Kies uw kerk

Preek van de week

Bezinning door het jaar - 29e zondag door het jaar A - 17 en 18 oktober 2026

OVERWEGING 29E ZONDAG DOOR HET JAAR

“Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat God toekomt.”

Laten we het eerst hebben over het geven zelf. Is belasting betalen ook een vorm van geven? Jezus zegt “Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt.” Belasting is in zijn ogen niet zozeer een gift. Het komt de overheid toe om belasting te heffen. Jezus is geen anarchist of belastingweigeraar, Hij is ook geen revolutionair die het hele systeem omver wil werpen.

Vanaf het begin van het Christendom werd dit ook zichtbaar in de wereld. De Christenen in het Romeinse Rijk kregen problemen en werden vervolgd. Maar dat was omdat ze niet instemden met de goddelijke status van de keizer en omdat zij de vrijheid opeisten hun eigen godsdienst te houden. Maar in de loop van de eeuwen werd het de keizers steeds duidelijker dat zij in de christenen loyale onderdanen hebben die zelfs voor hen bidden, die zich inzetten voor de armen en zieken, die geen belasting weigeren, als die binnen de proporties blijft. Het Christendom is een sociale godsdienst die altijd een weg weet te vinden in het politieke systeem, mits dat rechtvaardig en humaan is, mits er vrijheid van godsdienst is en andere basisvrijheden worden gegarandeerd.

In de loop van de vierde eeuw mochten de Christenen dat ervaren toen ze vrijheid van godsdienst kregen onder keizer Constantijn. De eerste lezing vertelt net zoiets over Cyrus de Grote, koning van Meden en Perzen. Hij geeft het Joodse volk de gelegenheid na een halve eeuw ballingschap terug te keren naar Jeruzalem. Ze mogen zelfs heilige vaten, die Nebukadnessar had gestolen, weer mee terug te nemen. Het boek van de profeet Jesaja ziet daar Gods hand in. God heeft dat in zijn Voorzienigheid aan Cyrus de Grote ingegeven, al weet Cyrus daar zelf niets van. Dit is een gelovige kijk op de geschiedenis.

“Wat dunkt U, is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer of niet?” Zegt Jezus ja of nee? In beide gevallen hebben ze iets om Hem van te beschuldigen. Als hij zegt: Nee, betaal maar niet, dan kunnen ze Hem aanklagen bij de Romeinse overheid. Zegt Hij, ja betaal maar, dan kunnen ze Hem wegzetten als een overloper die heult met de Romeinse bezetter.

Natuurlijk doorziet Jezus die strikvraag. Maar Hij geeft niet zozeer een slim antwoord om te ontsnappen, Hij houdt hen een spiegel voor. De beeltenis op de munt, het portret van de keizer, gebruikt Hij om hen eraan te herinneren wiens beeltenis zij zelf dragen. In het scheppingsverhaal staat immers dat God ons schiep naar zijn beeld en gelijkenis. Wij dragen Gods beeld in ons. Een munt is maar een munt, een dood ding van metaal. Geef dan aan de keizer wat van de keizer is. Maar jij draagt Gods beeltenis, jijzelf behoort God toe, jij, levende mens, met alles wat je hebt, wat je bent en wat je kunt.

Het vreemde aan geven is dat het ons aan de ene kant gelukkig maakt, maar aan de andere kant moeite kost. Geven druist in zekere zin in tegen onze evolutie. De evolutie zit in onze genen en die zegt dat we net als de dieren moeten overleven en dus voor onszelf opkomen. Daarom gaan we hamsteren als er schaarste komt. Maar het vreemde is. dat hebben ook hebberig maakt. Dat is een echt gevaar. Het maakt dat rijken rijker worden en armen armer. Als wij niet bereid zijn te geven, dan wordt die tweedeling tussen rijk en arm een mondiaal probleem dat een nieuwe crisis creëert.

God geeft ons wat wij nodig hebben en zelfs meer, zodat wij op onze beurt aan anderen kunnen geven wat zij nodig hebben. Van die hemelse Vader dragen wij de beeltenis. Geven wat de ander nodig heeft, kan meer vragen dan wat je over hebt en dat vraagt vertrouwen dat God met zijn Voorzienigheid om ons heen is en voor ons uit.

Dat laatste is een probleem. We doen er alles aan om zelfvoorzienend te zijn zodat we niets of niemand meer nodig hebben. Maar dan zeggen we eigenlijk: ‘Fijn dat God voor ons zorgt, maar ik regel het wel zo dat als God me toevallig even vergeet, ik voldoende reserve heb’. Wie echt gelooft, die zorgt ook dat zijn zaakjes in orde zijn, maar die zit er niet aan vast, die kan geven, die kan gul zijn, die kan zelfs alles weggeven als God hem dat zou vragen.

