Kies uw kerk

Preek van de week

Bezinning door het jaar - 28e zondag door het jaar A - 10 en 11 oktober 2026

OVERWEGING 28E ZONDAG DOOR HET JAAR

Stel dat u voor het eerst in een kerk zit, nog nooit van Jezus hebt gehoord en als eerste kennismaking het Evangelie van deze zondag beluistert, wat zou uw beeld van Jezus dan zijn? Als u ook nooit van zijn lijden en kruisdood had gehoord, van zijn vergeving aan zijn moordenaars, maar alleen dit Evangelie, met deze slotwoorden: “Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem buiten in de duisternis. Daar zal geween zijn en tandengeknars. Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren.” Waarschijnlijk zou u Jezus zien als iemand die God voorstelt als een koning die mensen laat doden en steden in brand laat steken.

We lezen dit jaar uit het Evangelie volgens Matteüs en we zijn bij hoofdstuk 22 beland. Over zes weken lezen we Matteüs 25, over de scheiding tussen de schapen en de bokken. Dan horen we dit: En tot die aan zijn linkerhand zal Hij dan zeggen: “Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwig vuur dat bereid is voor de duivel en zijn trawanten. Want Ik had honger en gij hebt Mij niet te eten gegeven. Ik had dorst en gij hebt Mij niet te drinken gegeven. …”

Wij spreken graag over Jezus als de Goede Herder, met een schaapje op zijn nek of in zijn armen. Psalm 23 is een populaire psalm. We luisteren graag naar het Evangelie van Jezus en de kinderen, of over Zacheüs bij wie Jezus in huis komt, of over het mosterdzaadje, zo klein en toch zo krachtig. Maar ook deze harde teksten komen uit de mond van Jezus. Hoe zit dat in elkaar?

Jezus spreekt vandaag net als verleden week in gelijkenissen tot de hogepriesters en de oudsten van het volk. Hoofdstuk 23 eindigt met deze woorden: “Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en stenigt die tot u zijn gezonden! Hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen verzamelen, zoals een kloek haar kuikens verzamelt onder haar vleugels, maar gij hebt niet gewild. Zie, uw huis zal onbewoond achtergelaten worden. Ik zeg u: van nu af zult gij Mij niet meer zien, totdat gij zeggen zult: Gezegend de Komende in de naam des Heren! (Mt. 23,37-39)” Wij weten wat er zo’n veertig jaar na Jezus’ kruisdood en verrijzenis is gebeurd. In het jaar 70 is Jeruzalem ingenomen door de Romeinen, die niets van de stad heel lieten. In Rome is op de Boog van Titus nog altijd een reliëf te zien over de plundering van de tempel van Jeruzalem. Jezus had het voorzegd. Hij zag waar het op uit ging lopen. Dit gebeurt vanzelf wanneer je Gods barmhartige liefde en de kansen op bekering die God je geeft, afwijst of negeert.

Een paar weken geleden heb ik me hardop afgevraagd of Europa, en dat geldt ook voor Rusland en Amerika ooit wel echt Christelijk is geweest. Ik bedoel dan dat niet alleen gewone mensen, maar ook regeringen, industrie, handel, wetenschap, kunst en amusement, Jezus als norm en leidraad houden voor hun doen en laten. Ook dan zijn we er nog niet, want we blijven mensen die falen. Maar dan is er een basis, dan loopt de bruiloftszaal vol met mensen, goede en slechten door elkaar.

Jezus heeft aan zijn tijdgenoten laten weten dat het nu of nooit is. Jezus is het onderscheidend principe. Hem navolgen is voor God kiezen, net zo stevig als Jezus, net zo consequent als Hij, en tegelijk net zo barmhartig als Hij, net zo vergevend als Hij. Hem volgen is het kruis dragen en niet op anderen afwentelen. Jezelf overwinnen en niet vluchten voor de last van het leven. Kiezen voor het geestelijk leven als belangrijker dan het materiële leven.

Jezus is gekomen om ook de gewone man en vrouw de weg te wijzen naar Gods Koninkrijk. Hij maakte de Wet van Mozes weer draaglijk en hanteerbaar, zoals God hem bedoeld had. Jezus heeft de Geest teruggebracht, Gods heilige Geest, die ons helpt om Gods wil te kennen en te volbrengen. Jezus is de weg naar een nieuwe toekomst. Wijs je die weg af, dan blokkeer je de Geest en blokkeer je tegelijk de weg van Gods barmhartigheid. Dan val je terug op de oude weg en het Oude Testament, waarin God met grote macht onze oorlog moet winnen. Maar die tijd is voorbij, definitief. Dat was de tijd van de oude verbonden. In het Nieuwe verbond zijn we volwassen geworden en wil God, nu we zijn Weg kennen, dat we zijn zoals Hij. God wint onze oorlogen niet meer. Wie niet voor zijn weg kiest, belandt in de wet van de sterkste, met wapens en geweld. Maar “… allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen (Mt. 26,52)”.

Wat moeten we zeggen over onze tijd? In de zeventiger jaren heeft de gedachte breed ingang gevonden, dat we met de wetten van de psychologie, sociologie, economie en groepsdynamica, een nieuwe wereld konden scheppen. Het liberalisme heeft ons doen geloven dat we met permanente groei en steeds meer bezit, met overvloed aan voedsel en gezondheid, met wereldreizen en veel luxe, een nieuwe wereld konden scheppen waarin we God en godsdienst niet meer nodig zouden hebben. De vrije kapitalistische markt zou de rest doen. Inmiddels weten we al lang, dat de vrije markt en het kapitalisme geen moraal heeft en eerder de moraal ondermijnt dan bevordert.

