betekent niet dat je je verzoent en dat je weer de beste vrienden wordt. Soms kan dit, soms kan dit echter niet; en heel uitzonderlijk is het zelfs niet wenselijk (bijvoorbeeld als de veiligheid van het slachtoffer in gevaar komt). Dat betekent niet dat verzoening onbelangrijk zou zijn. Ze voltooit de vergeving, maar je kan niet zeggen dat de vergeving pas echt is als er een verzoening op volgt. Hoe dan ook, elkaar vergeven, elke keer opnieuw, zeventigmaal zevenmaal, is een hele opdracht. We zijn dan wel beeld van God, maar we zijn toch ook nog altijd maar mensen.
En als ik van God vergeving verlang, word ik uitgenodigd in gebed naar mijn onmacht te kijken vanuit Gods liefdevolle blik. Het gaat niet alleen om een schuldbelijdenis, maar vooral om een geloofsbelijdenis: ik mag geloven dat Gods Liefde me vergeeft en me in staat stelt anderen te vergeven. Maar de aandacht gaat niet zozeer naar concrete daden, wel naar fundamentele levensoriëntaties. Niet langer: wat heb je mispeuterd? Hoe? Met wie? Waar? Hoeveel keer?... Centraal staat waarop je in je leven ten diepste gericht staat, zoals: ik leef mezelf en God voorbij, ik heb te weinig oog voor de ander naast mij, ik laat onrecht bestaan. Zonde wordt dan een woord om verschillende verstoorde relaties aan te duiden: mijn verhouding tot God, tot mezelf, mijn medemens en andere levende wezens. Dat laat toe aandacht te hebben voor ons bredere levensverhaal: voor wie wij als persoon zijn, en niet zozeer voor wat we al dan niet gedaan hebben; ook al blijken onze grondhoudingen natuurlijk altijd uit concrete daden. En vergeving van Godswege is dan de beweging waarin God zich telkens opnieuw naar mensen toewendt, ons bevrijdt uit onze verstarring en het mogelijk maakt dat wij nieuwe levengevende verhoudingen aangaan.
https://www.tijdschriftvoorverkondiging.org/preken/
VIERENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING Sir., 27, 30-28, 7
Uit het boek Ecclesiasticus
Wrok en gramschap zijn iets afschuwelijks, alleen een zondaar blijft ermee lopen. Wie wraak neemt, zal de wraak van de Heer voelen: de Heer zal zijn zonden nooit uit het oog verliezen. Vergeef uw naaste zijn onrecht: dan worden, wanneer gij er om bidt, uw eigen zonden kwijtgescholden. Kan een mens, die tegenover een medemens in zijn gramschap volhardt, bij de Heer zijn heil komen zoeken? Kan hij, die onverbiddelijk is voor zijn evenmens, om vergeving bidden voor zijn eigen zonden? Als iemand, die zelf maar een mens is, in zijn wrok volhardt, wie zal dan verzoening bewerken voor zijn zonden? Denk aan het einde en houd op met haten; denk aan de ondergang en de dood en houd u aan de geboden. Denk aan de geboden en koester geen wrok tegen uw naaste. Denk aan het verbond van de Allerhoogste en vergeef uw naaste zijn dwaling.
TUSSENZANG Ps. 103 (102), 1-2, 3-4, 9-10, 11-12
REFREIN: De Heer is barmhartig en welgezind, lankmoedig en goedertieren.
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen!
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, vergeet zijn weldaden niet!
Hij is het die u uw schulden vergeeft, die u geneest van uw kwalen.
Hij is het die u van de ondergang redt, die u omringt met zijn gunst en erbarmen.
Hij blijft niet voortdurend verwijten maken, Hij is niet voor eeuwig vertoornd.
Hij handelt met ons niet zoals wij verdienen, vergeldt ons niet onze schuld.
Zo wijd als de hemel de aarde omspant, zo alomvattend is zijn erbarmen.
Zo ver als de afstand van oost tot west, zo ver verdrijft Hij van ons de zonde.
TWEEDE LEZING Rom., 14, 7-9
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome
Broeders en zusters, Niemand van ons leeft voor zichzelf alleen, niemand sterft voor zichzelf alleen. Zolang wij leven, leven wij voor de Heer, en sterven wij, dan sterven wij voor de Heer: of wij leven of sterven, Hem behoren wij toe. Daarvoor is Christus gestorven en weer levend geworden: om Heer te zijn over doden en levenden.
ALLELUIA Joh., 13, 34
Alleluia. Een nieuw gebod geef Ik u, zegt de Heer: gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad. Alleluia.
EVANGELIE Mt., 18, 21-35
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd kwam Petrus naar Jezus toe en sprak: "Heer, als mijn broeder tegen mij misdoet, hoe dikwijls moet ik hem dan vergeven? Tot zevenmaal toe?" Jezus antwoordde hem: "Neen, zeg Ik u, niet tot zevenmaal toe maar tot zeventig maal zevenmaal. Daarom gelijkt het Rijk der hemelen op een koning die rekening en verantwoording wilde vragen aan zijn dienaren. Toen hij hiermee begon, bracht men iemand bij hem die tienduizend talenten schuldig was. Daar hij niets had om te betalen, gaf de heer het bevel hem te verkopen met vrouw en kinderen en al wat hij bezat om zo de schuld te vereffenen. Maar de dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte: "Heer, heb geduld met mij en ik zal u alles betalen". De heer kreeg medelijden met die dienaar, liet hem gaan en schold hem de geleende som kwijt. Maar toen die dienaar buiten kwam, trof hij daar een andere dienaar die hem honderd denariën schuldig was; hij greep hem bij de keel en zei: "Betaal wat je schuldig bent". De andere dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte: "Heb geduld met mij en ik zal u betalen". Maar hij weigerde liet hem zelfs in de gevangenis zetten, totdat hij zijn schuld betaald zou hebben. Toen nu de overige dienaars zagen wat er gebeurd was, waren zij diep verontwaardigd en gingen hun heer alles vertellen. Daarop liet de heer de dienaar roepen en sprak: "Jij, lelijke knecht, heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je mij erom gesmeekt hebt. Had jij dan ook geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik met jou medelijden heb gehad?" En in toorn ontstoken, leverde zijn heer hem over aan de beulen, totdat hij zijn hele schuld betaald zou hebben. Zo zal ook mijn hemelse Vader met ieder van u handelen die niet zijn broeder van harte vergiffenis schenkt."
Funeraire Erfgoeddag: zondag 4 oktober 2026 13.00-17.00 uur bij Uitvaartcentrum Mutsaers
PRACHTIG BEDRAG VASTENACTIEPROJECT!
De eerste nieuwsbrief van OdulphuSamen is uit en de eerste Torendag was een succes!
Gerarduskalender 2027 - verkrijgbaar in het parochiecentrum
Eerste communie en Vormsel 2027 inschrijving