Kies uw kerk

Preek van de week

2017-04-23. Blijf dit doen

2de zondag van Pasen 2017, A

 

Eerste lezing: Handelingen van de apostelen 2, 14. 42-47

Evangelie: Johannes 20, 19-31

De eerste lezing van vandaag handelt over de eerste Christengemeente in Jeruzalem. Vandaag wil ik daar even bij stilstaan, om samen te schouwen. Wat belangrijk bij dit schouwen is, is het besef dat wij nooit leven en spreken zonder traditie. Zoals het in onze eigen familie is, zo is het ook met ons geloofsleven. De waarden en normen van onze familie, het geloof en hoop van onze Kerk, wordt aan ons doorgegeven.

Het was een heftige tijd voor de volgelingen, vrouwen en mannen, zo vlak na de terechtstelling van Jezus. Hun hele leven was in elkaar gestort, alle toekomstvisioenen waren verdampt. Het enige wat ze nog hadden was hun herinnering aan Jezus, Zijn belofte en elkaar.

Het is dit moment dat door Lucas wordt beschreven en wij kennis kunnen nemen van het gemeenschappelijk leven uit de tijd na Jezus’ dood. De volgorde waarin wij kennis maken met het gemeenschappelijke leven, is van wezenlijk belang voor onze oriëntatie. We krijgen daarvoor drie punten aangereikt.

Als eerste legden de volgelingen zich ernstig toe op de leer van de apostelen. Dit wil zeggen dat ze luisterden, ze leerden en vertelden aan elkaar wat hen was overgeleverd. De inhoud van Jezus’ leven werd niet alleen ter kennisgeving aangenomen, sterker, het werd het uitgangspunt van hun denken en handelen.

Ten tweede bleven zij trouw aan het gemeenschappelijke leven. Dit houdt in dat zij in praktijk brachten wat zij hadden geleerd. Brachten de apostelen de overlevering en de woorden, het waren de volgelingen, gelovigen, die dit in hun leven in praktijk brachten. Zo konden mensen zien en voelen wat het betekent een volgeling van Jezus, een gelovige te zijn.

Johannes 20, 19-31

Johannes 20, 19-31

Als derde bleven ze ijverig in het breken van het brood. Dat betekent dat het vieren pas kwam nadat de volgelingen eerst hadden geleerd en het geleerde in praktijk brachten. Op deze manier werd het vieren eindpunt, maar ook meteen weer beginpunt van hun Christelijk leven. Het vieren is zo bevestiging van wat geleerd en gedaan was, maar ook meteen de uitnodiging om op deze weg verder te gaan.

Willen wij als gemeenschap uitnodigend en enthousiast zijn, mogen we iets leren van deze eerste christengemeente. Als we het leren, het doen en het vieren in deze volgorde in praktijk brengen blijven we trouw aan de opdracht die wij op ons hebben genomen als wij ter communie gaan. Immers, als Jezus zegt: “Blijf dit doen tot mijn gedachtenis”, dan bedoelt Hij: leer, breng in praktijk en vier.

 

Amen.

Afbeelding: Ongelovige Thomas

       Door: Francesco de' Rossi (1510–1563)

Afmetingen (HxB): 275 x 234 cm

Techniek: Olie op paneel overgebracht naar doek

Datum: 1543 - 1547

Te bezichtigen in: Louvre Museum, Paris, Frankrijk

                                   Kamer 8

Handelingen van de apostelen 2, 42-47

De eerste christenen legden zich ernstig toe op de leer der apostelen, bleven trouw aan het gemeenschappelijk leven en ijverig in het breken van het brood en in het gebed. Ontzag beving eenieder, want door de apostelen werden vele wonderbare tekenen verricht. Allen die het geloof hadden aangenomen, waren eensgezind en bezaten alles gemeenschappelijk; ze waren gewoon hun bezittingen en goederen te verkopen en die onder allen te verdelen naar ieders behoefte. Dagelijks bezochten ze trouw en eensgezind de tempel, braken het brood in een of ander huis, genoten samen hun voedsel in blijdschap en eenvoud van het hart, loofden God en stonden bij het hele volk in de gunst. En elke dag bracht de Heer er meer bijeen, die gered zouden worden.

Johannes 20, 19-31

        Jezus verschijnt aan de apostelen
In de avond van die eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.” Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvang de heilige Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.” Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen, toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: “Wij hebben de Heer gezien.” Maar hij antwoordde: “Als ik niet in zijn handen het teken van de nagelen zie en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik het niet geloven.” Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Vervolgens zei Hij tot Tomas: “Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde, en wees niet langer ongelovig, maar gelovig.” Toen riep Tomas uit: “Mijn Heer en mijn God!” Toen zei Jezus tot hem: “Omdat ge Mij gezien hebt, gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.” Nog vele andere tekenen heeft Jezus gedaan in het bijzijn van zijn leerlingen, welke niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend, opdat gij moogt geloven, dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt bezitten in zijn Naam.

Archief preken