Ook nu zouden we een voorspelling kunnen doen, net als Jezus: Als de wereld de tijd van genade niet herkent, de weg van Jezus niet aanvaardt en vast blijft zitten in de eigen ideologie, dan is het wachten op de volgende wereldbrand.

Wat kunnen wij, kleine mensen hiermee? Wij moeten doen wat de groten der aarde vergeten: Christus navolgen. Gewoon in het klein beginnen, steeds opnieuw. Er kan nog veel ten goede veranderen. 

https://hagenpreken.nl/Preken/... bewerkt TS

ACHTENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 



EERSTE LEZING          Jes., 25, 6-10a

  Uit de Profeet Jesaja 

In die dagen zal de Heer van de hemelse machten op de berg Sion voor alle volken een maaltijd aanrichten, een maaltijd van vette spijzen en van belegen wijnen, een maaltijd van vette, mergrijke spijzen en van geklaarde, belegen wijnen. Op deze berg zal Hij de sluier verscheuren die ligt over alle volkeren, en het floers dat alle naties bedekt. Hij zal de dood voor eeuwig vernietigen en van alle aangezichten zal Hij, de Heer, de tranen wissen. Hij zal de smaad van zijn volk wegnemen van de gehele aarde. Ja, zo heeft de Heer het besloten! Op die dag zal men zeggen: "Dat is onze God, op wie wij hoopten: Hij heeft ons gered ! Dat is de Heer, op wie wij vertrouwden: laat ons jubelen en ons verheugen om de redding, die Hij ons gebracht heeft! Ja, de hand van de Heer zal rusten op deze berg!" 

 

TUSSENZANG Ps. 23 (22), 1-3a, 3b-4, 5, 6 

REFREIN: Het huis van de Heer zal mijn woning zijn voor alle komende tijden.

 

De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort; Hij laat mij weiden op groene velden.

Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten, Hij geeft mij weer frisse moed.

Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden omwille van zijn Naam.

 

Al voert mijn weg door donkere kloven, ik vrees geen onheil, waar Gij mij leidt.

Uw stok en uw herdersstaf geven mij moed en vertrouwen.

 

Gij nodigt mij aan uw tafel tot ergernis van mijn bestrijders.

 

Met olie zalft Gij mijn hoofd, mijn beker is overvol.

 

Voorspoed en zegen verlaten mij nooit elke dag van mijn leven.

 

Het huis van de Heer zal mijn woning zijn voor alle komende tijden.

 

TWEEDE LEZING         Fil., 4, 12-14. 19-20.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Filippi

Broeders en zusters, Ik weet wat armoede is, ik weet wat overvloed is. Ik ben volledig ingewijd; ik kan volop eten en ik kan honger lijden, ik ben vertrouwd met overvloed en met gebrek. Alles vermag ik in Hem die mij kracht geeft. Toch hebt gij er goed aan gedaan mij te helpen in mijn moeilijkheden. Mijn God zal met goddelijke rijkdom in al uw noden voorzien door u de heerlijkheid te schenken in Christus Jezus. Aan onze God en Vader zij de eer in de eeuwen der eeuwen! Amen.

  

ALLELUIA         Cf. Ef., 1, 17-18 

Alleluia. Moge de Vader van onze Heer Jezus Christus ons innerlijk oog verlichten, om te zien hoe groot de hoop is waartoe Hij ons roept. Alleluia.

 

EVANGELIE     Mt., 22, 1-14 of 1-10 

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 

In die tijd nam Jezus het woord en sprak opnieuw in gelijkenissen tot de hogepriesters en de oudsten van het volk. Hij zei: "Het Rijk der hemelen gelijkt op een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. Hij stuurde zijn dienaars uit om allen te roepen die hij tot de bruiloft had uitgenodigd, maar zij wilden niet komen. Daarop zond hij andere dienaars met de opdracht: Zegt aan de genodigden: "Zie ik heb mijn maaltijd klaar, mijn ossen en het gemeste vee zijn geslacht; alles staat gereed. Komt dus naar de bruiloft". Maar zonder er zich om te bekom­meren gingen zij weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaken. De overigen grepen zijn dienaars vast, mishandelden en doodden hen. Nu ontstak de koning in toorn, stuurde zijn troepen en liet de moorde­naars ombrengen en hun stad in brand steken. Toen sprak hij tot zijn dienaars: "Het bruiloftsmaal staat klaar, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat dus naar de kruispunten der wegen en nodigt wie ge er maar vindt, tot de bruiloft". Zijn dienaars gingen naar de wegen en brachten allen mee die zij er aantroffen, slechten zowel als goeden, en de bruiloftszaal liep vol met gasten.

(Toen nu de koning binnenkwam om de aanliggenden te bezoeken, merkte hij daar iemand op die niet voor de bruiloft gekleed was. En hij sprak tot hem: "Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruilofts­kleed?" Maar de man bleef het antwoord schuldig. Toen sprak de koning tot de bedienden: "Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem buiten in de duisternis. Daar zal geween zijn en tandengeknars". Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren.!)

Archief preken