Jezus brengt de evolutie naar een hoger niveau. Hij leeft in vertrouwen op zijn hemelse Vader. Hij leert dat je niet alleen kan geven van wat je bezit, maar dat je zelfs je leven kunt geven want God zal erin voorzien. Hij laat zien dat geven belangrijker is dan nemen en dat loslaten nodig is omdat we anders alles krampachtig vasthouden. Jezus heeft zichzelf gegeven, daarvan is de Eucharistie het grote Sacrament. Hij geeft zich nog steeds aan ons, opdat wij milder worden, meer bereid tot geven, niet berekenend, maar kijkend wat de ander nodig heeft, want zo doet God met ons en wij zijn zijn kinderen.

https://hagenpreken.nl/Preken/... bewerkt TS

NEGENENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 

EERSTE LEZING          Jes., 45, 1. 4-6 

Uit de Profeet Jesaja 

Zo spreekt de Heer tot Cyrus, zijn gezalfde, die Hij bij zijn rechterhand heeft genomen om de volkeren voor hem neer te werpen, om koningen de gordels van de lenden te trekken, om deuren voor hem open te stoten en geen poort gesloten te laten: "Het was omwille van mijn dienaar Jakob en om Israël, mijn uitverkorene, dat Ik u bij uw naam heb geroe­pen en u een eretitel heb gegeven, alhoewel gij Mij niet kende. Ik ben de Heer, en niemand anders! Buiten Mij is er geen God. Ik heb u omgord zonder dat gij Mij kende, zodat allen het nu kunnen weten, die van het oosten en die van het westen: Ik ben de Heer, en niemand anders!

 

TUSSENZANG  Ps. 96 (95), 1 en 3, 4-5, 7-8, 9-10a en c

REFREIN: Huldigt de Heer om zijn glorie en macht.

 

Zingt voor de Heer een nieuw gezang, zingt voor de Heer alle landen.

 

Meldt aan de naties zijn heerlijkheid, zijn wondere daden aan alle volken.

 

Want machtig en onvolprezen is Hij en meer te duchten dan alle goden.

 

De goden der volken zijn maaksels van mensen, maar Hij is de Schepper van het heelal.

 

Huldigt de Heer, alle stammen en volken, huldigt de Heer om zijn glorie en macht.

 

Huldigt de Heer om de roem van zijn Naam. Brengt Hem uw offer en treedt in zijn voorhof.

 

Gaat Hem aanbidden in heilig gewaad. Beeft voor de Heer, alle mensen op aarde.

 

Zegt tot elkander: de Heer regeert! De volken bestuurt Hij met billijk­heid.

 

TWEEDE LEZING         1 Tess., 1, 1-5b 

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica 

Van Paulus, Silvánus en Timóteüs aan de christengemeente van Tessalo­nica, die is in God de Vader en de Heer Jezus Christus. Genade voor u en vrede! Wij zeggen God dank voor u allen, telkens wanneer wij uw naam noemen in onze gebeden. Onophoudelijk gedenken wij voor het aanschijn van God, onze Vader, uw werkdadig geloof, uw onvermoeiba­re liefde en uw standvastige hoop op onze Heer Jezus Christus. Wij weten, broeders en zusters, dat God u liefheeft en dat gij door Hem zijt uitverkoren, want wij hebben u het evangelie verkondigd, niet alleen met woorden maar met kracht en heilige Geest en volle overtuiging.

 

ALLELUIA         Fil., 2, 15- 16 

Alleluia. Gij schittert als sterren in het heelal, houdt het woord des levens vast. Alleluia.

 

EVANGELIE     Mt., 22, 15-21 

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 

In die tijd gingen de Farizeeën onder elkaar beraadslagen hoe ze Jezus in zijn eigen woorden konden vangen. Zij stuurden hun leerlingen met de Herodianen op Hem af met de vraag: "Meester, wij weten dat Gij oprecht zijt en de weg van God in oprechtheid leert; Gij stoort U aan niemand, want Gij ziet de mensen niet naar de ogen. Zeg ons daarom: Wat dunkt U, is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer of niet?" Maar Jezus doorzag hun valsheid en zei: "Waarom probeert gij Mij te vangen, gij huichelaars? Laat Mij de belastingmunt eens zien" Zij hielden Hem een geldstuk voor. Hij vroeg hun: "Van wie is deze beelde­naar en het opschrift?" Zij antwoordden: "Van de keizer." Daarop sprak Hij tot hen: "Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat God toekomt."

Archief preken