OVERWEGING 30E ZONDAG DOOR HET JAAR
Misschien vragen we ons af waarom die wetgeleerde aan Jezus vraagt wat het voornaamste gebod is. Immers, iedereen weet toch dat ‘houd boven al van God’ het eerste gebod is, en ‘houd evenveel van je naaste als van jezelf’ het tweede?
Maar wellicht is het voor die wetgeleerde niet zo eenvoudig als voor ons. Wij kennen immers maar twee geboden die samen één gebod vormen, en dat heeft Jezus ons geleerd. Maar de joden kennen 248 geboden en 365 verboden, samen goed voor 613 wetten. Je zou voor minder twijfelen aan wat het voornaamste gebod is. Jezus laat daar echter geen twijfel over bestaan: houd je aan het eerste en het tweede gebod, zegt Hij, want ‘aan die twee hangen heel de Wet en de Profeten.’
Liefde vormt vandaag dus de basis van het evangelie, maar ook van de eerste lezing. En dat is normaal, want God is liefde. Dat komt uitdrukkelijk tot uiting in de eerste lezing. Daar houdt God voor wat je met je medemensen moet doen en niet mag doen. Je moet je, net zoals God, altijd laten leiden door liefde, en door niets anders.
Nu is liefde een woord dat heel positief klinkt, maar de werkelijkheid is anders. Liefde vergt immers inzet, en ervaring leert ons dat het lang niet altijd gemakkelijk is om in alle omstandigheden lief te hebben. Probeer maar eens vol liefde te zijn voor mensen die u beledigen, beliegen, bedriegen, bedreigen. En dat komt spijtig genoeg meer voor dan we graag hebben, want niet iedereen laat zich leiden door liefde. Dat zien we genoeg in de wereld van vandaag. Een wereld vol oorlog, vol haat, vol zelfverheerlijking, vol polarisatie, vol corruptie.
Maar we kunnen ‘liefde’ ook op onszelf toepassen, en dan komen we tot de vaststelling dat het klopt: we doen dingen of we doen ze niet, en de reden is liefde of geen liefde. Neem onze steun aan goede doelen: als we die steunen, is dat niet omdat we te veel geld hebben, maar omdat we ons laten leiden door meevoelen, door zorg, hoop en door nog zoveel andere positieve gevoelens. Maar voelen we niet mee, is de liefde er dus niet, dan steunen we niet of heel weinig.
Keren we nog even terug naar het eerste gebod dat Jezus uitgebreid beschrijft: ‘Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand.’ Maar hoe kan je van God houden met je hart? En met je ziel? En met je verstand?
Om met geheel je hart van God te houden moet je je echt laten leiden door liefde die veel meer is dan een gevoel. Het houdt in dat je je in heel je dagelijks leven laat leiden door God. Je onderhoudt zijn geboden, je maakt tijd om te bidden, om God te danken, om Hem om hulp te vragen, om Hem te eren. Je verlangt dus echt naar zijn aanwezigheid. Dat alles houdt in dat je met heel je ziel, met heel je persoonlijkheid, met al je aandacht houdt van God. Zozeer dat je je geen leven kunt voorstellen zonder God. En zo schakel je ook je verstand in, want je wil God beter leren kennen. Dus heb je aandacht voor zijn woorden en daden die je in de Bijbel leest en die je hoort tijdens de vieringen. Woorden en daden die de wereld mooier en menselijker maken dan wat de mens er zelf van terechtbrengt.
‘Bemin God met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand,’ zegt Jezus. Anders gezegd: Houd in alle omstandigheden van God. Laten we dat dus proberen te doen. We worden er alleen maar betere mensen van. We kunnen immers niet van God houden als we ook niet van onszelf en van onze medemensen houden. En zo wordt ook de wereld beter.
https://preken.be/a/door-het-j... bewerkt TS
DERTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR
EERSTE LEZING Ex., 22, 20-26
Uit het boek Exodus
Zo spreekt de Heer: "Gij moet een vreemdeling niet slecht behandelen en hem het leven niet moeilijk maken, want ge hebt zelf als vreemdeling in Egypte gewoond. Weduwen en wezen zult ge geen onrecht aandoen. Als ge hun tekort doet en als hun klagen tot Mij opstijgt, dan zal Ik gehoor geven aan hun klagen. Mijn toorn zal losbarsten en met het zwaard zal Ik u doden: uw vrouwen worden weduwen, uw kinderen wezen. Als gij aan iemand van mijn volk geld leent, aan een noodlijdende in uw omgeving, gedraag u dan niet als een geldschieter. Ge moet geen rente van hem eisen. Als gij iemands mantel in pand neemt, dan moet ge die voor zonsondergang aan hem teruggeven. Hij heeft niets anders om zich mee toe te dekken, het is de beschutting van zijn blote lichaam, hij moet er in slapen. Roept hij tot Mij om hulp, dan zal Ik hem verhoren, want Ik ben vol medelijden.
TUSSENZANG Ps. 18 (17), 2-3a, 3bc-4, 47 en 51ab
REFREIN: Heer, U heb ik lief, mijn sterkte zijt Gij.
Heer, U heb ik lief, mijn sterkte zijt Gij,
mijn toevlucht, mijn burcht, mijn bevrijder.
Mijn God, de rots waar ik toevlucht vind,
mijn schild, mijn behoud en bescherming.
Wanneer ik de Heer aanroep, Hij zij geprezen,
dan doet geen vijand mij kwaad.
De Heer zij geprezen, gezegend mijn rots,
verheerlijkt zij God, mijn verlosser.
Want Gij hebt uw koning de zege geschonken,
uw gunsten bewezen aan uw gezalfde.
TWEEDE LEZING 1 Tess., 1, 5c-10
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica
Broeders en zusters, Gij weet hoe ons optreden bij u is geweest. Het was gericht op uw heil. En gij van uw kant zijt navolgers geworden van ons en van de Heer, toen gij het woord hebt aangenomen onder allerlei beproevingen en toch met vreugde van de heilige Geest. Gij zijt een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in Macedonië en in Achaïa. Ja, van Tessalonica uit heeft het woord van de Heer weerklonken, en niet enkel in Macedonië en Achaïa; allerwegen is uw geloof in God bekend geworden. Wij hoeven niets meer te zeggen, zij vertellen zelf wel hoe wij bij u zijn gekomen en hoe wij door u zijn ontvangen; hoe gij u van de afgoden tot God hebt bekeerd, om de levende en waarachtige God te dienen, en uit de hemel zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de dood heeft opgewekt, Jezus, die ons redt van de komende toorn.
ALLELUIA Joh., 14, 23
Alleluia. Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen. Alleluia.
EVANGELIE Mt., 22, 34-40
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd kwamen de Farizeeën bijeen, toen zij vernamen dat Jezus de Sadduceeën de mond gesnoerd had. En een van hen, een wetgeleerde, vroeg Jezus om Hem op de proef te stellen: "Meester, wat is het voornaamste gebod in de Wet?" Hij antwoordde hem: "Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten."
Wat is Allerheiligen ? Wat is Allerzielen ?
Willibrordzondag - zondag 8 november 2026
Vredeswandeling 29 november 2026
Gerarduskalender 2027 - verkrijgbaar in het parochiecentrum
Belangrijke ontwikkeling binnen onze parochie